Componist Kate Moore en haar vader Chris Moore.

Foto Andreas Terlaak

Bewegingen van ruimteafval als basis voor een compositie

Klassiek Space junk is een multimediacompositie over ruimteschroot. Componiste Kate Moore baseerde zich op modellen van haar vader, natuurkundige Chris Moore.

We zien het niet, maar het is er wel: ruimteafval. Alles wat we de ruimte inschieten – en dat is steeds meer – wordt vroeg of laat afval. Dat we het niet zien, betekent niet dat we er geen last van kunnen hebben. Natuurkundige Chris Moore vertelt over een beroemd incident met een spaceshuttle die terugkeerde op aarde met een vuistgrote braam in de voorruit – er was een losgeraakt verfschilfertje tegenaan geknald. Op snelheden van 30.000 kilometer per uur („negen keer zo snel als een kogel”) wordt het kleinste voorwerp een levensgevaarlijk projectiel. Nu zitten de meesten van ons niet geregeld in een spaceshuttle, maar we gebruiken wel internet, tv, navigatie, telefoon. Daarvoor zijn we afhankelijk van een forse vloot satellieten, en die lopen wel degelijk gevaar.

Chris Moore weet waar hij het over heeft. Hij bemant het pittoreske Mount Stromlo Observatory buiten de Australische hoofdstad Canberra, dat een belangrijke bron van data is over wat er zoal rond de aarde zweeft. Chris Moore is ook de vader van de Australisch-Nederlandse Kate Moore, een van de prominentste componisten van haar generatie. Haar nieuwste werk, Space junk voor het ensemble Asko|Schönberg, baseerde Kate op data van haar vader. De wereldpremière op 3 april tijdens het Minimal Music Festival in Amsterdam kreeg een enthousiaste ontvangst. Vrijdag wordt Space junk herhaald op het klassiek-in-de-openluchtfestival Wonderfeel in ’s-Graveland.

Space junk is overigens niet de eerste keer dat vader en dochter Moore samenwerken. Tijdens haar compositiestudie aan de Australian National University in Canberra maakte Kate al een verklanking van satellietbewegingen die Chris had gevolgd. „Ik had een vak ‘algoritmecompositie’, en het leek me interessant om satellieten als data te gebruiken. Maar dat was vooral een technische exercitie”, zegt Kate. Space junk is van een andere orde.

Van vader Chris kreeg Kate Moore de data van vijftig objecten die in een regelmatige baan om de aarde cirkelen. „Die tracking-kaarten zien er trouwens uit als pianorollen”, zegt ze – zo’n vreemde stap is het dus niet, van ruimteafval naar muziek. De bewegingsdata zette Moore om in dynamische muziek die beweging suggereert, nu eens ver weg, dan weer dichtbij, en zo de ruimte tot klinken brengt. Die ‘vertaling’ vormt het grondplan van Space Junk.

Lees ook dit interview met Kate Moore uit 2018: ‘In mijn muziek streef ik naar een chemie tussen klanken’

Moore is nerveus: Space junk is een enorme operatie, met live ensemble, elektronica en projecties. Het opbouwen in de Grote Zaal van het Muziekgebouw aan ’t IJ heeft nogal wat voeten in de aarde. „We bouwen niet elke dag een ruimteschip”, knipoogt producent Justus Vriesen van Asko|Schönberg. Het podium staat vol slagwerk, waaronder een waterorgel en diverse fietswielen op standaards, die verwijzen naar de satellietbanen. Op de hoeken staan ondiepe vierkant bakken van hout. Aan ijzeren kettingen erboven hangen enorme ijsblokken, ook het druppelen van smeltwater wordt uitversterkt. Het geheel baadt in een spectaculair lichtplan van Floriaan Ganzevoort. Dan zet concertmeester Joe Puglia een hypnotiserende vioolsolo in en we zijn vertrokken.

De Amerikaanse astronoom Donald Kessler voorspelde in 1978 het scenario dat bekendstaat als het Kesslersyndroom: botsingen van ruimteafval zullen een kettingreactie op gang brengen, waarbij steeds grotere hoeveelheden puin bepaalde orbits (omloopbanen rond de aarde) onbegaanbaar zullen maken. In het ultieme geval kunnen er dan geen satellieten of ruimtesondes meer kunnen worden gelanceerd, zodat de mensheid zichzelf effectief heeft opgesloten op de aarde.

Engagement is Moores tweede natuur, en toen Asko|Schönberg haar vroeg om een groot werk te componeren over ‘space’ dacht ze onmiddellijk aan de modellen van haar vader. Space Junk is allereerst een kunstwerk, maar ook een poging de gevaren van ruimtevervuiling onder de aandacht te brengen. De datum van de komende uitvoering, een dag voor de vijftigste verjaardag van de maanlanding, is dan ook pregnant.

Wordt het tijd voor een grote ruimteschoonmaak? Bekijk deze NRC-video.

Moore noemt Space Junk „een opera zonder zangers”. Er zitten wel stemmen in het werk, op de elektronische geluidsband, maar gezongen wordt er niet. Bij het componeren had ze Michelangelo’s beroemde fresco De Schepping van Adam in de Sixtijnse Kapel in gedachten, waar Adam en God elkaar bijna aanraken. Wat als daar ruimteafval tussenkomt? Ze ziet het fresco als metafoor voor de verbinding tussen hemel en aarde, en onze dreigende kosmische eenzaamheid als we die verbinding verliezen.