Beter pensioen? Jonge parttimer grijpt mis

Pensioenen Het kabinet wil een eerlijker en transparanter pensioenstelsel. Toch dreigt een groep de dupe te worden.

Foto Getty Images

Veel uren maken in je jonge jaren wordt in het nieuwe pensioenstelsel belangrijker voor wie een mooi pensioen bij elkaar wil sparen. Voor één groep in het bijzonder pakt dat nadelig uit: parttime werkende jongeren. In de praktijk zijn dit vooral jonge moeders, die na hun zwangerschapsverlof minder gaan werken of helemaal stoppen. Dat maakt de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen, die in Nederland al relatief groot is, niet kleiner.

De oorzaak hiervan is een van de kernpunten van het nieuwe pensioenstelsel, waarover het kabinet vorige maand overeenstemming bereikte met vakbonden en werkgevers: de afschaffing van de zogeheten ‘doorsneesystematiek’.

De doorsneesystematiek houdt in dat alle werknemers, jong en oud, voor een euro premie hetzelfde toekomstige pensioenbedrag krijgen. En dát betekent dat jongeren relatief veel meebetalen aan de pensioenopbouw van de oudere werknemer, omdat hun inleg veel langer rendeert.

Dat is een eerlijk systeem als iedereen haar of zijn hele leven bij hetzelfde pensioenfonds of dezelfde pensioenverzekeraar blijft. In de eerste helft van hun loopbaan betalen mensen in feite te veel, en in de tweede helft te weinig, maar per saldo komt het uit.

Maar zo verloopt een loopbaan, en dus een pensioenopbouw tegenwoordig zelden meer. Mensen wisselen vaker van baan en kunnen bijvoorbeeld op hun vijftigste zzp’er worden. Dat betekent dat ze het pensioenfonds op die leeftijd verlaten en de voorgaande jaren dus wél te veel hebben betaald, maar in de tweede helft van hun loopbaan niet meer kunnen profiteren van de relatief lage premie.

Daarom moet de pensioenopbouw persoonlijker en transparanter, vindt het kabinet. In het nieuwe stelsel wordt de herverdeling tussen generaties afgeschaft. Dat maakt dat de uren die je in je jonge werkende leven maakt en het pensioen dat je op dat moment opbouwt, zwaarder wegen voor de hoogte van je toekomstige pensioen dan in de huidige regeling.

Wie zijn de winnaars, en wie de verliezers? Wat het pensioenakkoord voor jou betekent

„Het klinkt misschien wat ouderwets, maar in de praktijk zijn het vooral vrouwen die in hun jonge jaren minder uren maken omdat ze voor de kinderen zorgen”, zegt actuaris Johan Nieuwersteeg van adviesbureau Triple A. Dat deze groep nu benadeeld wordt, vindt hij niet wenselijk.

Parttime werken

Ouderwets of niet, het is een feit dat 37,6 procent van de vrouwen minder of helemaal niet meer gaat werken na zwangerschapsverlof, aldus de jongste Emancipatiemonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Terwijl dat in het nieuwe stelsel precies de jaren zijn waarin je veel uren zou moeten maken, om een redelijk pensioen op te bouwen.

Ook jonge vrouwen zónder kinderen werken vaker parttime dan mannen. Van de vrouwen die net klaar zijn met hun mbo-opleiding werkt 73 procent in deeltijd, van de vergelijkbare mannen 35 procent, aldus het SCP-rapport Werken aan de start (2018). Voor hbo-vrouwen en -mannen is dat respectievelijk 49 en 21 procent.

Marike Knoef, hoogleraar economie in Leiden en directielid bij kennisnetwerk Netspar: „In het huidige stelsel heb je een voordeel als je als jongere parttime werkt, door de herverdeling van jonge naar oude werkenden. Dat voordeel raak je kwijt in het nieuwe systeem.”

Hoe groot het effect is, hangt af van veel factoren. Actuaris Nieuwersteeg heeft het uitgerekend voor iemand met een modaal salaris die op jonge leeftijd tien jaar lang een dag per week minder werkt. De maandelijkse pensioenuitkering is dan al gauw 6 à 7 tientjes lager dan in het huidige stelsel.

Pensioenkloof

Vergeleken met andere EU-landen is de kloof in pensioenopbouw tussen vrouwen en mannen in Nederland relatief groot. Volgens de rijkelandenclub OESO bouwen mannen hier gemiddeld 42 procent meer pensioen op dan vrouwen.

Johan Nieuwersteeg denkt niet dat die kloof de komende jaren nog breder wordt. „Als de huidige jonge moeders over 35 jaar met pensioen gaan, denk ik dat het beloningsverschil omlaag is gegaan en het aantal gewerkte uren onder vrouwen omhoog. Maar als deze vrouwen in hun jonge jaren meer parttime blijven werken dan mannen, zal dat er zeker aan bijdragen dat ze achterblijven in hun pensioenopbouw.”

Is dat erg? Velen denken van niet. Volgens SCP-onderzoek uit 2018 vindt 37 procent van de vrouwen het niet belangrijk om financieel zelfstandig te zijn. Uit datzelfde onderzoek blijkt overigens dat de meeste gehuwde stellen zich ook niet realiseren dat zij bij de 40 procent huwelijken kunnen horen die op de klippen lopen – waarna de vrouw er alleen voor kan komen te staan.

Actuaris Nieuwersteeg vindt het daarom wél problematisch dat jonge parttimers, in de praktijk meestal vrouwen, benadeeld worden in het nieuwe pensioenstelsel. Anno 2019 zou je geen verschil moeten maken tussen de seksen, meent hij. De overheid zou dat nadelige effect kunnen compenseren, zegt Nieuwersteeg. Die kan de toeslag voor kinderopvang laten vervallen en elke werknemer met een kind een vergoeding geven. De werknemer mag dan bepalen of het geld naar de opvang gaat of gebruikt wordt om de ontbrekende pensioenopbouw te compenseren. Zo voorkom je dat parttime werkende ouders gestraft worden met een lagere pensioenopbouw, terwijl fulltime werkende ouders wel subsidie krijgen voor de kinderopvang, aldus Nieuwersteeg.

Nadelig

Hoogleraar Knoef merkt wel op dat vrouwen nu amper meer uren gaan maken nadat ze een aantal jaren in deeltijd hebben gewerkt. Er is zelden sprake van een tijdelijke parttime-periode – meestal loopt die door tot aan de pensionering. Daardoor hebben veel vrouwen in de praktijk niet het ‘pensioenherstel’ in de tweede loopbaanhelft gehad dat nu in de kabinetsplannen verloren gaat.

Maar: vrouwen van nu zijn hoger opgeleid dan ooit, maken meer betaalde uren en doen relatief minder in de huishouding. Veranderende sociale normen vergroten de kans dat ze in de toekomst wél weer vaker fulltime gaan werken. De hamvraag is daarom, volgens hoogleraar Knoef, wat de jonge vrouwen van nu gaan doen: „Gaan ze méér uren werken na hun 45ste, of blijven ze parttimers? In het eerste geval pakt de afschaffing van de doorsneesystematiek nadelig voor hen uit.”