Recensie

Recensie Film

Een selfie maken als herinnering aan je ontslag

Tragikomedie Je wilt de personages in ‘Claire’s Camera’ soms tegelijkertijd omarmen én een klap geven terwijl ze absurde of ontwijkende gesprekken voeren over het leven, de liefde en eerlijkheid.

Isabelle Huppert in ‘Claire’s Camera’.
Isabelle Huppert in ‘Claire’s Camera’.

Nederig hoort de Zuid-Koreaanse salesagent Manhee (Kim Min-hee) op een terrasje in Cannes aan dat ze is ontslagen. Haar bazin bij het filmdistributiebedrijf wil er vooral niet te veel woorden aan vuil maken, waarop Manhee voorstelt om samen een selfie te nemen, als herinnering.

Kim geeft haar jonge personage iets aandoenlijks en ergerlijks. Je wilt haar omarmen én een klap geven in de hoop dat ze voor zichzelf opkomt. Het is een gevoel dat je vaker krijgt terwijl de personages absurde of ontwijkende gesprekken voeren over leven, liefde en eerlijkheid in Claire’s Camera.

Behalve Manhee dwaalt ook de Française Claire (Isabelle Huppert) rond op het prestigieuze filmfestival. Ze speelt een naïeve lerares die foto’s maakt van willekeurige mensen, wat vaak aanleiding vormt voor gesprekken die soms nog bevreemdender zijn dan Manhees selfiepoging.

Hong Sang-soo (1960) wordt wel eens de Koreaanse Woody Allen genoemd, wegens zijn productiviteit en praatgrage personages. Hij startte met regisseren op zijn 35ste, zijn twintig films bevatten vaak autobiografische elementen. Ook Claire’s Camera lijkt evenveel te vertellen over de makers als de personages. Hong kreeg in 2015 een buitenechtelijke relatie met actrice Kim Min-hee, wat zorgde voor ophef in hun thuisland. Hij castte haar sindsdien onder meer in Claire’s Camera en The Day After, dat later deze zomer uitkomt. Haar personages lijden hierin onder het egoïstische gedrag van overspelige, alcoholverslaafde mannen in machtsposities. Het geeft extra lading aan het antwoord van Hupperts personage op de vraag waarom ze mensen fotografeert: ‘De enige manier om dingen te veranderen is ze opnieuw te bekijken, maar dan heel langzaam.’

Het is een van de intrigerende uitspraken die blijven hangen, maar die ook het gevoel geven dat je als Cannes-buitenstaander niet echt vat krijgt op wat onder het oppervlak borrelt. Dat kan frustrerend zijn, net als Manhees initiële gedweeheid. Tot je je overgeeft aan het meanderende ritme en de film beschouwt als het strand van Cannes waar de personages uitwaaien. Een mooie tussenstop waar je even niet alles hoeft te analyseren.