De nalatenschap van Joep Lange is in Oost-Afrika nog overal

Joep Lange was vaak van huis. Op reis in Oost-Afrika ontdekten zijn kinderen hoe groot hun vader daar is.

Foto Joep Lange Institute

Als Coca-Cola erin slaagt zijn flesjes frisdrank in iedere uithoek van Afrika te krijgen, dan moet het toch ook mogelijk zijn om iedere Afrikaan met hiv te behandelen met virusremmers? „Dat was een gevleugelde uitspraak van mijn vader”, zegt Max Lange (31). „Het kenmerkte hem: niets is onmogelijk.”

Pas na de dood van zijn vader ontdekte Max hoe belangrijk Joep Lange was geweest als wetenschappelijk onderzoeker, maar ook als activist die probeerde de problemen van hiv en aids wereldwijd aan te pakken.

„Door zijn drukke werk was mijn vader maar weinig thuis, en als hij thuis was vertelde hij maar weinig over wat hij precies deed. Ja, wel spannende anekdotes over wat hij allemaal had beleefd op zijn reizen door Afrika, maar inhoudelijk sprak hij er niet zo veel over.

„Tja, waarom eigenlijk niet? Misschien was hij allang blij dat hij thuis over wat anders kon praten dan zijn werk. Vond hij het wel lekker om het even los te kunnen laten. En bovendien namen mijn vier zussen vaak al snel het gesprek over.”

Wat eerst vanzelfsprekend leek, werd na de plotselinge dood van Joep een prangende vraag: wie was hun vader geweest in al die tijd dat hij van huis was? Het antwoord konden Max en zijn zusjes zelf ervaren toen ze in 2016, op uitnodiging van het toen pas opgerichte Joep Lange Instituut, een rondreis door Oost-Afrika mochten maken. In de voetsporen van hun vader reisden ze drie weken langs afgelegen ziekenhuisjes in Oeganda, Tanzania en Kenia. „Met drie van de vier zussen, helaas” zegt Max. „Eén zus was hoogzwanger en omdat we veel op het platteland zouden verblijven was het niet verantwoord dat zij meeging.”

Max: „Overal waar we kwamen in Afrika werden we met alle egards ontvangen. Daar voelden we ons wel ongemakkelijk bij, want wat hadden wij nou helemaal gedaan? Tegelijkertijd maakte het ons ook heel trots. Het was groter dan ikzelf.”

In juni 2018 opende Max het Joep Lange Laboratorium in het ziekenhuis van Shinyanga, Tanzania. Het laboratorium werkt volgens het test-and-treat-principe, waar Joep Lange een voorvechter van was; wie positief test op hiv krijgt meteen een gratis behandeling met virusremmers.

Op zijn eigen manier is Max daarna zijn vader verder gevolgd. „Ik ben geen wetenschapper, ik ben opgeleid als journalist.” Toen er iemand gezocht werd om een documentaire te maken over het werk van PharmAccess in Kenia, meldde Max zich onmiddellijk aan. PharmAccess is een stichting die zijn vader had opgericht met als doel de gezondheidszorg toegankelijk te maken voor de allerarmsten.

„De film gaat over de rol van de mobiele telefoon in het moderne Afrika, en hoe die kan helpen mensen uit de armoede te trekken.” De Afrikaanse ervaring heeft hem verder gevormd, zegt Max Lange: „Ik ben veel beter gaan snappen hoe lastig het is om uit de armoede te ontsnappen.”Hoofdpersoon is Sammy, die in een sloppenwijk van Nairobi leeft en leren slippers en riemen maakt. „Maar hoe arm Sammy ook is, hij verkoopt zijn producten wereldwijd, via Facebook, op zijn telefoon.

PharmAccess heeft zich ingezet voor de ontwikkeling van M-Tiba, een soort zorgverzekering die werkt via de mobiele telefoon. Automatisch wordt er via dit systeem maandelijks een euro premie afgeschreven, die gaat naar een spaarpotje dat gereserveerd is voor medische zorg. „Dat geld kan iemand niet zomaar meer afschrijven”, legt Lange uit, „En zo is er altijd een buffer voor onverwachte doktersrekeningen. Het systeem is nog volop in ontwikkeling. Het moet nog blijken hoe het echt gaat lopen, maar er doen al miljoenen mensen aan mee.”

Max Lange is de Afrikanen gaan bewonderen om hun geloof in de toekomst, vertelt hij. „Het Westerse beeld dat zij achterlopen en de aansluiting missen in het digitale tijdperk klopt helemaal niet. Ze hebben juist alle vertrouwen in de moderne techniek, veel meer dan wij. Dat komt omdat die voorspelbaar is, in tegenstelling tot hun eigen overheid. Nu zetten zij vanuit hun mobiel de eerste stapjes in de wereldeconomie. Dat maakt ze heel hoopvol over de toekomst. Ze pionieren met durf en lef, en zien de mogelijkheden in plaats van de belemmeringen.”. Die mentaliteit, herkent Max van zijn vader. „Hij was een heel pragmatisch mens en absoluut niet bang om politiek incorrect te zijn. Mijn vader kon soms hard overkomen, maar dat deed hij altijd met goede intenties, en daar kreeg hij waardering voor. Hij had het hart op de goede plek.”