‘Langere straffen voor jonge daders leveren niets op’

Jeugdcriminaliteit Ouders van vermoorde kinderen willen dat jeugdige daders langer gestraft kunnen worden. Begrijpelijk, maar toch is het geen goed idee, zegt hoogleraar Peter van der Laan.

Bloemen voor Savannah Dekker bij het Oostwende College in Bunschoten, in juni 2017.
Bloemen voor Savannah Dekker bij het Oostwende College in Bunschoten, in juni 2017. Foto Remko de Waal/ANP

Romy Nieuwburg uit Hoevelaken werd in 2017 seksueel misbruikt en daarna gewurgd. Het gebeurde toen ze van school naar huis fietste. De dader, net als Romy 14 jaar oud, zat bij haar in de klas.

In dezelfde week raakte Savannah Dekker vermist, zij was ook 14 jaar. Na een paar dagen werd ze gevonden. Gedood door een drie jaar oudere jongen. Hij was verliefd en voelde zich bedrogen. Ze had ook contact met andere jongens.

Het is nooit helemaal opgehelderd, waarom Nick Bood uit Assendelft in datzelfde jaar door vier messteken om het leven werd gebracht. Hij was 16, zijn moordenaar één jaar ouder. Het Openbaar Ministerie vermoedde dat Nick wiet voor hem zou regelen, maar er zelf met de paar honderd euro vandoor ging.

De minderjarige daders in deze zaken kregen alle drie de maximale straf in het jeugdstrafrecht; één of twee jaar jeugddetentie, en jeugd-tbs.

„Wij als ouders hebben er onze missie van gemaakt de duur van de jeugddetentie omhoog te krijgen”, schreven de ouders en stiefouders van Romy, Savannah en Nick bij de petitie die zaterdag op verhoogjeugdstraffen.petities.nl verscheen. De ouders willen dat jongeren tot vijf jaar gevangenisstraf kunnen krijgen. Met de huidige strafmaat maakt het niet uit of je „nu een tasjesdief bent of iemand hebt vermoord”, zei de moeder van Savannah, Monique Dekker-Beekhuis, tegen het AD – de actie kreeg al snel landelijke media-aandacht. In een paar dagen tijd werd de petitie meer dan 65.000 keer ondertekend.

Lees ook: Dit is de gebrokenheid van de wereld over de moorden op Savannah en Romy

„De reactie dat de daders er makkelijk vanaf komen begrijp ik wel”, zegt Peter van der Laan, hoogleraar reclassering aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Dat neemt niet weg dat ik zo’n petitie niet zou tekenen. Want dit is niet het volledige verhaal.”

De maximum gevangenisstraf voor jongeren tot 15 jaar is een jaar, voor daders van 16 of 17 jaar twee jaar. Maar „jeugd-tbs, de zogenoemde PIJ-maatregel, is een ander verhaal. Dat is een intensieve behandeling, in een gesloten jeugdinrichting.” (PIJ staat voor plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.) De maatregel kan verlengd worden tot maximaal zeven jaar. Sinds 2014 kan jeugd-tbs in zeer uitzonderlijk gevallen worden omgezet in tbs voor volwassenen. Het is niet bekend hoe vaak dat is gebeurd.

In het verleden was het jeugdstrafrecht nog terughoudender; tot 1995 gingen jongeren maximaal zes maanden de gevangenis in.

„Jeugdstraffen gaan uit van het belang van de jeugdigen, een pedagogische opdracht”, zegt Van der Laan. „A priori zeggen we dat je jonge mensen niet in dezelfde mate verantwoordelijk kunt houden als volwassenen, al plegen sommigen volwassen daden. Ze kunnen niet in alle opzichten dezelfde afweging maken. Zeker bij jongeren geloven we in een tweede kans.”

Want, zegt Van der Laan: „Langere straffen zijn niet effectiever.” Precieze cijfers over jongeren met jeugddetentie en een PIJ-maatregel zijn er niet. „Maar als je kijkt naar jongeren die voor moord of doodslag zijn veroordeeld, zie je dat ze niet of nauwelijks recidiveren. Al helemaal niet met zo’n ernstig geweldsdelict.” Van der Laan kent uit de afgelopen dertig jaar één zaak waar opnieuw een levensdelict werd gepleegd.

De ouders van Romy, Savannah en Nick zeggen dat het voor hen voelt alsof ze levenslang hebben gekregen. Dat gevoel maakt het lastig te verkroppen, zeggen ze, „dat de dader over een paar jaar weer vrij rondloopt”. Als de moordenaar van zijn zoon straks vrijkomt, zegt Kees Brockhoff, de vader van Nick, in het Noordhollands Dagblad, „wordt hij op straat als een held ontvangen. De moord geeft hem status.” Uit deze „hele zware periode” moet iets voortkomen, vindt de moeder van Savannah. „Iets wat meer recht doet aan ons, de nabestaanden.’’

Maar het jeugdstrafrecht, zegt Van der Laan, „is niet geschikt om genoegdoening aan slachtoffers en nabestaanden te bieden. De uitgangspunten daarvan liggen in het belang van de jeugdigen, hoe ernstig het delict ook is. Daar staan de slachtoffers en nabestaanden buitenspel.”

Genoegdoening noemt hij „een ingewikkeld concept.” „Met langere straffen krijg je niet zomaar meer genoegdoening. Je hebt niet twee keer zoveel genoegdoening met een twee keer zo lange straf. Het grote verlies wordt er niet minder om.”