Franse techtaks zet debat over bedrijfsbelasting op scherp

Vennootschapsbelasting Frankrijk wil deze week bij het G7-overleg de belastingheffing op techbedrijven bespreken. De Fransen zelf hebben al een eigen digitaks ingevoerd. Betaalt Big Tech te weinig?

Met hun eenzijdig ingevoerde techbelasting tonen de Fransen hun ongeduld over de al langer durende internationale discussie over het onderwerp.
Met hun eenzijdig ingevoerde techbelasting tonen de Fransen hun ongeduld over de al langer durende internationale discussie over het onderwerp. Foto Kenzo Tribouillard/ AFP

‘Sectie 301’ – dat belooft niet veel goeds. Op basis van sectie 301 uit de Amerikaanse handelswet trof president Donald Trump China met invoerheffingen van inmiddels 250 miljard dollar (222 miljard euro). Sinds vorige week loopt ook een ‘sectie 301’- onderzoek tegen de Europese Unie, specifiek tegen Frankrijk. Dat land heeft de furie van het Witte Huis gewekt met een speciale belasting op digitale diensten, die Amerikaanse techbedrijven „op een oneerlijke manier raakt”, aldus Robert Lighthizer, Trumps handelsvertegenwoordiger, vorige week.

De Franse minister van Financiën Bruno Le Maire wil het conflict deze week bespreken met zijn Amerikaanse ambtgenoot Steven Mnuchin, bij G7-overleg in het Franse Chantilly. Intussen wil ook het Verenigd Koninkrijk een techtaks invoeren.

De Franse maatregel zet de spanningen tussen de EU en de VS over handel op scherp: de EU is één handelsblok. Als Trump reageert met sancties, zullen die de hele EU raken. Intussen dreigen de VS met heffingen op Europese (vooral Duitse) auto’s.

Maar dit gaat om meer dan een dreigende transatlantische handelsoorlog. Wezenlijker is de vraag hoe grote internationale bedrijven – vooral in de techsector, maar niet alleen – kunnen worden gedwongen om voldoende belasting te betalen. De tarieven voor vennootschapsbelasting zijn de laatste drie decennia fors gedaald. Met hun eenzijdig ingevoerde belasting tonen de Fransen hun ongeduld over een discussie hierover binnen de OESO, de denktank van rijke landen.

Ook Zalando

Frankrijk belast bedrijven „uit de digitale sector” die wereldwijd minstens 750 miljoen euro omzet halen én minstens 25 miljoen euro in Frankrijk met 3 procent. Het gaat om een omzetbelasting, in plaats van een winstbelasting die doorgaans op bedrijven wordt geheven. Alleen de omzet uit op gebruikers gerichte reclame en uit platformen (denk aan online verkoop) wordt belast. In de praktijk vallen Google, Apple, Facebook en Amazon onder de taks, maar ook het Duitse Zalando en het in Amsterdam gevestigde Booking.com, volgens Franse media (Booking.com reageert niet op vragen van NRC). De belasting treft één Frans bedrijf, online-reclamefirma Criteo.

Frankrijk ziet zijn techtaks als tijdelijke maatregel, die weer afgeschaft kan worden zodra in OESO-verband een akkoord bereikt is over belastingheffing in het digitale tijdperk. Eerder dit jaar verzetten enkele EU-landen zich tegen een voorstel van de Europese Commisie om in de hele EU een tijdelijke digitaks in te voeren.

Bij de OESO zal het niet makkelijker zijn om een akkoord te bereiken. Niet alleen de 36 OESO-lidstaten doen mee aan het overleg, maar ook 95 andere landen, waaronder China. Er is eind dit jaar een deadline, maar het zal „heel lastig worden” om die te halen, zegt Marlies de Ruiter, adviseur internationale belastingen bij het bureau EY. Ze gaf tot 2016 leiding aan een OESO-project om belastingontwijking tegen te gaan. Het huidige OESO-overleg is daarop een vervolg.

Dat werd ingegeven door de digitalisering van de economie, maar het gaat over veel meer. Zo willen opkomende landen een groter stuk van de belastinginkomsten, ten koste van rijke landen. En er speelt een discussie over een minimumtarief voor bedrijven. Al jaren dalen vennootschapstarieven. Binnen de EU hebben Ierland (12,5 procent) en Hongarije (9 procent) de laagste tarieven.

Eén van de lastigste discussies is of digitale bedrijven anders moeten worden behandeld dan ‘traditionele’ bedrijven. Sommige landen, zoals Frankrijk, menen dat digitale bedrijven een radicaal ander verdienmodel kennen. Andere landen, waaronder Nederland, wijzen erop dat de hele economie aan het digitaliseren is en dat een nieuw belastingregime voor alle bedrijven moet gelden.

Hoe belast je bedrijven die wereldwijd digitale diensten aanbieden – en waar? Europa komt er niet uit. Nu is de OESO aan zet.

Dat de schijnwerper nu op digitale bedrijven staat, is op zich begrijpelijk, zegt De Ruiter: „Ze groeien hard zonder fysieke aanwezigheid in landen waar ze groeien. Diensten worden gratis aangeboden, terwijl waarde wordt gecreëerd door gebruikers met hun data.” Die waarde, die resulteert in winst van het bedrijf, slaat ergens anders neer: bij het regionale hoofdkantoor van het bedrijf, soms gevestigd in een land met lage winstbelasting (Apple zit in Ierland) maar niet altijd (Zalando zit in Duitsland).

Betaalt ‘tech’ minder?

De Europese Commissie berekende dat techbedrijven per saldo minder belasting betalen dan bedrijven met een traditioneel verdienmodel: 9,5 procent versus 23 procent. Maar die cijfers zijn omstreden. Onderzoeker Matthias Bauer van denktank ECIPE in Brussel kwam voor digitale bedrijven uit tussen de 26 en 32 procent, onder meer omdat zij vaak dubbel (in meerdere landen) belasting betalen.

De Ruiter noemt de claim van Brussel „flinterdun” en wijst erop dat Frankrijk zorgt voor nóg meer dubbele belasting. „Let wel: niet alleen voor Amerikaanse bedrijven, ook voor Europese.” Dat Frankrijk nu omzet belast in plaats van winst, is omdat een dubbele winstbelasting internationaal niet mag. Het belasten van omzet is een „trucje”.

De Ruiter is sceptisch over het onderscheid tussen digitale en niet-digitale bedrijven. „De hele economie is aan het digitaliseren. Ook bijvoorbeeld energiebedrijven ontwikkelen zich tot digitale platforms voor gebruikers.” Dat is in lijn met de visie van het Nederlandse kabinet, dat zich na mislukking van de Europese digitaks eerder dit jaar uitsprak tegen „unilaterale” maatregelen zoals die van Frankrijk. Dat kan leiden tot fragmentatie van de interne markt of dubbele belasting, meent het kabinet.