Eén verkeerde landing vanaf de toren en het water voelt als beton

Interview | Celine van Duijn, schoonspringer Celine van Duijn (26) richt zich bij het WK in Zuid-Korea op olympische kwalificatie op de tienmetertoren, het platform dat schrik aanjaagt.

Celine van Duijn werd vorig jaar op de tienmetertoren verrassend Europees kampioen in Glasgow.
Celine van Duijn werd vorig jaar op de tienmetertoren verrassend Europees kampioen in Glasgow. Foto Jeroen Jumelet/ANP

Celine van Duijn kan niet zonder pijnstillers de sprong van tien meter hoog in het zwembad maken. En dan niet van die pijnstillers die je neemt als je een keer hoofdpijn hebt. Ze kampt al jaren met het impingementsyndroom aan haar schouders. Simpel gezegd: spieren en weefsel zitten klem in een te klein gewricht wat pijn oplevert bij het springen.

Afgelopen najaar werd gezocht naar een oplossing, maar onderzoeken leverden niets op. Ondertussen verstreken de maanden. Schaven aan haar programma, een hogere moeilijkheidsgraad inbouwen in de sprongen – het kwam er niet van.

En dat terwijl de 26-jarige Van Duijn door wilde pakken na het hoogtepunt uit haar loopbaan. Voor het eerst sinds Daphne Jongejans in 1998 veroverde Nederland op een EK weer goud bij het schoonspringen. Weinig Nederlanders kregen het mee, haar winst in The Royal Pool van Edinburgh vorig jaar augustus. Pers was amper aanwezig, zo uit de lucht kwam haar Europese titel vallen. Haar prestatie sneeuwde onder op het gebundelde EK in de Schotse stad, waar Nederland grootverdiener was met 43 medailles. Haar gouden sprongen werden onderschat, geeft ze toe. „Een klein beetje. Het was zo lang geleden en ook nog eens op de toren. Dat was de eerste keer.”

Voor haar was het internationale succes net zo’n grote verrassing, begrijp haar niet verkeerd. Bloedzenuwachtig was ze voor de laatste sprong, tweeënhalve salto achterover met anderhalve schroef. Om zichzelf zo goed mogelijk te blijven concentreren, kijkt ze tijdens wedstrijden niet naar het scorebord. „Ik dacht wel voor de laatste sprong; brons is mogelijk. Ik had de kwalificatie gewonnen, dus ik wist dat ik goed in vorm was. Maar dit had ik niet voor mogelijk gehouden.”

Toevallig op de toren

Van Duijn maakte op 18-jarige leeftijd de overstap van het turnen naar het schoonspringen. Blessures dwongen haar daartoe. Door toeval belandde ze vijf jaar geleden op de tienmetertoren, het platform hoog boven het bad dat zoveel schrik aanjaagt. Nergens is de impact van het water groter; één verkeerde landing en het voelt als beton. Ze is de enige in Nederland die telkens de lange weg naar boven durft te bewandelen. „Inge Jansen en Uschi Freitag staken er destijds op de driemeterplank bovenuit. Dus vroeg de coach of ik de toren niet wilde proberen.”

Maar de toren vraagt om een speciale aanpak, die tijd en geduld vereist. Anders staat het gelijk aan sportieve zelfmoord. Wie ’m wil temmen, doet dat via tussenstapjes, torens van 5 en 7,5 meter. „De sprong deel je op in stukjes, totdat je ’m helemaal onder de knie hebt. Dan doe je hem pas vanaf de toren.” Per training zijn van tien meter hoogte slechts tien tot vijftien sprongen mogelijk vanwege de impact op het lichaam.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Van Duijn kreeg in het begin last van oorontstekingen vanwege de diepe landingen in het water. Een operatie verhielp dat euvel. En met een flink opgevoerde trainingsintensiteit ging haar niveau omhoog. De liefde bloeide op. „Het is iedere keer weer spannend als je bovenaan staat. Het is letterlijk en figuurlijk een niveau hoger. Spectaculair en gevaarlijk.”

Op het WK is een plaats bij de toptwaalf voldoende voor kwalificatie voor de Spelen van Tokio in 2020. Maar dan moet de Amersfoortse eerst wel een voorronde en de halve finale overleven. Twee jaar geleden werd ze in Boedapest nog eenentwintigste. „Ik mag geen fouten maken. Een kleine misser kan het verschil zijn tussen vreugde of verdriet.”

Mocht het op het WK niet lukken, dan volgt een herkansing op het EK in Kiev, begin augustus. Prolongatie van de Europese titel zou alsnog een olympisch ticket opleveren.

Haar voorbereiding op het WK was verre van optimaal. Pas in april kon Van Duijn weer de moeilijkste sprongen aan. Ondertussen reisde ze de hele wereld over voor de World Series, wedstrijden waar alleen de wereldtop aan mee mag doen. Om de twee weken was ze een weekje thuis. Rusten, de kleren wassen en weer in het volgende vliegtuig.

Lees ook: Vloeiend het water in, zonder te spetteren

Een mentale kwestie

Toch is Van Duijn langzaam weer in topvorm gekomen. Een paar weken geleden sprong ze in Madrid haar op een na hoogste puntentotaal ooit (307 punten). „Fysiek zit het wel goed, nu is het vooral een mentale kwestie. Kan ik vijf sprongen afleveren die goed genoeg zijn? Ook al bulk je van het zelfvertrouwen, de kans op een foutje blijft aanwezig.” Juist daar was ze vorig jaar tijdens het EK niet op te betrappen. Ze leverde een vrijwel foutloze serie af, waar concurrenten de mist in gingen. Haar jurytotaal van 319 punten zal in Zuid-Korea genoeg zijn voor een plek in de finale.

Voor toeschouwers is bij het schoonspringen een foutje met het blote oog amper waar te nemen, behalve bij de landing. Te veel opspattend water is nooit goed. Juist daar ligt, volgens de juryleden, de zwakte van de Nederlandse springsters, die langer en breder zijn dan de vaak jonge en kleine Aziatische vrouwen. „De positie van de handen hebben we aangepast zodat we hopelijk minder aftrek krijgen. Tijdens wedstrijden komt dat er nog niet altijd uit. Het is nog geen automatisme. Ergens voelt het oneerlijk, want naar de rest van de sprong kijken ze soms amper.”