Opinie

    • Marike Stellinga

Waar ik fout zat: mijn stondpunt

Marike Stellinga

Hoe vaak bent u de afgelopen jaren van inzicht veranderd? En waarover? Het is een mooie vraag die ik mezelf stel sinds Wim Daniëls het woord stondpunten bedacht. Hij deed er een oproep bij: laten we vaker praten over standpunten die we hebben verlaten, stondpunten dus. Voortschrijdend inzicht is namelijk interessant, zeker ook bij mensen die vaak meningen verkondigen.

In de politiek was het een jaar vol voortschrijdend inzicht. Het afschaffen van de dividendbelasting bleek toch niet zo’n goed idee. De pensioenleeftijd steeg volgens premier Mark Rutte bij nader inzien „te hysterisch” snel. Het kinderpardon mocht van het CDA plots wél ruimer – een voortschrijdend inzicht van jewelste. De Europese Unie was toch belangrijker dan Rutte altijd dacht. En de overheid verdient een herwaardering, denkt VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff sinds dit voorjaar – een opmerkelijk nieuw inzicht voor een partij die decennia vooral de markt prees. De daad was vlak daarvoor al bij het woord gevoegd toen het kabinet 14 procent van de aandelen in Air France-KLM kocht.

Als de overheid bij nader inzien te veel heeft bezuinigd, krijg je dat niet makkelijk hersteld

Voortschrijdend inzicht was er niet alleen bij coalitiepartijen. GroenLinks vindt het huidige leenstelsel voor studenten toch niet zo’n goed idee. De PvdA vindt nu dat de sociale werkplaatsen tóch open moeten blijven, nadat de partij in het vorige kabinet de langzame sluiting van de werkplaatsen voor gehandicapten had gesteund. Partijleider Diederik Samsom betoogde toen hartstochtelijk dat deze mensen dan eindelijk volwaardig mee zouden doen. Al deze nieuwe inzichten zijn een teken des tijds. De jaren na de crisis van 2008 hebben veel veranderd en het is goed dat politieke partijen niet krampachtig vasthouden aan wat ze eerder dachten.

Genoeg over anderen. Wat is mijn stondpunt? Mijn belangrijkste nieuwe inzicht deed ik op dankzij de Rekenkamer. De dienstverlening van onze overheid is kwetsbaarder dan ik dacht. Als er bij nader inzien te veel is bezuinigd, krijg je dat niet makkelijk hersteld. Het duurt dan lang voordat de dienstverlening weer op orde is.

Dat bleek uit het jaarlijkse onderzoek van de Rekenkamer naar de uitgaven van de rijksoverheid. De gevolgen van de bezuinigingen in de crisisjaren zijn nog voelbaar volgens de Rekenkamer. „De continuïteit van de dienstverlening staat ter discussie”, zei president Arno Visser. Dat krijgt het kabinet niet makkelijk op orde, zelfs niet met een volle schatkist.

Neem de politie. CDA en VVD zijn de partijen van wet en orde, zij besloten dat er meer politieagenten komen. Alleen lukt dat niet: de operationele sterkte daalde in 2018 zelfs volgens de Rekenkamer. De reden: er gaan meer politieagenten met pensioen dan het lukt om aan te nemen en op te leiden. Hoe dat komt? Als je jarenlang een personeelsstop hebt (want crisis), wordt de gemiddelde politieagent ouder. Het aantal vertrekkende agenten is groot, en het opleiden van nieuwe agenten kost tijd. Het laat zien dat kabinetten ook in crisistijd ver vooruit moeten denken over de gevolgen van besluiten. Dit speelt op meer terreinen. Bij het onderhoud van bruggen en wegen bijvoorbeeld, bij defensie. „De continuïteit van publieke dienstverlening is een kostbaar bezit dat zich moeilijk verhoudt tot snelle oplossingen”, aldus de Rekenkamer. Wat leren we hiervan? Dat als er snel een recessie komt, en politiek Den Haag weer denkt aan bezuinigen, het verstandig is de hakbijl nog even in de schuur te laten staan. Want op allerlei plekken voldoen de diensten van de overheid nog niet.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.