Recensie

Recensie Beeldende kunst

Herinnering aan de verdwenen souk van Beiroet

Tentoonstelling De Libanese kunstenaar Marwan Rechmaoui laat zich inspireren door de vele spookgebouwen in Beiroet, de stad waar hij opgroeide. Het Bonnefantenmuseum toont nu een overzicht van zijn werk.

Marwan Rechmaoui, Blue Building, 2015
Marwan Rechmaoui, Blue Building, 2015 Foto Marwan Rechmaoui

Het is een bekend beeld in steden in het Midden-Oosten: half-voltooide woningen en bedrijfsgebouwen overal aan de randen, maar ook in het centrum van de stad. De kale betonnen staketsels met puntig-uitstekende metalen bewapening en open funderingen zijn soms, onvoltooid en wel, in gebruik genomen, vaak staan ze leeg. Het is onduidelijk of de bouw definitief is stopgezet. De spookgebouwen vertonen in hun onaffe staat al sporen van verval.

Deze moderne ruïnes zijn het onderwerp van de Libanese kunstenaar Marwan Rechmaoui (1964). Hij groeide op in Beiroet, te midden van de verwoesting die het gevolg was van de Libanese burgeroorlog (1975 - 1990). Sinds 1975 is Beiroet middels ‘de groene lijn’ in tweeën gesplitst, grofweg in een westelijk islamitisch deel en een oostelijk christelijk deel.

Rechmaoui observeert hoe de stad zich aanpast aan nieuwe bevolkingsgroepen, zoals Armeense, Palestijnse en Irakese vluchtelingen. Hij houdt van bouwplaatsen waar de gelaagdheid van fundering en kelders zichtbaar is, waar een chaos van cement, grond, balken en pijlers de boel bij elkaar moeten houden. Hij zoekt naar de grenzen tussen de wijken, naar hoe de ene wijk haast onzichtbaar in de andere overgaat, en naar sporen van etnische spanningen en rivaliserende politieke ideologieën. Ook sporen van meer recente gewapende conflicten met Israël zijn zichtbaar. Rechmaoui is ervan overtuigd dat alle steden in de wereld, ook westerse steden, vergelijkbare veranderingen als die in Beiroet zullen ondergaan, en dat het onderscheid tussen de eerste en de derde wereld als gevolg van terrorisme, geweld en veiligheidskwesties zal verdwijnen.

De Libanese kunstenaar Marwan Rechmaoui, winnaar van de BACA prijs Foto Harry Heuts

Winnaar BACA prijs

Onlangs ontving Rechmaoui de Bonnefanten Award for Contemporary Art (BACA). Deze prijs wordt tweejaarlijks uitgereikt aan een „regionaal invloedrijke en gevestigde, maar in Europa nog vrij onbekende kunstenaar”. De internationale jury van BACA, onder voorzitterschap van directeur van het Bonnefanten Stijn Huijts, richtte zich dit jaar op de Arabische wereld. In het Bonnefantenmuseum is nu een overzichtstentoonstelling van het werk van Rechmaoui te zien.

Rechmaoui, opgeleid aan het Massachusetts College of Art & Design in Boston, wil met zijn werk de geschiedenis van Beiroet, en de herinneringen van de bewoners, levend houden. Monument for the Living (2002) is een replica van de Burj al-Murr, de toren die met zijn 34 verdiepingen en 441 lege vensteropeningen hoog boven de stad uitsteekt. De Murrtoren zou het grootste commerciële centrum van Beiroet worden, met kantoren, bioscopen, winkels en met parkeergarages van vier verdiepingen onder de grond. Met het uitbreken van het conflict tussen christelijke milities en Palestijnse strijders, in 1975, kwam de bouw stil te liggen en die is sindsdien niet meer hervat. Het betonnen skelet diende eerst als de ideale uitzichtpost voor scherpschutters en mortierposten. Nu blijkt het gebouw te hoog en te solide te zijn om op te blazen en staat het als onbedoeld oorlogsmonument midden in de stad. Rechmaoui maakte het exact na, ruim drie meter hoog. Hij gebruikte hiervoor specie, hetzelfde materiaal als waar de echte toren mee is gebouwd.

