Opinie

Een bitterzoete omarming

Danielle Pinedo

Zouden ze zich schamen, de mensen die als kemphanen vochten over het Holocaust Namenmonument? Het flitste door mijn hoofd toen ik vorige week de NOS-beelden zag na de uitspraak van de rechter. Die bepaalde: u mag bouwen. Aan beide zijden werden harde verwijten gemaakt. Een tegenstander noemde het gemiddeld 4,38 meter hoge bouwwerk van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind ‘een attractie’. Jacques Grishaver van het Auschwitz Comité zei: „Buurtbewoners die in huizen wonen waar mijn familie woonde, wilden niet uitkijken op een monument dat hen herdenkt. Ze willen hun namen uitwissen.”

De Holocaust blijft een beladen onderwerp. Zeker in Nederland, waar 75 procent van de Joden gedeporteerd en vermoord werd. En toch miste ik de redelijke stem in het debat. Zou het mogelijk zijn: een voor- en tegenstander die elkaar laten uitpraten?

Emeritus hoogleraar sociologie Abram de Swaan (1942) en directeur Emile Schrijver (1962) van het Joods Historisch Museum en het Nationaal Holocaust Museum, willen het experiment aangaan. We spreken af in het Weesperplantsoen, waar het Namenmonument moet verrijzen – mits tegenstanders niet in beroep gaan bij de Raad van State. De Swaan arriveert per mountainbike, Schrijver lopend. Ze kennen elkaar „van het handenschudden”.

Hun aandacht wordt getrokken door het geplastificeerde briefje dat iemand in het park heeft achtergelaten: ‘Sorry mijnheer Grishaver, dit heeft niets van doen met ‘discriminatie’ [..] Dit heeft alleen te maken met hoge muren en (weer) gebieds-annexatie’.

„Klerelijers”, roept De Swaan, die vindt dat het monument er nooit zonder input van experts en buurtbewoners had mogen komen. Hij verwijt Schrijver dat die zich „als gezaghebbende stem” onvoldoende in het debat heeft gemengd. Maar hij beseft ook dat „het verschrikkelijke vingertje van het Auschwitz Comité” tot „koudwatervrees” kan leiden.

Schrijver zegt dat hij geen olie op het vuur wilde gooien. Nadat wijlen burgemeester Eberhard van der Laan het Namenmonument had omarmd, was een genuanceerde discussie niet echt meer mogelijk, vindt hij. Het debat werd door extremen gekaapt: links de mensen die het monument belachelijk vinden, rechts degenen die elke vorm van verzet als antisemitisme beschouwen. „Maar niet doorgaan zou na die omarming niet reëel zijn geweest.”

We praten over wat hen bindt. De mannen zijn allebei Joods („Ik ben een van de weinige ‘vader-Joden’ die daar niet gefrustreerd over is”, grapt Schrijver). Hun vaders waren ondernemer. En ach, zó veel verschillen ze nou ook weer niet van mening. „Ik ben het voor 90 procent met je eens”, zegt Schrijver. De Swaan antwoordt dat hij naar de opening gaat. „Want je kunt ook heel goed herdenken bij een slecht monument.”

Danielle Pinedo schrijft tijdens de zomer enkele columns op deze plek.