Orbáns volgende mikpunt: de wetenschap

Hongarije De wetenschapsacademie in Hongarije staat sinds vrijdag onder controle van de regering-Orbán. „Een bijzonder instituut dat al veel catastrofes en regimes overleefd heeft. Altijd met een combinatie van veerkracht en collaboratie.”

Betoging voor behoud van de academische vrijheid, begin juni, voor het neo-renaissancistische gebouw van de Hongaars Academie voor Wetenschappen in Boedapest.
Betoging voor behoud van de academische vrijheid, begin juni, voor het neo-renaissancistische gebouw van de Hongaars Academie voor Wetenschappen in Boedapest. Foto Zoltan Balogh/EPA

Het begon vorig jaar met een e-mail van het net opgerichte ministerie voor Innovatie en Technologie aan het bestuur van de Hongaarse Academie van Wetenschappen. De aankondiging van een nieuwe wet waarmee de aansturing, financiering en prioriteiten van de bijna tweehonderd jaar oude wetenschapsacademie (MTA) volledig op de schop zouden gaan. Als de geleerde heren daar iets op aan te merken hadden, waren aanmerkingen en suggesties uiteraard welkom. De deadline: 54 minuten na het moment dat de e-mail in juni 2018 binnenkwam.

„Een belachelijk korte termijn voor zo’n majeure verandering”, zegt MTA-bestuurder Gergely Bohm in één van de statige zalen van de academie, vol opgepoetst antiek meubilair en verweerde wandkleden. „Als de overheid zuivere intenties zou hebben om onderzoek en innovatie te verbeteren, is dit niet de manier om onderhandelingen met het voornaamste wetenschappelijke instituut van het land te beginnen.” Hij zegt het niet hardop, maar de grip van de regering kan maar één ding betekenen: inperking van wetenschappelijke onafhankelijkheid.

Caroline de Gruyter interviewde met de Orbán-biograaf: hoe manifesteert de Hongaarse premier zich in Europa?

Het is niet de eerste aanval op de academische vrijheid in Hongarije door de populistisch-nationalistische regering van premier Viktor Orbán. Een jaar eerder maakte een nieuwe hogeronderwijswet al het voortbestaan van de Centraal Europese Universiteit (CEU) in Boedapest vrijwel onmogelijk. Internationale ophef en bemoeienis uit Brussel konden niet voorkomen dat de gerenommeerde universiteit – na de val van het communisme door miljardair-filantroop George Soros opgericht om bij te dragen aan „open en democratische samenlevingen” – komend collegejaar uitwijkt naar Wenen.

Zwijgen doorbroken

De nationale wetenschapsacademie kan moeilijker het land uit worden gepest. „Wij zijn hier volledig geworteld”, zegt Bohm. Maar ze kan wel haar autonomie worden ontnomen, waardoor ze zowel haar betrouwbaarheid en internationale aanzien als beste onderzoekers dreigt te verliezen.

De concrete transformatie van het instituut is dat haar vijftien onderzoekscentra vanaf september aangestuurd worden door een bestuur van dertien leden van wie er zes direct door het ministerie worden aangewezen. Het ministerie en de academie mogen samen een voorzitter kiezen, maar als ze het daar niet over eens worden, benoemt de premier zelf iemand. Zo slaat de balans door naar overheidscontrole.

Het budget van het instituut wordt verhoogd, maar valt voortaan volledig onder het ministerie. De wet die een jaar geleden per mail was aangekondigd, werd vrijdag definitief toen president János Áder zijn handtekening eronder zette.

Tot nu toe hield de leiding van de academie zich stil, in de hoop dat achter de schermen een compromis mogelijk zou zijn. Waar de CEU publiekelijk, maar tevergeefs, de confrontatie zocht, gaf de academie slechts een enkele persconferentie. In protesten voor academische vrijheid dit voorjaar liepen medewerkers van de MTA voorop, maar zonder bemoeienis van het bestuur.

Nu de wet een voldongen feit is, wil één bestuurslid wel praten: econoom Gergely Bohm, verantwoordelijk voor de internationale betrekkingen van het instituut. Al kan ook hij de volledige consequenties op dit moment nog niet overzien. „Tot op de dag van vandaag hebben we geen coherente strategie gezien hoe de overheid innovatie wil stimuleren. Noch waarom deze enorme structurele wijziging daarvoor nodig is”, zegt Bohm. De enige zekerheid die hij heeft is dat belangrijke voorwaarden voor gedegen onderzoek verdwijnen. „De minister zegt dat onze onafhankelijkheid niet ter discussie staat, maar in het nieuwe systeem ontbreken garanties voor institutionele en financiële autonomie.”

