‘We hebben niet echt een vrije dag of avond’

Spitsuur Janneke (44) en Henk Eissens (64) runnen samen een camping in Uffelte, die al twee generaties in de familie zit. „Rond half één liggen we in bed en ’s ochtends om zeven uur gaat de wekker. Zo gaat dat zeven dagen per week.”

Janneke: „Mijn ouders zijn nog erg betrokken bij de camping. Dat vind ik heel mooi, maar ook nog wel eens een minpunt. We leunen nog wel erg op ze.” Henk: „Maar het is niet dwingend. Ze gaan altijd mee met de ideeën die we hebben.”
Janneke: „Mijn ouders zijn nog erg betrokken bij de camping. Dat vind ik heel mooi, maar ook nog wel eens een minpunt. We leunen nog wel erg op ze.” Henk: „Maar het is niet dwingend. Ze gaan altijd mee met de ideeën die we hebben.”

Henk: „Ik ben geboren in de Noordoostpolder. Mijn vader was boer en mijn moeder stond voor de klas.”

Janneke: „Die moesten echt nog door de ballotage om daar te mogen wonen.”

Henk: „Ze trokken dan de keukenkastjes open om te kijken of je wel netjes genoeg was – ik was er niet doorgekomen. Ik had geen zin om het bedrijf van mijn vader over te nemen en heb daarom tien jaar lang voor de klas gestaan. Daarna had ik twee opties: ik zou óf een Volvo-sloperij beginnen, óf ik zou camerawerk gaan doen. Ik heb al sinds mijn elfde een doka. RTL begon in die tijd en zo heb ik mijn kans gepakt. Tot vorig jaar heb ik altijd camerawerk gedaan, maar nu ben ik gestopt. Ik doe nu alleen nog de hele leuke klussen. Een boot filmen op Malta, of een windpark. Ik moet er niet aan denken dat ik weer een seizoen Holland’s Next Top Model zou moeten filmen. Daar heb ik toch helemaal geen zin meer in?!

Janneke: „Ik heb wel eens gedacht: wie moet ik nou nog tegenkomen, want bij mij krijg je er een bedrijf bij. Ik ben hier in Uffelte geboren, de camping zit al twee generaties in de familie. Mijn opa en oma zijn hier neergestreken in de jaren zestig, een camping was toen nog heel nieuw. Ze zijn begonnen met een kuikenmesterij, langzamerhand kwam de camping erbij. Het opgroeien op een camping gun je ieder kind. Dat was heel fijn. Ik heb in mijn studententijd ook wel getwijfeld of ik ermee verder wilde, toen ben ik met iemand gaan praten. Hij sprak de verlossende woorden: maar als jij het vijf jaar hebt gedaan, dan kun je daarna toch wat anders gaan doen?”

Henk: „Het past ook zo bij jou, jij bent heel gastvrij.”

Janneke: „Ik denk dat ik ergens anders doodga. Ik ben onlosmakelijk verbonden met deze plek.”

Vliegende keep

Janneke: „Om zeven uur ’s ochtends begint mijn moeder met broodjes bakken. Ik doe de verkoop in de campingwinkel. Op dat moment zou er eigenlijk iemand bij moeten op kantoor, maar dat heb ik nog niet geregeld. Nu verkopen we wat dingen vanuit de croissanterie: een krantje, een wandelkaart of andere streekproducten.”

Henk: „Ik breng de kinderen naar school. Als het vakantie is, spring ik bij als er een toilet verstopt is, of ik help met andere technische dingen op de camping.”

Janneke: „Je bent echt een vliegende keep.”

Henk: „Lunch schiet er dan wel eens bij in, dat ben ik ook gewend van het camerawerk. Om kwart over twee haalt iemand de dochters op. In de zomer doe ik het wel eens op de fiets, soms neemt opa ze mee voor een rondje fietsen. Verder ben ik druk met van alles op het terrein: maaiwerk, oudere mensen met hun voortent helpen.”

Janneke: „Of met de digitenne, haha.”

Henk: „We eten vaak afzonderlijk van elkaar. Wij zitten dan achter in de croissanterie met de kinderen, Janneke of oma doen nog een bardienst. Zolang de kantine open is, doen mensen een spelletje en zijn wij daar ook om op te ruimen. ”

Janneke: „We hanteren wel een middagsluiting tussen half één en half drie, dan eten we warm met het gezin. Dat vind ik belangrijk, anders is er helemaal geen structuur.”

Henk: „Om één uur is het eten klaar.”

Janneke: „Om half drie gaat de huiskamer weer open voor een ijsje, en de receptie is weer open vanaf twee uur.”

Niet goed geregeld

Henk: „Ik ben superblij met haar familie. Ik kan heel goed met ze.”

Janneke: „Gelukkig draaien de meisjes ook steeds meer mee op de camping en doen ze mee met het animatieteam. Onze oppas Maaike kennen we van de camping, ze past in de zomer op.”

Henk: „Dat gaat heel goed. Ze gaat een stuk met ze lopen of doet leuke dingen. Jet wordt het ook wel eens te druk, dan gaat ze hier binnen lekker rustig zitten knutselen.”

Janneke: „Aan opa’s oude bureautje, dat is echt haar plekje.”

Henk: „Rond half één liggen we in bed en ’s ochtends om zeven uur gaat de wekker weer. Zo gaat dat zeven dagen per week.

Janneke: „Wat wel lastig is: we zijn gewoon druk. Er moeten broodjes gemaakt worden, de kantine moet open. Onze kinderen zeggen ook wel eens: ga je nou weer naar een vergadering? We hebben niet echt een vrije dag of avond, maar ik vind dat het komt doordat we het zelf niet goed geregeld hebben.”

Henk: „Goed personeel vinden is lastig, je moet multi-inzetbaar zijn en het meeste werk is seizoenswerk op oproepbasis.”

Janneke: We zitten nu in een traject van de gemeente: vitale vakantieparken.”

Henk: „We leveren een aantal plaatsen in, maar we gaan wel de kwaliteit verbeteren. Het wordt organischer, alle gebouwen moeten nu, net als het sanitairgebouw en de speeltuin, opgaan in het landschap. Dat wordt een hele dikke klus, maar dat vind ik wel fijn. Nu gaan we het in één keer doen zoals wij vinden dat het moet.”

Janneke: „Mijn ouders zijn nog erg betrokken bij de camping. Dat vind ik heel mooi, maar ook nog wel eens een minpunt. We leunen nog wel erg op ze.”

Henk: „Maar het is niet dwingend. Ze gaan altijd mee met de ideeën die we hebben.”

Janneke: „We moeten wel aan de toekomst gaan denken. Mijn ouders lopen nu tegen de 75.”

Henk: „Zo is het vroeger ook gegaan. Voordat ik bij Janneke kwam, was opa overleden en toen hebben ze hier een chalet in de tuin neergezet voor oma, die heeft hier altijd kunnen blijven wonen tot haar dood. Gewoon klaar, altijd goed.”