Kleine krimp Nederlandse veestapel

De omvang van de rundveestapel in Nederland daalde licht – met 3 procent en daarmee met 121.000 dieren.

Koeien op stal bij een melkveehouder in Reeuwijk.
Koeien op stal bij een melkveehouder in Reeuwijk. Foto Bart Maat/ANP

Het gemiddeld aantal dieren per rundveebedrijf is voor het derde jaar op rij afgenomen. Daarmee lijkt de rek uit de schaalvergroting in de Nederlandse rundveesector, concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dinsdag op basis van nieuwe, voorlopige cijfers over de landbouw. Tussen 2016 en 2019 daalde het aantal runderen per bedrijf van 160 naar 153. Gemiddeld hielden boeren het afgelopen jaar 51 kalfjes en pinken. Drie jaar eerder waren dat er nog 65.

Nederlandse boeren geven nog altijd de voorkeur aan melkkoeien boven vleeskalveren, maar het aantal koeien dat voor melkproductie wordt gehouden daalde wel met twee procent, of zo’n 33.000 dieren. Het aantal vleeskalveren steeg met bijna 2 procent, terwijl het aantal kalveren bestemd voor de melkveehouderij met bijna 10 procent daalde.

Veestapel en mestfraude

De totale veestapel in Nederland kromp lichtjes. Op 1 april telde Nederland bijna 3,8 miljoen runderen, 121.000 minder dan het jaar ervoor. Ook het aantal kalfjes en pinken daalde het afgelopen jaar met ruim 100.000.

Het is niet duidelijk of de afname van de rundveestapel het gevolg is van beleid of dat de groeiende groep flexitariërs, vegetariërs en veganisten hier ook een rol in speelt.

De landelijk milieuofficier stelde in november dat de veestapel moet krimpen om de mestfraude te bestrijden. Nederland heeft de meeste koeien, kippen en varkens per hectare van heel Europa. Maar het land is te klein om alle mest op milieuverantwoordelijke wijze te verwerken, aldus het OM.

Lees ook: Nederland is overbemest, van de lucht tot het grondwater