Extra geld voor scholen in kinderarme regio’s

Onderwijs Veel middelbare scholen in krimpgebieden kampen met dalende leerlingenaantallen. Nu komt er extra geld. „Dit hadden we jaren geleden moeten doen.”

Arie Slob staat de pers te woord voor aanvang van de wekelijkse ministerraad op het Binnenhof.
Arie Slob staat de pers te woord voor aanvang van de wekelijkse ministerraad op het Binnenhof. Foto Lex van Lieshout / ANP

Het probleem is „urgent” en juist daarom heeft hij „vaart gemaakt”. Problemen door de snelle daling van het aantal leerlingen in krimpregio’s hebben de volste aandacht van minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie), zo benadrukte hij maandag in een brief aan de Tweede Kamer. Slob maakte bekend de komende vijf jaar tot 48 miljoen euro uit te trekken om middelbare scholen in krimpregio’s extra te ondersteunen.

Die ondersteuning is hard nodig, concludeerde een door Slob in het leven geroepen commissie in januari van dit jaar. Het aantal leerlingen op scholen in bepaalde delen van bijvoorbeeld Groningen, Friesland en Zeeland daalt snel, onder meer door een afnemend aantal geboortes.

Lees ook over krimpgebied Stadskanaal: Verder van de snelweg kom je niet

Een van die gebieden is de Achterhoek. Hoe urgent het probleem daar is, bleek vorige week nog uit een onderzoek van Achterhoek VO, een stichting waarin veertien scholen in de regio verenigd zijn. Op dit moment wonen in de Achterhoek gemiddeld al 40 procent minder 0-jarigen dan 15-jarigen. „En dat zijn geen prognoses: dat is de huidige situatie”, zegt bestuurder van Achterhoek VO Maria van Hattum. „Als we nu niet handelen, wordt het probleem de komende jaren alleen maar groter.”

Effectieve maatregelen kosten immers tijd, weet men in de Achterhoek. Op dit moment voegt de stichting drie scholen in Doetinchem samen tot twee nieuwe. Van Hattum: „Zoiets gaat niet van de ene op de andere dag. We zijn uiteindelijk vier jaar bezig om het hele proces af te ronden.”

Het extra geld van Slob is welkom. „Maar eigenlijk hadden we dit jaren geleden al moeten hebben. Nu hebben we alles zelf moeten bekostigen.” Ook betwijfelt Van Hattum of de investering voldoende is. „Dit los je niet op met incidentele potjes, hier moet je structureel geld voor uittrekken. Er komen tijden aan waarin het overeind houden van een school hier veel duurder is dan in het westen. De principiële vraag is: willen we daar geld voor uittrekken?”

Lees ook: Krimpgemeenten heten liever krachtgemeenten

Ook Tialda Haartsen, hoogleraar rurale geografie in Groningen, denkt dat er structureler geld moet komen voor krimpregio’s. „Er wordt veel in stedelijke gebieden geïnvesteerd, ook als je het bekijkt per inwoner. Het regionale ontwikkelingsbeleid blijft gericht op groeigebieden, terwijl er weinig oog is voor de perifere gebieden.”

Juist onderwijs kan volgens Haartsen een belangrijke rol spelen in het vasthouden van talent in krimpgebieden. „Er is een grote groep die graag wil blijven, maar wel kansen nodig heeft. Het komt voor dat mensen hun kinderen naar een lager schoolniveau sturen, omdat de andere school te ver weg is. Dat is ontzettend zonde.”

Scholen kunnen de komende periode plannen indienen om aanspraak te maken op het extra geld. Soms zal het geld gebruikt worden om een school open te houden, maar, zo benoemt Slob expliciet: soms zullen scholen ook „een pijnlijke keuze” moeten maken en sluiten. Ook volgens Van Hattum moet sluiten geen taboe zijn. „Op bepaalde plekken lijken bestuurders alleen bezig met het open houden van gebouwen. Terwijl je door slim samen te werken het onderwijs soms veel beter op peil kunt houden.”