Recensie

Recensie Boeken

Terwijl de Chinese elite wijn drinkt, eten de tweederangsburgers ‘bitterheid’

China Na tien jaar NRC-correspondentschap in China haalt Oscar Garschagen herinneringen op en bespreekt hij de opmars van het land: van de opkomst van seksshops tot politieke intimidatie.

Een exclusieve club in Beijing, 2014
Een exclusieve club in Beijing, 2014 Foto Sim Chi Yin/ Magnum Photos

Het is een beproefd recept onder journalisten: eerder gepubliceerde artikelen gemengd met nieuw materiaal en over de jaren verworven inzichten bundelen tot een terugblik op hun correspondentschap in een buitenland. De Chinese Droom. Wedergeboorte van een ongenaakbare supermacht van Oscar Garschagen, NRC-correspondent in China in de periode 2007-2017, valt in deze categorie. Aan de vooravond van de zeventigste verjaardag van de Volksrepubliek China, in oktober, bespreekt hij de opmars van dit land.

Centraal staan de dromen en nachtmerries van de Chinese leiders en van de gewone en bijzondere Chinezen die Garschagen door de jaren heen ontmoet. Het boek opent met de Chinese Droom van president Xi, die van China weer een hoogontwikkeld, welvarend en machtig middelpunt van de wereld wil maken, en de bevolking voorhoudt dat het doel bereikbaar is zolang iedereen maar hard werkt en zich voegt naar het beleid van de Chinese Communistische Partij.

‘Je kunt het je tijdens sommige zakendiners niet permitteren om geen Lafite te bestellen.’

De dromen van gewone Chinezen gaan veelal over rijk worden en uitbundig consumeren, en maar slechts een enkele keer over meer vrijheid en democratie. Zo vertelt Garschagen beeldend hoe boer Yan in 1978, door honger gedreven, de lokale partijsecretaris trotseerde om het land in zijn dorp te verdelen tussen de boeren en marktwerking te introduceren. Inmiddels rijdt hij in een Audi 6 tussen de ‘weerbarstige akkers’ van de arme provincie Anhui en merkt hij fijntjes op dat de partijsecretaris van het dorp in een kleinere auto rijdt.

Nekmassage

In andere hoofdstukken wordt de opmars van het ‘nieuwe rode leger’, ofwel rode wijn, in China beschreven – ‘je kunt het je tijdens sommige zakendiners niet permitteren om geen Lafite te bestellen’ – en de opkomst van seksshops. Zo bezoekt Garschagen in een hippe wijk in Beijing seksshop ‘Powerful’, waar een ‘aardige oma’ van 64 een tweede vibrator komt kopen ‘omdat haar man de eerste gebruikt om zijn stijve nek te masseren’.

Deze anekdotes zijn niet alleen maar amusant, ze illustreren ook de enorme economische en sociale transities die het land heeft doorgemaakt. Andere dromen gaan over China’s ‘cadeaus aan de wereld’: de enorme investeringen in de Nieuwe Chinese Zijderoutes; en over de snelle technologische ontwikkelingen in de vele wetenschapsparken. Garschagen geeft daarbij het woord aan optimisten en pessimisten, aan voor- en tegenstanders, en laat het oordeel over aan de lezer.

China wil een systeem invoeren waarbij elke burger publiekelijk een score krijgt op basis van zijn moreel, politiek en financieel gedrag. Lees ook: Zo stuurt en controleert China zijn burgers

Grimmig zijn de hoofdstukken gewijd aan Chinese nachtmerries over de politieke campagnes uit het verleden zoals de Culturele Revolutie, waar nog steeds niet vrij over gesproken mag worden, en over de toenemende politieke repressie in het huidige China. Zo sprak Garschagen met dominee Wang Yi, die stelling neemt tegen ‘de verheerlijking van Xi Jinping als de nieuwe Caesar’ en die inmiddels is opgepakt en vastgezet. Ook de onderdrukking van de Oeigoeren in het noordwesten van China, die in groten getale in heropvoedingskampen worden opgesloten, komt aan de orde.

Hels en moedeloos

Het laatste hoofdstuk is een van de interessantste van het boek. Het betreft een thema waar Garschagen tijdens zijn jaren in Shanghai niet al te openlijk over kon schrijven: de politieke intimidatie waar buitenlandse journalisten mee worden geconfronteerd. Het hoofdstuk opent met een humoristische beschrijving van hoe hij tevergeefs twee veiligheidsagenten probeert te lozen, die hem tijdens een reportage volgen en die hij de bijnamen Vet Varken en Gestoomd Brood geeft. Allengs wordt de toon serieuzer en vertelt hij hoe hij stelselmatig afgeluisterd en geïntimideerd wordt, van telefoontjes met het ‘vriendelijk advies’ om een bepaalde plaats te mijden, en uitnodigingen om een ‘kopje thee’ te komen drinken op het politiebureau, tot het lastigvallen en zelfs oppakken van zijn gesprekspartners. ‘Hels en moedeloos werd ik daarvan’, schrijft Garschagen.

Waar hij niet over schrijft is de laatste fase van zijn correspondentschap, waarin hij over de schreef van goede journalistiek ging met onvolledige en onzorgvuldige bronvermelding in zijn artikelen. Dat is een gemiste kans, voor Garschagen zelf, maar ook voor de grote schare lezers van zijn China-stukken in NRC, die zich niet alleen zullen blijven afvragen hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar er ook op willen vertrouwen dat dit boek zorgvuldig tot stand is gekomen.

Wijn drinkende elites

De rode draad in dit boek is de paradox die China is en die Garschagen ook na tien jaar correspondentschap niet heeft kunnen oplossen. Dit komt prachtig tot uiting in de titel van het hoofdstuk ‘Het andere China of het echte China?’, dat gaat over de tweederangsburgers die anders dan de wijn drinkende elites in de grote steden nog elke dag ‘bitterheid eten’, een eufemisme voor ‘ontberingen lijden’. Garschagen geeft gelukkig geen antwoord op die vraag, maar laat de lezer hier zelf op kauwen.

Kinderen van Oeigoeren worden gescheiden van hun ouders, meldde de BBC, om ze te vervreemden van hun cultuur. Lees ook: ‘China neemt Oeigoerse kinderen hun taal, cultuur en wortels af’

Garschagen heeft gekozen voor de breedte in plaats van de diepte. Hij geeft geen analyse van de ontwikkelingen in China, maar schetst met scherpe pen een caleidoscopisch beeld van het land en zijn vele tegenstellingen. Iedereen die meer wil begrijpen van wat de inwoners drijft, is hier aan het goede adres. Al is het alleen maar om de vele rake uitspraken die Garschagen optekent uit de mond van zijn gesprekspartners, zoals deze van een Chinese dissident: ‘Elke keer als een dictator langskomt, buigen de boeren diep en laten in stilte een wind.’