Nederland betaalde miljoenen, maar Tata bouwt in India

Innovatiesubsidie De overheid ondersteunde de eerste fases van een innovatieproject van Tata Steel in IJmuiden en deed er alles aan het vervolg in Nederland te houden. Dat was kansloos, blijkt nu.

Tata Steel in IJmuiden.
Tata Steel in IJmuiden. Foto ANP/Koen van Weel

De directeur van de onderzoeksafdeling van Tata Steel in IJmuiden stuurt op 5 februari 2014 een smeekbede naar het ministerie van Economische Zaken. Hisarna, een proefproject om klimaatvriendelijker staal te maken, ligt stil. De financiering van de volgende testfase zit in „een patstelling”. Europese subsidieaanvragen zijn afgewezen, partners hebben afgehaakt en in Nederland past de aanvraag in geen enkel subsidiepotje.

„Een oplossing is dringend gewenst”, schrijft de directeur. „De voortrekkersrol die Tata Steel speelt in de Europese staalindustrie om een deel van de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de Europese Unie in het algemeen en van Nederland in het bijzonder te kunnen realiseren, komt hierdoor in gevaar.” Hoe kan er zo snel mogelijk geld bij?

Bij het ministerie komen de ambtenaren vlot in actie, blijkt uit documenten die NRC opvroeg met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. De technologie is een echte „game changer”, schrijft een ambtenaar. Tata is één van de grootste uitstoters van CO2 in Nederland, dus elke reductie is gewenst. Misschien kan er een innovatiekrediet komen. Een energie-innovatieregeling? Een maatwerkoplossing? Of in ieder geval íéts om Hisarna hier te houden. Want, staat in een andere mail van een ambtenaar, het project is van „enorme innovatieve importantie voor Nederland”.

Het loopt helemaal anders. Eind 2018 horen Nederlandse journalisten op een Indiase persreis van de hoogste baas van Tata Steel dat de volgende Hisarna-proeffabriek dáár gebouwd zal worden. Een woordvoerder van Tata IJmuiden zwakt dat wat af – „een formeel besluit moet nog worden genomen” – maar bevestigt dat de fabriek in ieder geval niet in Nederland komt.

Onmacht

Het besluit toont de onmacht van de Nederlandse overheid om innovatie binnen de grenzen te houden. Vorig jaar maakte chipmachinefabrikant ASML bekend dat Lighthouse, een milieuvriendelijke technologie om medische isotopen te produceren, in België wordt doorontwikkeld. Lighthouse had in 2016 van Economische Zaken het stempel ‘Nationaal Icoon’ gekregen. Maar gesprekken over subsidies duurden ASML te lang en de Belgische overheid was wél bereid met ruim 50 miljoen euro bij te springen. Ook het Amsterdamse Avantium besloot in 2016 uit te wijken naar België voor de bouw van een innovatieve bioplasticsfabriek. Economische Zaken had het bedrijf eerder nog een innovatiekrediet verstrekt van 4 miljoen euro.

En nu dus Hisarna van Tata, een manier om staal te maken met minder CO2-uitstoot. Zeker 20 procent, is de belofte. Het proces, dat al stamt uit de jaren zeventig, levert bovendien zuiverder CO2. Dat is af te vangen en op te slaan.

Ondanks miljoenen euro’s subsidie die de Indiase multinational kreeg voor de opstartfases van het innovatieproject, en ondanks lobbywerk van de premier zelf, gaat de investering die er werkelijk toe doet – de proeffabriek á 300 miljoen euro – hoogstwaarschijnlijk naar het Indiase Jamshedspur.

Tata laat in een reactie weten dat de fabriek „in de bestaande configuratie” te groot is voor IJmuiden. Daar wist het ministerie niets van, blijkt uit de opgevraagde documenten. Die tonen wel iets anders: Tata wilde veel meer geld voor het project dan de welwillende ambtenaren konden vrijmaken.