‘Beter dan welk instituut ook’

In zijn kantoor op enkele minuten lopen van de MTA benadrukt Zoltan Kovacs, Orbáns internationale woordvoerder, dat de regering het innovatiebudget met een derde verhoogt. De herstructurering is volgens hem nodig om de academie „effectief, efficiënt en in het belang van Hongarije” te laten opereren.

Als argument stelt de regering dat de academie internationaal gezien slecht presteert, maar volgens Bohm is het tegendeel waar. „De regering vergelijkt ons met Israël, dat geeft ruim 4 procent van het bruto binnenlands product uit aan onderzoek en ontwikkeling [Hongarije 1,35 procent, red.]. Per euro investering scoren wij, qua publicaties en beurzen, Europees en internationaal uitstekend. En beter dan welk ander Hongaars instituut dan ook.”

Lees ook: zo knevel je de kritische pers in Midden-Europa

Nu wetenschappelijk research op papier onder toezicht van de regering komt te staan, lijkt het een kwestie van tijd tot inhoudelijke bemoeienis volgt. De betrokken minister, ingenieur László Palkovics, heeft gezegd dat analyses van regeringsbeleid door de academie politiek gemotiveerd zouden zijn. Vooral voor onafhankelijk historisch, sociaal en linguïstisch onderzoek wordt gevreesd. Bohm: „Er zijn geruchten dat sommige onderzoeksinstituten ontmanteld zullen worden.”

Buiten de academie bemoeit de regering zich al sterk met duiding van de Hongaarse identiteit, geschiedschrijving en taalkunde. Bestaande instituten zijn overgenomen en nieuwe opgezet die bijvoorbeeld tot doel lijken te hebben de nazi-collaboratie en het belang van de mislukte revolutie van 1956 te bagatelliseren. Een ander speerpunt is de Hongaarse taal. „Om mij onduidelijke reden vindt de regering het heel belangrijk dat wetenschappelijk wordt aangetoond dat die niet bij de Fins-Oegrische taalfamilie hoort”, zegt Bohm. Vorig jaar werd een Instituut voor Hongaarse Studies in het leven geroepen dat zich onder meer daar op zal toeleggen.

Bij de betoging voor het behoud van de academische vrijheid in Boedapest. Foto Marton Monus/EPA

Het hoeft niet zo te zijn dat de sectie geesteswetenschappen van de academie in de toekomst ook de opdracht krijgt onderzoek te doen waarbij de wenselijke uitkomst bij voorbaat vaststaat. Het kan evengoed dat deze geleidelijk geen fondsen meer krijgt en doodbloedt ten bate van „de parallelle instituten die het regeringsbelang dienen”, aldus Bohm.

Op korte termijn is Bohms voornaamste zorg dat de beste onderzoekers vertrekken. „We zien nu al dat het vertrouwen zo laag is, en de chaos en onduidelijkheid zo groot, dat getalenteerde mensen die buiten Hongarije een baan krijgen aangeboden, die accepteren. Onze prestaties als instituut, zoals het aantal publicaties en beurzen, zijn volledig afhankelijk van individuen, dus die krijgen dit jaar al een klap.”

Leegloop gevreesd

Onbekend is hoeveel van de drieduizend onderzoekers die de academie telt, zijn vertrokken of dat van plan zijn. Stefano Bottoni (Italiaanse vader, Hongaarse moeder) gaat na tien jaar als senior onderzoeker bij de academie Oost-Europese geschiedenis doceren in Florence. „Twee jaar geleden had ik die overstap niet gemaakt, maar we weten zeker dat de regering de teugels dit najaar zo gaat aanhalen dat van onze academische vrijheid weinig overblijft”, zegt hij. „Wat de regering doet is een nieuwe culturele hegemonie en paradigma vestigen. Daarin wordt de academie gezien als iets liberaals, iets vijandigs dat verslagen moet worden.”

Lang nam Bottoni het de leiding van de academie kwalijk dat ze niet feller in verzet kwam. En hij vindt dat de academievoorzitter, de gelauwerde wiskundige László Lovász, moet opstappen nu is gebleken dat diens diplomatieke strategie niets heeft opgeleverd. Maar hij heeft meer begrip gekregen voor de onzichtbare houding van het bestuur. „De MTA is een bijzonder instituut dat al veel catastrofes en regimes overleefd heeft. Altijd met een combinatie van veerkracht en collaboratie.”

Gergely Bohm formuleert voorzichtiger, maar ziet de toekomst niet hoopvol in. „Wij zijn niet tegen verandering, maar de hervorming van de academie zoals die zich nu voltrekt, gebeurt zonder enig vertrouwen of steun van de wetenschappelijke gemeenschap. Op termijn kan deze niet anders dan falen.”

Correctie (14 juli 2019): De kop van dit artikel was eerst ‘Orbáns volgende slachtoffer: de wetenschap’. Dat was te sterk geformuleerd. ‘Slachtoffer’ is veranderd in ‘mikpunt’.