Staatssecretaris: nachttrein complex en duur

Railverkeer Voor nachttreinen naar het buitenland is wel animo in Nederland, aldus staatssecretaris Van Veldhoven, maar het spoornet zit hier vol en er moet subsidie bij.

Een slaapwagen van ÖBB. Internationale nachttreinen van het Oostenrijkse spoorbedrijf trokken vorig jaar 1,8 miljoen reizigers.
Een slaapwagen van ÖBB. Internationale nachttreinen van het Oostenrijkse spoorbedrijf trokken vorig jaar 1,8 miljoen reizigers. Foto Getty Images

Terugkeer van de internationale nachttrein in Nederland maakt vooralsnog weinig kans. NS en het Oostenrijkse spoorbedrijf ÖBB praten over doortrekken van de nachttrein tussen Wenen en Düsseldorf naar Amsterdam, maar daar willen ze subsidie voor. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Op zichzelf is de staatssecretaris enthousiast over internationaal railverkeer. Ze wijst op het succes van de Eurostar, de hogesnelheidstrein Amsterdam-Brussel-Londen, die mogelijk vier keer per dag gaat rijden (nu is dat drie keer). Ook noemt Van Veldhoven de Thalys tussen Amsterdam en Parijs, die steeds meer reizigers trekt en daarom treinen gaat verlengen, en de IC Brussel die sinds april over de HSL-Zuid rijdt, wat de reistijd tussen Amsterdam en België met een half uur verkort.

Maar met de herintroductie van de nachttrein, een wens van de Tweede Kamer, wil het niet vlotten. Niet dat er geen animo van reizigers is, maar internationale nachtverbindingen zijn moeilijk te organiseren en veelal verliesgevend.

Concurrent

Volgens het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) van het ministerie kan de nachttrein voor steden als Kopenhagen, Warschau, Praag, Wenen, München, Zürich, Milaan en Turijn een concurrent zijn voor vliegtuig of auto. Een nachtelijke railverbinding tussen Wenen en Amsterdam is goed voor naar schatting 180.000 reizigers per jaar. Als de andere zeven steden een nachtverbinding met Nederland krijgen, zou dat potentieel neerkomen op 720.000 reizigers per jaar.

Het KiM baseert zich daarbij op het succes van het Oostenrijkse nachttreinennet dat in 2017 fors werd uitgebreid. De lijnen naar Duitsland, Italië, Zwitserland, Kroatië en Hongarije trokken vorig jaar 1,8 miljoen reizigers. Maar het net is niet kostendekkend – ÖBB legt er geld op toe en krijgt bovendien voor het binnenlands traject subsidies van de staat.

Behalve op hoge kosten wijst het KiM op beperkte capaciteit van het Nederlandse spoor. Internationale nachttreinen vertrekken in de avondspits en keren terug in de ochtendspits. Het is de vraag of die treinen in te plannen zijn op het toch al overvolle traject van Amsterdam via Utrecht naar de Duitse grens. NS heeft bovendien te weinig opstelplekken; het zal lastig zijn nachttreinen overdag ergens onder te brengen.

Concreet plan

Staatssecretaris Van Veldhoven heeft inmiddels met diverse vervoerders besproken of zij nachttreinen vanuit Nederland willen exploiteren. Alleen ÖBB en NS hebben een concreet plan ingediend, waarin ze subsidie als voorwaarde hebben opgenomen.

Het KiM betwijfelt of Europese regelgeving subsidiëring toelaat. Subsidie verlenen aan één specifieke vervoerder is in strijd met mededingingswetgeving en Europese regels voor verlening van staatssteun.