Belangrijke impuls

In 2009 weet Tata bij de Nederlandse overheid geld los te krijgen voor Hisarna. Corus – zo heet Tata in IJmuiden twee jaar na de overname door de Indiërs nog – weet dan het vernieuwende staalproject naar Nederland te halen. De vervolgstap moet zo’n 20 miljoen euro kosten. Daarvoor komt 5,5 miljoen uit een Europese subsidiepot. Tata wil ook graag 5 miljoen euro van Economische Zaken. „Het project sluit immers naadloos aan bij de milieu- en klimaatambities van het kabinet en geeft een belangrijke impuls aan de concurrentiekracht van Nederland en de kennisintensiteit”, schrijft een Tata-directeur aan toenmalig minister Maria van der Hoeven (CDA).

Bij het ministerie bestaat veel enthousiasme voor het project. De kans is groot dat het project „ook op de lange termijn in Nederland blijft”. Dan kan de CO2-winst ook het eerst in Nederland geboekt worden.

Eén ambtenaar heeft nog wel een vraagje. „In hoeverre kan Tata de in Hisarna door Corus verkregen kennis inpikken, waardoor deze kennis buiten Europa door Tata geëxploiteerd kan worden?”

Een duidelijk antwoord blijkt niet uit de opgevraagde stukken. Toch maakt het ministerie 4,88 miljoen over en kan de proeffabriek met een capaciteit van 60.000 ton ruwijzer worden gebouwd. De Tata-directeur stuurt een bedankbriefje en op de installatie komt een bordje met verwijzing, tot tevredenheid van een bezoekende ambtenaar.

Maar voor elke opschaling is meer geld nodig. En dat komt niet. Het Hisarnaproject valt tussen alle subsidiepotjes in. Ambtenaren wringen zich in bochten om een passende regeling te vinden. Een innovatiekrediet kan niet, een zelfbedachte maatwerkoplossing voor 4,8 miljoen gaat op het laatste moment niet door.

Die zuinigheid wringt, dat zien ze op het ministerie ook wel. De angst dat de proef, inclusief subsidiegelden, naar het buitenland verdwijnt, begint te leven. Blijft de technologie wel hier?

Begin 2015 mailt een ambtenaar: „Wat me vanuit NLs perspectief ongewenst lijkt is dat wij straks al het onderzoek accommoderen, maar dat op het moment dat het project de demofase of zelfs de echte hoogovenfase ingaat, een ander land de revenuen plukt. Hebben jullie daarover gehad?”

Een paar maanden later, in juni 2015, reist premier Mark Rutte zelf af naar India, om op het hoofdkantoor te vragen investeringen in Hisarna toch vooral in Nederland te doen. In het jaar erna krijgt Tata in IJmuiden 1,6 miljoen euro uit een energie-innovatieregeling van de Nederlandse overheid.

De proeven blijken succesvol. En dan wil Tata Steel een grote ‘demoplant’ bouwen. Europese subsidieaanvragen zijn onderweg, gesprekken met de Europese investeringsbanken lopen. In 2017 bespreekt het ministerie het verzoek voor een grotere bijdrage. „Het is in het belang van Nederland dat Hisarna in Nederland wordt doorontwikkeld”, luidt het bij de voorbereiding van een werkbezoek aan Tata van een aantal directeuren-generaal.

De extra subsidie komt er niet, en de fabriek dus ook niet. Het ministerie van Economische Zaken noemt dat „jammer”, maar vindt het „goed nieuws dat de technologie wordt doorontwikkeld”. Op kritische Kamervragen eind 2018 van twee VVD’ers – of dit nu een geval van „weglekken” is – antwoordt minister Wiebes (Economische Zaken, VVD) zuinigjes dat de bouw in India in ieder geval „de kans vergroot” dat er later wel een grote, werkende demofabriek in IJmuiden komt. Maar als de proeffabriek niet past in IJmuiden, zoals Tata stelt, lijkt dat niet voor de hand te liggen.

Aanvulling (15-07-2019): Tata Steel Nederland laat in een reactie weten dat een grotere versie van Hisarna wél in Nederland kan komen. Die zou volgens het bedrijf wellicht beter passen „in de configuratie” van de fabriek in IJmuiden.