Marwan Rechmaoui, If I Only Had a Chance, 2019 Foto Maya Chami

Monument for the Living maakt deel uit van een serie replica’s van gebouwen waarvan de meest recente The Coop (2019) is, een structuur van beton en metaal van 320 x 400 x 122 centimeter. Het is opnieuw een exacte replica van een bestaand, onvoltooid gebouw in Beiroet. De kale constructie heeft zes verdiepingen met pijlers, je kijkt er dwars doorheen, alleen een hoekpartij met trappen is dicht. The Coop verwijst naar de Raouche Market, de souk die eerst in het centrum was en eind jaren zeventig naar de rand van de stad verhuisde, aan zee. Toen in 1981 een bom op de markt ontplofte, besloten de marktkooplieden om zich te verenigen in een coöperatie. Ze brachten geld samen en begonnen zelf met de bouw van een markthal. Maar de bouw werd opgehouden door problemen met vergunningen en corruptie, totdat de corruptie uiteindelijk ook doordrong tot in het bestuur van de coöperatie die het eigendom van het project claimde. Rechmaoui wil met The Coop de herinnering aan de verdwenen souk in leven houden.

Ook If I only had a chance (2018) gaat over herinnering. Het is een model van de koepel die de Braziliaanse, modernistische architect Oscar Niemeyer (1907-2012) bouwde als theater in Tripoli, de tweede stad van Libanon, tachtig kilometer ten noorden van Beiroet. Niemeyer, pionier van gewapend beton en beroemd door de radicaal-modernistische, visionaire stad Brasilia, ontwierp in 1963 de Tripoli International Fair, op een stuk grond langs de kust. Er verrezen vijftien open, experimentele structuren, bestemd voor tentoonstellingen, theater en culturele evenementen, en tal van fonteinen, alles in beton. De bouw kwam stil te liggen in de jaren zeventig, en het terrein werd bezet door Libanese en Syrische milities. Het koepelvormige theater is de enige overdekte constructie op de Fair. Het model van Rechmaoui, met een doorsnede van 176 centimeter, kreeg een transparante koepel van kunsthars zodat het interieur, met toneel en trappen, zichtbaar is.

Objecten zonder verhalen

De specifieke geschiedenissen rond de objecten van Rechmaoui zijn fascinerend. Het probleem is alleen dat de objecten zelf hiervan weinig prijsgeven. Dit is voor een belangrijk deel te wijten aan de steriele inrichting van de tentoonstelling, met veel ruimte rondom de afzonderlijke werken en zonder tekst. Rechmaoui wil geen teksten bij zijn werk. De vraag is dan wat deze objecten betekenen zónder de verhalen. Zonder de verhalen is het een niet heel opzienbarende tentoonstelling van hedendaagse kunst, die – vooral de serie betonnen Pilaren - associaties oproept met bijvoorbeeld het werk van een beeldhouwer als Isa Genzken.

Er is een discrepantie in dit oeuvre tussen de dramatische herinneringen van de bewoners van Beiroet en de archeologische zoektocht van Rechmaoui, en de kunstwerken die hier de uitkomst van zijn en waarvan de maker kennelijk wil dat ze op een vrij conventionele manier aansluiten bij een canon van hedendaagse kunst. Dit wringt. Het lijkt erop dat Rechmaoui dat zelf ook zo voelt, getuige zijn meest recente serie werken, Tapestries. Dit zijn minimalistische rastervormige reliëfs, op de vloer en aan de wand, gemaakt van geometrische blokjes bijenwas. Herinnering en geschiedenis zijn hier uit het werk verdwenen.