Recensie

Recensie Boeken

Na de miljoenenerfenis kan hij onbeperkt vrouwen stalken

Leo Benedictus De eenzame man in deze roman blijkt later gevaarlijk te zijn. Hij zet zijn zinnen op een jonge vrouw. Wat volgt beneemt je de adem.

De eerste zin luidt: ‘Ik vind mezelf niet gecompliceerd.’ Dan weet je het wel: hier is een verteller aan het woord die uiterst gecompliceerd in elkaar steekt en niet over al te veel zelfinzicht beschikt.

Dat blijkt inderdaad zo te zijn, in Wie zwijgt, de tweede roman van de Britse auteur Leo Benedictus (1975). Na de dood van een tante erft de verteller miljoenen en kan hij al zijn tijd besteden aan het achtervolgen van vrouwen. ‘De afgelopen vier jaar en vooral de afgelopen maand heb ik een vreemd leven geleid’, meldt hij, en wanneer hij vervolgens verslag doet van die periode, kunnen we concluderen dat die uitspraak nogal een understatement is.

Benedictus bouwt zijn roman knap op. Eerst lijkt zijn verteller een eenzame man met een ongezonde obsessie, die vrouwen volgt zonder dat ze het weten; wanneer hij een kapster stalkt, scheert hij zijn hoofd kaal om niet in de verleiding te komen zich door haar te laten knippen. Hij is niet van de straat: hij citeert Montaigne en Epictetus en heeft zelfs Wittgenstein gelezen. Hoe gevaarlijk en gestoord hij werkelijk is blijkt pas gaandeweg, wanneer hij zijn zinnen zet op Frances, een jonge eenzame IT-consultant. Zonder het te weten wordt zij zijn marionet en manipuleert hij haar (liefdes)leven.

Gruwelijke scène

Soms wisselt het perspectief naar Frances. Ook die delen blijken door de verteller te zijn geschreven, het hele verhaal dat we lezen heeft een functie binnen de roman – nieuw is dat niet, maar het werkt wel.

Op de flaptekst wordt Patricia Highsmith genoemd, ik moest ook denken aan De verzamelaar van John Fowles en Dat wat overblijft van Tom McCarthy – ook in dat laatste boek ontvangt een eenzaat een enorme zak geld waarna hij zich aan zijn merkwaardige hobby’s kan overgeven – al zijn die wat onschuldiger dan de bezigheden van de verteller van Wie zwijgt.

De preoccupatie van de verteller met Frances culmineert in een gruwelijke scène, die grote impact heeft omdat je het ondanks alles toch niet zag aankomen. Je eerste reactie na deze schok: waarom doet de auteur ons dit aan, is dit nog functioneel? Eigenlijk neem je het de schrijver dus kwalijk dat hij erin geslaagd is jou als lezer in slaap te sussen. Functioneel is de scène zeker – de dreiging van herhaling blijft boven het verhaal zweven en het is net of de kamer waarin je zit te lezen enkele graden kouder is geworden.