Opinie

Veel agenten vinden etnisch profileren volstrekt normaal

Behalve onrechtvaardig is etnisch profileren ook ineffectief. Verdachten staande houden op ‘ervaring’ leidt bijna altijd tot niks. Daarna versterkt het negatieve effect zichzelf. Criminoloog Marc Schuilenburg in de Veiligheidscolumn.

ANP XTRA KOEN VAN WEEL

De Amsterdamse gemeenteraad heeft vorige week besloten dat de politie meer moet doen om etnisch profileren tegen te gaan. Een meerderheid in de raad dringt er bij de politie op aan om, met uitzondering van alcoholcontroles, helemaal te stoppen met proactieve verkeerscontroles. Dat zijn controles die politieagenten op eigen initiatief doen. Burgers worden hierbij aan de kant gezet en behandeld alsof ze criminelen zijn. Vooral personen met een niet-westerse migratieachtergrond worden staande gehouden. Ook als er geen verdenking of concrete overtreding is. Volgens de gemeenteraad gebeuren deze onderbuikcontroles zonder goede reden en gaan ze ten koste van het vertrouwen van de burger in de politie.

Weinig effect

De Amsterdamse gemeenteraad heeft een punt dat de politie er onvoldoende in slaagt om etnisch profileren een halt toe te roepen. De leiding van de Nationale politie heeft maatregelen genomen om etnisch profileren te voorkomen, maar die sorteren weinig effect. Dit weekend berichtte NRC dat politieadviseur Carel Boers stopt met zijn werk omdat de leiding van het korps niets doet aan discriminatie door en moslimfobie bij politieagenten.

De norm binnen de politie, zo zegt Boers, wordt gesteld door ‘blanke, mannelijke, oudere heteromannen’. Het is dan ook een publiek geheim dat veel agenten het volstrekt normaal vinden dat ze etnisch profileren. Ze zijn ervan overtuigd dat hierdoor meer criminelen worden opgepakt. Toch wordt dit niet gestaafd door de feiten. Uit het onderzoek ‘Boeven vangen’ (vanaf blz. 183)  blijkt dat agenten de effectiviteit van hun eigen intuïtie flink overschatten. Het onderbuikgevoel van de politieagent zit er bijna altijd naast.

Vuile data

Het op basis van uiterlijke kenmerken optreden tegen personen met een migrantenachtergrond is een groot en hardnekkig probleem. Het zet de verhoudingen tussen politie en straat onder spanning en leidt tot gevoelens van uitsluiting en machteloosheid. Tegelijk heeft etnisch profileren een zelfversterkend effect binnen de politieorganisatie. Hiermee bedoel ik dat de resultaten van de politiecontroles weer worden gebruikt om te prioriteren aan welke zaken de politie voorrang geeft en in welke gebieden ze meer gaat surveilleren. Dit gebeurt via het landelijke Criminaliteit Anticipatie Systeem (CAS). Hiervoor worden data uit politiebestanden gebruikt om te voorspellen op welke plaatsen en op welk moment de kans het grootst is dat criminaliteit wordt gepleegd.

Etnisch profileren is dus niet alleen onrechtvaardig en ineffectief. Het leidt ook tot vuile data in het politiesysteem. Hierdoor ontstaat er een selffulfilling prophecy in het politiewerk. De politie krijgt wat ze denkt en verwacht. Voor alle informatiesystemen geldt namelijk: ‘Garbage in, garbage out’, wat zoveel betekent dat wanneer je vuile data in je systeem stopt, de uitkomsten ook vervuild zullen zijn.

Daarom is het goed dat de Amsterdamse gemeenteraad de politie vraagt te stoppen met proactieve verkeerscontroles totdat de leiding van het korps serieus werk maakt van het voorkomen van etnisch profileren. Welke steden volgen?

 

Marc Schuilenburg is filosoof en jurist. Hij doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn nieuwste boek heet ‘Hysterie. Een cultuurdiagnose’ (2019). Ook schreef hij ‘Orde in veiligheid’ (2012), waarvoor hij de driejaarlijkse Willem Nagelprijs ontving. Zijn website is www.marcschuilenburg.nl.

Lees ook: Dit is wat je moet weten over etnisch profileren (2016)

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.