Opinie

Met het kapitalisme is weinig mis

Economie Lonen die niet stijgen? Laat jammerende politici als Rutte en Dijkhoff naar zichzelf en de rol van de overheid kijken. Van een falend kapitalisme is geen sprake, schrijft .
Illustratie Hajo

Bij lezing van de NRC-serie ‘Hoe fiksen we het kapitalisme?’ lijkt het kommer en kwel. Groeiende inkomensongelijkheid, belastingontwijking, zorgen over de toekomst van de planeet: allemaal de schuld van doorgeslagen kapitalisme. Een definitie ontbreekt echter, dus het is onduidelijk waar de discussie over gaat. De auteurs gaan veel op hun gevoel af, wat meer anekdotisch dan concreet bewijs oplevert voor hun stellingnames.

De filosoof Jason Brennan benadrukt in zijn werk Why Not Capitalism? dat kapitalisme de wijze is waarop eigendom in de maatschappij wordt georganiseerd. In het kapitalisme heeft het individu eigendom over de productiemiddelen, in zijn tegenhanger socialisme is dat het collectief, meestal de staat. Kapitalisme is er in vele vormen, het past zich aan lokale omstandigheden aan. Daarbij is het afhankelijk van respect voor eigendomsrechten en voldoende prikkels voor concurrentie. Een kernbegrip is vrijwilligheid. Mensen gaan vrijwillig overeenkomsten aan, en alleen als zij – alles afwegend – daar beter van worden.

Kapitalisme is mensenwerk en mensen zijn geen engelen, zoals Madison, een van de opstellers van de Amerikaanse Grondwet, ooit opmerkte. Kapitalisme is veel beter dan andere economische en sociale stelsels (zoals de auteurs in de serie ook wel opmerken), maar perfectie is uitgesloten. Mensen vallen soms buiten de boot, internationale justitiesamenwerking is onontbeerlijk en een strenge marktmeester is nodig tegen al te dominante bedrijven.

Tegelijk is het schromelijk overdreven om te zeggen dat het kapitalisme in crisis is, alleen omdat er problemen met multinationals worden gesignaleerd. Het grootbedrijf is belangrijk in de economie, maar het mkb is goed voor 99,8 procent van het totaal aantal bedrijven, zo’n 70 procent van het aantal banen in het bedrijfsleven en ruim 60 procent van de toegevoegde waarde die wordt geleverd door het bedrijfsleven. Dat besef ontbreekt in de serie.

Bijvoorbeeld: er wordt gedaan of bijna ieder innovatief bedrijfje snel wordt opgekocht door een groot bedrijf, waarmee volgens Marike Stellinga de economie alleen nog werkt voor die grote bedrijven, en dan „is het kapitalisme echt stuk” (Het kapitalisme is kapot. Leve het kapitalisme, 6/7). Wat een niet-onderbouwde karikatuur. Het gaat voorbij aan de vele succesvolle start-ups en scale-ups die er wel zijn, in de gehele economie, aan de mogelijkheid dat zo’n koop heel goed is voor het betroffen bedrijf, en aan het feit dat de nieuw verworven rijkdom de uitgekochte ondernemers weer nieuwe kansen geeft.

Romantisch beeld van verleden

Vrijwilligheid geldt ook als binnenstadsbewoners hun pand verhuren, of als Italianen hun wijngaarden verkopen waardoor de sfeer in hun dorp verandert, zoals Egbert Kalse beschrijft (Hoe de schurken van het kapitalisme de samenleving ontzielen, 12/7). Daar hoef je niet blij mee te zijn, maar het is een tikkie demagogisch om daarvan louter de kopers de schuld te geven. Wat zijn de motieven van de verkopers of verhuurders, en wat is hun rol in de vermeende ‘ontzieling van de samenleving’? Is hier geen sprake van een al te romantische projectie van het verleden, of was er wellicht sprake van verstikkende regelgeving?

Het is ook raar om te zeggen dat het kapitalisme niet levert, als de lonen niet omhoog gaan en de levensstandaard niet omhoog gaat, zoals Stellinga doet. Bij een groei van het bruto nationaal product, zoals de laatste jaren, gaat de levenstandaard van de hele samenleving omhoog en levert het stelsel dus wel. De hoogte van de lonen is puur een verdelingsvraagstuk. Dat is primair een kwestie tussen werkgever, werknemers en aandeelhouders, waarbij ook de werknemers uiteindelijk op vrijwillige basis bij hun werkgever blijven voor een bepaald loon. Aan dit ‘probleem’ doet de overheid als grote werkgever trouwens net zo hard mee, gelet op de discussies over de beloning in het onderwijs of bij de politie. Ook hier een kwestie van verdeling, in dit geval op de rijksbegroting.

Overheid beïnvloedt lonen

In de reeks ontbreekt de reflectie op de rol van de overheid. Er wordt gedaan of de overheid zich sinds de jaren negentig drastisch heeft teruggetrokken uit de economie. Niets is minder waar. Na een top van rond de 60 procent in de jaren zeventig is het aandeel van de overheid in de economie weliswaar gedaald, maar altijd (ruim) boven de 40 procent gebleven. En er is veel regelgeving bijgekomen. De zorg is wel het duidelijkste voorbeeld: er wordt gedaan alsof er marktwerking is, terwijl de hele sector in een dusdanig complex systeem van wetten en regels gevangen zit, dat men in Noord-Korea verrukt zou opkijken.

Lees ook het commentaar van NRC: Het kapitalisme dient gekoesterd te worden – en soms gered van zichzelf

Op de hoogte van bruto werkgeverslasten en de netto inkomens heeft de overheid een doorslaggevende invloed, en via de directe en indirecte belastingen ook op de koopkracht. De verzorgingsstaat – die in beperkte omvang een uitstekend middel is om enkele negatieve aspecten van het kapitalisme bij te sturen – groeit daarbij ieder jaar. Dus het kapitalisme brengt genoeg welvaart voort, maar de overheid faalt dikwijls in haar serviceverlening. Politici zoals Mark Rutte en Klaas Dijkhoff moeten daarom niet jammeren over falend kapitalisme, maar naar hun eigen handelen in heden en verleden kijken.

Vaak wordt vergeten dat het kapitalisme ook een ordening van de samenleving is die moreel goed is, omdat het mensen ongeacht hun persoonskenmerken laat samenwerken en voor vrijheid zorgt. Daar hoeft niks aan ‘gefikst’ te worden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.