Hightechviervoeters

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: De verleiding is groot om zelf door het hondenluik te kruipen.
Illustratie Eliane Gerits

Het verschil wordt met de dag pijnlijker. Ik heb een beroerd richtingsgevoel, voel me voortdurend schuldig of ik wel genoeg sport en ben altijd op zoek naar mijn huissleutels. Liggen ze op het nachtkastje, in de la of in mijn handtas? En waar ligt díe dan ook alweer?

Mijn huisgenoten daarentegen weten precies waar ze wel en niet mogen komen, houden tot de laatste stap hun inspanningen bij en lopen probleemloos het huis in en uit. Er is wel een groot verschil: het zijn golden retrievers.

Velen van ons zijn aan de stappenteller of andere elektronische meetinstrumenten. Via onze smartphone vol apps proberen we meer te bewegen. Maar het wordt tijd om toe toe te geven dat deze race allang is gewonnen door de viervoeters. Onze twee schattige honden zijn volledig up-to-date met hun technologische uitrusting. Allereerst dragen ze een elektronische verklikker die bijhoudt hoe dicht ze bij het elektrische hek rondom onze tuin komen. Een voor ons onhoorbaar hoge fluittoon waarschuwt ze. Gaan ze verder dan volgt een schok. Die potentiële schok was voor mijzelf eerst een bijna onoverkomelijke barrière. Hoe kon ik die lieverds pijn doen? Maar in de praktijk bleek één schok meer dan genoeg. Niet voor niets deed Pavlov zijn experimenten met honden.

Daarnaast dragen ze – op advies van de dierendokter, want ook honden liggen het liefst de hele dag op de bank - een speciale hondenstappenteller, de FitBark, die nauwkeurig bijhoudt hoeveel stappen ze op een dag zetten. (Trouwens, ik vraag me af hoe deze telling bij viervoeters gaat. Het zou wel eerlijk zijn als het aantal stappen door twee wordt gedeeld.)

Tenslotte is er het automatisch slot van de hondendeur, dat met een elektronisch ‘Sesam, open u’ omhoogschuift als ze ervoor staan. Vooral als ik in het donker in mijn tas sta te rommelen op zoek naar mijn huissleutels, wrijven zij mij hun technologische voorsprong in door constant in en uit het huis te lopen. Hoe moeilijk kan het zijn?

De verleiding is dan groot om zelf door de hondendeur te kruipen. Ik hoef tenslotte alleen maar even het halsbandje te lenen. Maar ik ben bang dat ik daarmee in een keer mijn natuurlijk gezag kwijt ben, als hoger management dat op de IT-afdeling zelf met computers gaat prutsen.

Dat huisdieren beter thuis zijn in de toekomst, bleek al bij de Amerikaanse immigratiedienst zeven jaar geleden. Wij werden als halve criminelen meegevoerd naar een schemerig kantoortje achteraf, waar men uitvoerig onze immigratiepaperassen bestudeerde, met name de röntgenfoto’s van onze longen en de uitgebreide vaccinatiebewijzen. Alsof we nog in de negentiende eeuw leefden en de meest vreselijke ziektes uit de Oude Wereld meenamen. Na deze urenlange ondervraging zonk ons de moed in de schoenen. Hoe zou het onze twee meegebrachte huiskatten vergaan?

Maar het omgekeerde was het geval. In letterlijk één minuut werden de chips in hun oortjes uitgelezen en hun complete medische dossiers door een computer gecontroleerd. Ze mochten zo doorlopen. Helemaal thuis in de Nieuwe Wereld.

Reacties naar pdejong@ias.edu