Van dit kwartet wordt goud verwacht in Tokio

Roeien De dubbelvier heeft prioriteit voor de Nederlandse roeibond. Vooralsnog lijken de investeringen het gewenste rendement op te leveren.

De mannen-dubbelvier behaalde brons bij de wereldbekerwedstrijd in Zevenhuizen, achter winnaar Polen en nummer twee Duitsland,
De mannen-dubbelvier behaalde brons bij de wereldbekerwedstrijd in Zevenhuizen, achter winnaar Polen en nummer twee Duitsland, Foto Olaf Kraak/ANP

Er zijn vier mannen en een boot. Koen, Tone, Abe en Dirk zijn oersterke kerels, die samen een speciale roeiboot bemannen. In bondsjargon: een prioriteitsboot. De dubbelvier, de boot die over een jaar bij de Spelen in Tokio wordt geacht olympisch goud te winnen.

Het is nogal wat, een roeiploeg nu al met torenhoge verwachtingen opzadelen. Maar zowel technisch directeur van de bond Hessel Evertse als coach Eelco Meenhorst kent geen twijfel. Deze boot, bemand door de krachtpatsers Koen Metsemakers, Tone Wieten, Abe Wiersma en Dirk Uittenbogaard, kán olympisch kampioen worden – is hun overtuiging. Goud is de doelstelling.

Slagroeier Metsemakers blijft er stoïcijns onder. De afgestudeerde tandarts voelt wel druk, „maar prettige druk”. Hij en zijn roeimaten streven naar het hoogst haalbare. „Hoe leuk roeien ook is, je wilt deel uitmaken van een winnende boot; je wilt olympisch goud. Dat speciale gevoel kun je bijna proeven, nu de roeibond en [sportkoepel] NOC*NSF ons faciliteren en vertrouwen geven. We voelen ons enorm gesteund.”

De dubbelvier is een ambitieus project, uitgerekend op het onderdeel waarin Nederland al twee decennia amper presteert: het scullen, oftewel roeien met twee riemen. Gestimuleerd door het olympisch goud van de Holland Acht bij de Spelen van Atlanta (1996) waren de Nederlandse boten sindsdien vooral succesvol met mannen en vrouwen die aan één riem trekken, het boordroeien.

Scullen verwaarloosd

Bondscoach Meenhorst werd bij zijn aantreden in 2013 getroffen door de verwaarlozing van het scullen. Zo veel kwaliteit met zo weinig rendement, het kon er bij hem niet in. Hij maakte roeiers weer enthousiast voor de techniek met twee riemen. De Spelen van Rio kwamen te vroeg om een project van de grond te tillen, maar op weg naar Tokio kreeg scullen een herwaardering. Een kwestie van talentherkenning en kansberekening, redeneert Meenhorst, die voor een boot met een sterk olympisch profiel uitkwam bij de mannen-dubbelvier.

Het kostte Meenhorst, voormalig judoka en gewezen zakenman, een winter om tot de ideale samenstelling van de dubbelvier te komen. Testen, rouleren en na veel denkwerk vaststellen dat de bezetting van vorig jaar op één plek gewijzigd moest worden. De coach verving Stef Broenink afgelopen voorjaar door Wieten vanwege diens uitzonderlijke fysieke kwaliteiten en denkt daarmee de Fabulous Four gevonden te hebben.

Brons voor de dubbervier bij de wereldbeker.

Foto OLAF KRAAK/ANP

Zijn bevestiging kreeg Meenhorst zes weken geleden op de Rotsee in Luzern waar de dubbelvier Europees kampioen werd door onder andere wereldkampioen Italië te verslaan. Een opluchting, zegt Metsemakers. „We hebben weinig wedstrijden en de EK waren een belangrijke test. We wisten dat we goed waren, maar het is fijn om dat bekrachtigd te krijgen. Een stimulans om op de ingeslagen weg door te gaan.” Die moet eind augustus eindigen bij de WK in het Oostenrijkse Linz-Ottensheim, waar de wereldtitel lonkt en een plaats in de top-zes kwalificatie voor de Olympische Spelen betekent.

Vooralsnog lijkt de investering van de roeibond in de dubbelvier het gewenste rendement op te leveren, maar de voorkeursbehandeling gaat wel ten koste van andere boten. Kwestie van geld, zegt technisch directeur Evertse. Of beter geformuleerd: gebrek aan voldoende geld. Volgens hem is indringend gekeken naar de internationale potentie van elke boot, waarna bij de mannen de dubbelvier en de Holland Acht tot prioriteitsboot werden uitverkoren. Die kunnen zich zorgeloos op de Olympische Spelen voorbereiden.

Het totale budget van 2,8 miljoen euro voor toproeien is niet toereikend om in alle olympische klassen boten voluit te steunen, zegt Evertse. „Op de wereldbudgetlijst staat Nederland elfde, dat zegt genoeg. Ter vergelijking: Groot-Brittannië beschikt over 9 miljoen euro per jaar, Australië en de Verenigde Staten elk over 7 miljoen. Budgettair zitten wij nog op het niveau van 2012, terwijl topsport 35 procent duurder is geworden. Ik vind dat er meer geld beschikbaar moet komen. De markt? Heel moeilijk, voor een kleine sport als roeien.”

Lees ook: Zij bewijst dat het kan: een stuurvrouw op een mannenboot

Geen geldzorgen

Metsemakers en zijn maten in de dubbelvier worden voorlopig niet gehinderd door geldzorgen. Zij hebben andere bekommeringen, zoals het inleveren van vrije tijd. De route naar de Spelen vereist bijna fulltime beschikbaarheid. Studeren is er het komende jaar voor Metsemakers: bijna niet bij. „Ik heb het zo geregeld dat ik voor mijn studie kaakchirurgie toch een paar vakken volg. Nadat ik was afgestudeerd als tandarts heb ik me een jaar volledig op het roeien gestort. Dat beviel niet. Ik moet er iets naast doen. Ik heb gewoon afleiding nodig.”

Verder hoor je Mestemakers niet klagen. Hij kan onbekommerd scullen, zijn favoriete roeistijl. „Het is net wat fijner dan boordroeien. En ik heb er feeling voor. Sommigen noemen scullen pielen, maar ik vind dat gepriegel juist lekker. Laat anderen maar beuken aan één riem.”