Knokkeficatie

Schrijver en kunstschilder wandelen acht weken langs de kust en doen verslag in woord en beeld. Afl. 2. Cadzand

Hè? We kijken op onze schermpjes en ja, het is toch heus eb. Vaak genoeg ben ik bij laag water zonder moeite door het Zwin gewaad, de inham tussen de Belgische en de Nederlandse kust. Maar nu staan we voor een diepe, snel stromende geul. We hebben, blijkt later, gerekend buiten de toevoeging van een paar polders aan het Zwin, waardoor de watermassa die in- en uitstroomt flink is toegenomen. Iets verder naar zee vinden we een doorwaadbare plaats: wankelend en ons schrap zettend bereiken we de vaderlandse bodem.

Het Zwin is een magisch niemandsland. Je doorkruist het in anderhalf uur, maar belandt daarbij via een wormgat pardoes in een ander universum. Cultureel gesproken blijk je de afstand tussen Rio de Janeiro en Hammerfest te hebben overbrugd. In Knokke heersen het joie de vivre, de voluptuositeit en de goede smaak. Het monumentale casino is verluchtigd met kunstwerken van Keith Haring, Magritte en Delvaux. Op de Lippenslaan vind je een keur aan exquise delicatessenwinkels en een blik in een zijstraat onthult vergane-glorie-architectuur in art deco en een mix van neostijlen.

Op geen spijskaart in de brasseries en staminees van Knokke zul je het woordje ‘bourgondisch’ aantreffen. Hoeft niet, dit ís Bourgondië. Maar draai je om als je op die mondaine boulevard staat en je blik slaat dood. Een hermetische wand van flatblokken dreigt je te verpletteren. De aanblik bezorgt me een hol en onherbergzaam gevoel: de muur werpt harde strakke schaduwen in het felle zonlicht, als op een schilderij van Hopper. Je zou even zo goed in Marbella of Acapulco kunnen staan, je zou niet weten waar je was.

Maar dan Cadzand-Bad! In de vorige eeuw gesticht als rechttoe-rechtaan straat achter de duinen: één brok Hollandse functionaliteit. Provinciaals en onbeholpen. Veel badplaatsen aan de Nederlandse kust hebben hun onaanzienlijke uiterlijk te danken aan de Duitsers, die de oorspronkelijke bebouwing opbliezen om plaats te maken voor de Atlantikwall. In Cadzand was dat niet nodig, het weerspiegelde van stonde af aan de Zeeuwse voorkeur voor onnadrukkelijkheid.

Maar je moet wel opschieten, wil je je daarover nog verkneukelen. Het dorp is opgekocht door Compagnie Het Zoute van de grafelijke familie Lippens, die ook Knokke bestiert. Overal verrijst beton, gemaskeerd als Normandische badarchitectuur met houten balkons en semi-vakwerk, afgewisseld met Antilliaanse plantagegevels, French Quarter-veranda’s uit New Orleans en Zuid-Afrikaanse koloniale klokgevels. Niet per se lelijk, maar ‘globaal’ in de ergste zin des woords: ook dit zou overal ter wereld kunnen zijn.

Gelukkig is het winkelcentrumpje er nog, in zijn oude opsmukloze glorie. ’t Is d’n Knok, zegt de man van de drogisterij. „Knokke is vol, dus breiden ze uit over het Zwin.” Cadzand knokkificeert, een knock-out lijkt onafwendbaar.