Recensie

Recensie

De wethouder zat een jaar in de supportersbus van FC Twente

Supporterscultuur Wethouder Bert Westerink volgde FC Twente in de Keuken Kampioen Divisie. Zijn verbazing beschrijft hij in een boek. „Mijn vlag was niet aangemeld voor Jong PSV-uit.”

Supporters van FC Twente bleven achter hun club staan in de eerste divisie.
Supporters van FC Twente bleven achter hun club staan in de eerste divisie. Foto Jerry Lampen/ANP

Jonge mannen lopen wiebelend door het gangpad van een touringcar, op weg naar de koelkast om de voorraad bier en Bacardi aan te vullen voor de achterste rijen. Op een stoel voorin zit een oudere CDA-politicus met grijze haren en een ronde blauwe bril. Hij is waarnemend wethouder in Winsum en zat in het stadsbestuur van Groningen, Delfzijl en Woerden. Als de bus een tussenstop maakt op weg naar een klein voetbalstadion in Eindhoven, stapt hij uit en schept een van jus druipende gehaktbal in een wit bolletje.

Zo zagen de weekenden van Bert Westerink (Enschede, 1957) er het afgelopen jaar uit. Lege parkeerterreinen, een grote groep supporters van FC Twente om zich heen. Westerink volgde zijn club in de Keuken Kampioen Divisie en schreef er het boek Onmachtig of onmeunig over. Hij wilde iets dóén. Als supporter, want dat is hij al van kinds af aan. FC Twente was net gedegradeerd, had een miljoenenschikking getroffen met de Belastingdienst vanwege jarenlang gesjoemel met de boeken, de club zou het financieel misschien niet redden. Westerink besloot: „Ik ga FC Twente omhoog schrijven.”

Wasbakken als pisbakken

De wethouder past helemaal niet bij de mannen en jongens van de Enschedese fanatieke aanhang. Hij schreeuwt niet op de tribune (kan zijn stem niet aan), drinkt niet veel in de supportersbus (kan zijn blaas niet aan). Als relatieve buitenstaander verwondert hij zich over de „twee pisbakken” in het stadion van Helmond Sport – voor honderden Twentefans, die daarom de wasbakken maar inwijden. Over de mededeling dat zijn supportersvlag niet mee mag naar Jong PSV-uit – de vlag is „niet aangemeld”. Of over de suppoosten die bijna elke wedstrijd weer zijn hele lichaam betasten om wapens te vinden, terwijl het stadion bijna leeg is.

Anders dan de fans door wie hij een jaar lang wordt omringd, ergert Westerink zich aan de snelle meningen over sportbestuurders. In zijn wereld is het normaal om, bestuurders onder elkaar, even contact te leggen met algemeen directeur Erik Velderman als die wordt ontslagen bij Twente: „Sterkte, Erik”. Het antwoord komt meteen, via LinkedIn: „Heel veel dank, dat betekent veel voor mij.”

In zijn ogen heeft de directeur het goed gedaan – FC Twente werd vorig jaar gered door steun van investeerders en een afboeking van de gemeente. Knap, volgens de wethouder, want „leningen en kwijtscheldingen aan voetbalprofs” zijn volgens hem niet meer van deze tijd. Toen hij wethouder was in Groningen weigerde hij nog een verzoek om FC Groningen te steunen. „Ik ben tegen gemeentelijk geld voor de exploitatie van een professionele voetbalclub”, schrijft Westerink.

Zij blijven, ook in de Kitchen Champions League

Juist op dat soort momenten blijkt dat het boek toch vooral gaat over de irrationaliteit van de voetbalsupporter. Diezelfde Westerink beschrijft hoe hij zenuwachtig achter zijn computer het nieuws over de financiële redding van Twente zit te volgen. „Doorklikken … ja! TC Tubantia weet: ‘FC Twente kan verder.’” Tijdens de uitwedstrijd tegen Jong AZ verbaast hij zichzelf door heel hard ‘voetballen, voetballen’ te roepen naar het veld. En Westerink begint ineens te stuntelen als hij voormalig Twente-directeur Joop Munsterman – wiens beleid een belangrijke reden is voor het verval van zijn club – een handtekening gaat vragen. „Nu hij tegenover me staat, weet ik niks te zeggen”, schrijft Westerink.

FC Twente promoveert uiteindelijk naar de eredivisie – de club bereidt zich op dit moment voor op weer een seizoen hoogste niveau. De huldiging van zijn ploeg na het kampioenschap beleeft Westerink uiteindelijk zoals het hele seizoen: achteraan het plein, buiten het gewoel, maar „opgelucht en blij.” Hij zegt zijn vrienden gedag voordat het feest echt losbarst.