Opinie

De cynische kant van het kapitalisme

Lotfi el Hamidi

Disclaimer: economie was nooit mijn sterkste vak. Zelfkritisch als ik ben wijt ik dat aan het feit dat economie geen wetenschap is. Niet dat het me ervan heeft weerhouden om economische onderwerpen alsnog te willen begrijpen. Zo volg ik met veel belangstelling de huidige kapitalisme-serie in NRC, met de ambitieuze vraag ‘hoe fixen we het kapitalisme?’.

In de vorige eeuw zagen we hoe het communisme roemloos ten onder ging. Exemplarisch is het verhaal van een oude Oost-Duitse vrouw, die in de nadagen van de DDR een bezoek aan West-Berlijn bracht, en daar in de supermarkt bij het zien van de rijkelijk gevulde schappen in huilen uitbarstte.

Het kapitalisme vandaag verkeert niet in een staat zoals het communisme destijds, maar dat er veel mis is kun je moeilijk ontkennen. Zo worden in het boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme van de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang een aantal onwrikbare stellingen van het vrijemarktfetisjisme onder de loep genomen. Nee, de vrije markt is helemaal niet vrij (ding 1), rijkdom sijpelt niet naar beneden (ding 13) en wat goed is voor het bedrijfsleven is niet per definitie goed voor het land (ding 18).

(Ik overweeg het boek naar premier Rutte te sturen, niet omdat ik denk dat hij van gedachten zal veranderen, wel omdat ik weet dat hij het zal lezen.)

Chang is trouwens geen anti-kapitalist, integendeel. Hij wil slechts aantonen hoe het kapitalisme zou kunnen of moeten werken. Dat is meestal het uitgangspunt van veel hedendaagse economen, en zelfs een marxistische econoom als David Harvey kan niet meer dan slechts haarfijn de pijnpunten van het kapitalisme blootleggen. Een alternatief systeem is bijna ondenkbaar.

Dat zorgt uiteraard voor cynisme. In zijn roman De wereld als markt en strijd schrijft Michel Houellebecq: „Van alle economische en maatschappelijke stelsels is het kapitalisme ontegenzeggelijk het natuurlijkste. Dat volstaat reeds om aan te geven dat het tevens het ergste moet zijn.” En dat blijkt ook toen ik onlangs het bericht van Oxfam Novib tegenkwam, waarin de ontwikkelingsorganisatie alarm slaat om de toename van hongersnood in de wereld. Eén van de oorzaken, zo stelt Oxfam, is de explosieve prijsstijging van levensmiddelen sinds 2008, mede door het speculeren met voedselprijzen – met ontwrichtende gevolgen voor hele samenlevingen.

De opstanden in de Arabische wereld sinds 2011 begonnen dan ook met broodrellen. Het bracht een Tunesische regeringswoordvoerder al tot de uitspraak dat speculeren op zich al immoreel is, maar dat speculeren met graan ronduit crimineel is. En zo belanden veel mensen ook in een kapitalistische wereld huilend in een supermarkt – omdat zij de rijkelijk uitgestalde producten nauwelijks kunnen betalen.

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.