Thomas De Gendt is de ultieme rittenkaper

Tour de France De Belgische renner Thomas De Gendt heeft ontsnappen uit een peloton tot kunst verheven. Hij reed zaterdag 200 kilometer op kop en won de etappe.

Thomas De Gendt, winnaar van de achtste etappe.
Thomas De Gendt, winnaar van de achtste etappe. Foto Christian Hartmann/Reuters

De held van een etmaal geleden komt als eerste van zijn ploeg bij zijn bus aan, in absolute anonimiteit, het contrast met zaterdag kan niet groter hier aan de Avenue de Velay van Brioude, in de Auvergne. Thomas De Gendt (32) geeft zijn fiets af aan iemand van de begeleidingsstaf bij Lotto Soudal, prikt zijn bril door de voorste twee gaten van zijn helm, en begint kalmpjes te vertellen wat zijn ploegmakker en landgenoot Tiesj Benoot daarnet misschien beter had kunnen doen, had hij deze zondag ook voor een stunt willen zorgen. „Het is jammer dat-ie niet net wat rapper is”, zegt De Gendt, de man die ontsnappen uit een peloton tot kunst heeft verheven.

Precies 24 uur geleden werd hij na de finish in mijnstad Saint-Étienne overlopen door de media. Hij had zojuist een van de grootste prestaties uit zijn loopbaan geleverd door in de achtste etappe 200 kilometer op kop te rijden, en in extremis uit de klauwen van ’s werelds sterkste renners te blijven, ook toen zij op de Côte de la Jailliere, vijftien kilometer voor het einde, volop jacht op hem maakten. Maar wat Julian Alaphilippe en Thibaut Pinot ook probeerden, ze kregen de man uit het Vlaamse Semmerzake niet meer te pakken, zagen hem in de verte zijn rug rechten en zijn handen van ongeloof naar zijn helm grijpen.

In een eerder stadium van de rit moesten hardrijders Alessandro De Marchi, Ben King en Niki Terpstra ook afhaken, omdat ze bij lange na niet over de trapkracht van de Vlaming beschikten. De Gendt had een heel peloton op een hoop gereden. Hij voelde zich zaterdag zo sterk dat hij op zeventig kilometer van het einde al begon te denken aan de zege, zijn tweede etappe in de Tour, na die kolderieke rit in 2016, naar de Mont Ventoux, waar Chris Froome het op een lopen zette. De Gendt won ook al etappes in de Giro en de Vuelta.

Hartmonitor

Hij blijkt de ultieme rittenkaper, bereidt zijn aanvallen tot in het minieme voor. Aan de vooravond van een ronde kruist hij de etappes aan waar de kans groot is dat én de sprinters zich geen raad weten, én de klassementsrenners zich gedeisd houden. Zo’n dag was zaterdag, want van Mâcon naar Saint-Étienne lagen zeven gecategoriseerde cols, en tussendoor leek het landschap op een hartmonitor. Bovendien zoog het slechte wegdek de wielen vast. Het routeboek gaf vierduizend hoogtemeters aan. Een hel van een rit, perfect voor De Gendt. Het waren de inspanningen van twintig minuten waar hij in het Spaanse Calpe op had getraind. Hij berekende zelfs de wattages die hij moest wegduwen om voorop te blijven. Vijfeneenhalf uur lang had hij een verbijsterend vermogen geleverd. Het kan dus, in de Tour een dag vooraan rijden en dan de etappe winnen. Maar dan moet alles kloppen.

Dat deed het bij collega Tiesj Benoot net niet, zondag. Hij kreeg de snelle Zuid-Afrikaan Daryl Impey mee naar de finish, en wist met zijn spichtige lichaam dat hij kansloos was in de sprint. Als troost kreeg hij de prijs voor de strijdlust. „De Tour is nog lang”, zei Benoot. „Ik hoop op een volgende kans.”