Opinie

Discriminatie en uitsluiting bij de politie, we konden het weten

Integriteit

Commentaar

Binnen de politie gebeurt er niets tegen homo- en moslimhaat, discriminatie, intimidatie van vrouwen en ander wangedrag. In de top heerst een ‘afdekcultuur’, de werksfeer is onveilig, de top laat na te handhaven, handelen en te hervormen. De brandbrief waarmee Carel Boers, voormalig coach en adviseur van het politieleiderschapsprogramma, vorige week de deur van de Nationale Politie achter zich sloot, is er één van zeldzame urgentie.

Korpschef Erik Akerboom (nu ruim drie jaar de baas) krijgt het advies per direct het gehele personeelsbeleid op z’n kop te zetten. Neem afscheid van een groot deel van de zittende leiding, benoem zo snel mogelijk jonge, diverse, slimme en ‘maatschappelijk verbonden’ mensen en rehabiliteer iedereen die beschadigd is geraakt. Het personeel is in nood. Men wordt onvoldoende gehoord, komt met klachten en observaties niet langs het ‘zittende leiderschap’ en wordt weer teruggestuurd naar de echelons waar het misging. De korpsleiding blijft onderzoeken aankondigen, beloften van verbetering doen en vrijblijvend citeren uit normen waar iedereen zich aan moet houden.

De realiteit is echter rauw – de associatie met de Amsterdamse brandweer dringt zich op, waar een giftige macho kazernecultuur tot verloedering en intimidatie leidde. Wie de externe politie-adviseur Boers na tien jaar ervaring mag geloven, ziet ook hier een ontspoorde organisatie waar vijandige ‘oudere blanke heteromannen’ de toon bepalen, met discriminatie en racisme ten gevolg. Niet alleen intern, maar ook extern. Wat er in politie-appgroepen over burgers wordt gemeld is ronduit ziek. Etnisch profileren op straat door agenten is nog altijd een hardnekkig probleem.

Erger is dat dit alles niet nieuw is. In 2017 boden 26 politiemensen het ‘zwartboek discriminatie’ aan hun korpschef aan. Dat bevatte een lijst incidenten over pesten, schelden en intolerantie in het algemeen. De politie als een incestueuze organisatie. Wie er anders uitziet, anders denkt of nóg een moedertaal beheerst maakt weinig kans zich er thuis te zullen voelen. ‘Waar is de neger’, was destijds het fameuze zinnetje van een teamchef die een ondergeschikte zocht.

In 2015 trok de toenmalige korpschef Bouman aan de bel. Hij constateerde moslimhaat en uitsluiting van al wie niet in het gewone plaatje past. En dat terwijl juist de politie pal moet staan voor wie anders is. Die cultuurstrijd speelt binnen de politie dus al langer. Een substantieel deel van het korps ziet de nadruk op diversiteit als overbodig, dan wel een bedreiging van de eigen positie, wat tot wantrouwen en verharding leidt. Dat gaat gelijk op met de polarisatie in het publieke debat, waarin openlijk racisme niet meer taboe is en nationalisme, identiteit en de ‘eigen groep’ pasmunt zijn. Tegelijk wordt van de politie verwacht dat zij de orde handhaaft, de criminaliteit bestrijdt en iedere uitwas die zich maar voordoet, prompt in de kiem smoort. Of het nu mestfraude is, xtc, witwassers in ‘patserbakken’ of huiselijk geweld. Roept u maar.

Akerboom verwijst nu ter verdediging naar het gestegen vertrouwen in de politie, het percentage vrouwen op leidinggevende posities bij de politie dat gestegen is tot 42 en de verzekering dat hij hetzelfde doel nastreeft en juist wel van zijn leidinggevenden verwacht dat er wordt opgetreden. Maar onmiskenbaar begint voor de korpschef wel de klok te tikken. Brandbrieven van dit kaliber zijn zeldzaam. Ze gaan ook zelden vergezeld van concrete adviezen. En de ongemakkelijke waarheid die erin stond was bovendien niet onbekend.