Een zwadderig Rembrandtjaar

Ewoud Sanders

Woordhoek

Omdat Rembrandt 63 jaar oud is geworden heeft het Instituut voor de Nederlandse Taal in Leiden een gelegenheidswoordenboekje gemaakt met 63 schilderstermen uit de zeventiende eeuw: Woorden voor Rembrandt.

Een interessante lijst, samengesteld door Roland de Bonth en Dirk Geirnaert. Als bronnen gebruikten zij onder meer enkele schildershandleidingen uit de zeventiende eeuw, waaronder Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst van Rembrandts leerling Samuel van Hoogstraten uit 1678.

Een paar voorbeelden. Een schilder die vooral seriewerk leverde in plaats van unieke werken, werd indertijd een dozijnwerker genoemd. Uit de afdeling schildertechnieken: blozeren betekende in een geschilderd portret een ‘blosje’ aanbrengen. Lakseren werd, anders dan nu, gebruikt voor lakken of vernissen, dat wil zeggen: doorschijnende lak aanbrengen om kleuren te verlevendigen. En retoqueren blijkt een voorloper van retoucheren: in een schilderij onvolkomenheden corrigeren. Ook mooi: zwadderen, op luchtige, losse wijze schilderen. Nog twee uit de afdeling kleuren: van het donkerrode hars van de drakenbloedboom werd een rode kleurstof gemaakt die drakenbloed heette. En een bruingele kleur of verfstof werd schijtgeel genoemd.

REMBRANDTJAAR. Rembrandt werd op 15 juli 1606 in Leiden geboren. Dat is 413 jaar geleden. Dat we nu een Rembrandtjaar vieren, komt doordat het op 4 oktober 350 jaar geleden is dat hij overleed.

Is Rembrandtjaar een neologisme? Nee. In 1903 wees een kunsthistoricus er in het tijdschrift Spectator op dat in 1906 Rembrandts driehonderdste geboortedag zou kunnen worden herdacht. „Het zou een eenige, grootsche hulde zijn, indien in het ‘Rembrandt-jaar’ tot alle Nederlanders zou kunnen gesproken worden over zijn grootheid, indien zij allen met hun oogen konden te gast gaan aan de wonderen zijner kunst.” Voorstel van deze Cornelis Hofstede de Groot: „Hoe heerlijk zou het bij voorbeeld wezen, indien op 15 Juli 1906 Rembrandt’s meesterwerk, de Nachtwacht, zou kunnen staan op een plaats, in een omgeving, onder een licht, harer waardig.”

Het woord Rembrandtjaar piekte vervolgens in 1906, 1956 en 2006 – de jubilea van zijn geboortedag. Dat het huidige Rembrandtjaar zijn 350ste sterfdag memoreert maar zijn 413ste geboortedag als startpunt neemt, is dus eigenlijk een beetje zwadderig.

MEDITERRAAN DRAAIGATJE. Na de teek en de eikenprocessierups wordt er gewaarschuwd voor een nieuwe natuurplaag in Nederland: het mediterraan draaigatje. Dit is een zwarte, glanzende mier die lelijk kan bijten. Na een beet draait de mier zijn achterlijf – vandaar de naam – naar de wond om er een irriterende stof in spuiten. Het is vast vervelend om door een draaigatje gebeten te worden, maar ik word vrolijk van die naam. Mediterraan draaigatje roept bij mij hele andere associaties op. Van geflaneer op de boulevard bijvoorbeeld.

Op internet staan lijsten van rare dierennamen, zoals de Chinese gekuifde naakthond, de schoenbekooievaar, de thermometervogel en de (wang)zakrat. Nog leuker vond ik de ‘Lijst van pseudo-dierennamen’ in Wikipedia. Daarin zie je goed hoe graag mensen met taal spelen. Zoals dichtbij: poëet onder de bijen. Mis-poes: verwant aan de kat-holiek. Wartaal: zeedier waar geen touw aan vast te knopen valt. Overigens heeft het draaigatje inmiddels een afschrikkender bijnaam gekregen: draculamier.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders