ISO: daling studenten op kamers zeer verontrustend

Sinds de invoering van het leenstelsel in 2014 daalt het aantal studenten dat op kamers gaat wonen. Onder hbo-studenten daalde het vijftig procent.

De postvakjes van de studenten in De Engelenbak in Delft.
De postvakjes van de studenten in De Engelenbak in Delft. Foto Erika van 't Woud/ANP

Het aantal studenten dat op kamers gaat daalt sinds de invoering van het leenstelsel gestaag, en die ontwikkeling is „zeer verontrustend”. Dat zegt Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) maandag in reactie op cijfers die maandag het CBS maandag heeft gepubliceerd. In 2013 woonde gemiddeld 42,7 procent van de studenten binnen zestien maanden op kamers, in 2017 was dat 24,1 procent, zo blijkt uit de cijfers die CBS maandag publiceerde.

“De studententijd moet de bijzonderste tijd van je leven zijn, een tijd waarin je jezelf kunt leren kennen en ontwikkelen,” zegt ISO-bestuurslid Rico Tjepkema in een reactie op de website van de koepelorganisatie. “Uit het ouderlijk huis gaan, je eigen boontjes leren doppen en zelfstandig zijn, typische kenmerken van wat de studententijd zo belangrijk maakt.”

Het aantal studenten dat het huis uit ging aan het begin van hun studie maakte na de invoering van het leenstelsel in 2014 een flinke duik en de daling heeft doorgezet. In 2013 gingen nog zes op de tien universitaire studenten binnen zestien maanden uit huis, in 2017 was dat nog vier op de tien.

Hbo-studenten blijven gemiddeld langer thuiswonen dan wo-studenten, maar toch halveerde het aantal uit huis wonende hbo-studenten, van twee op de tien naar één op de tien.

Hoe vaak studenten op kamers gaan hangt ook samen met het inkomen van hun ouders. Het CBS verdeelt de huishoudens in drie welvaartsgroepen van gelijke omvang. Studenten uit een rijker gezin gaan het vaakst uit huis. Opvallend is ook dat jongvolwassenen op het hbo uit de laagste welvaartsgroep procent in 2007 nog het vaakst uit huis gingen. In 2017 is het aandeel op kamers wonende studenten in deze groep het kleinst: nog maar 9 procent.