Opinie

    • Ilja Leonard Pfeijffer

Snack- en slenterzone

Ilja Leonard Pfeijffer

Omdat Rembrandt in 1669 is gestorven, is 2019 een Rembrandtjaar. En omdat hij in Leiden is geboren, wil Leiden zich dit jaar graag profileren als Rembrandtstad. Maar dat is nog niet zo gemakkelijk, want er is in Leiden eigenlijk niet zo gek veel van Rembrandt terug te vinden. Gretha Pama schreef er afgelopen dinsdag een mooi stuk over in deze krant. Rembrandts geboortehuis in de Weddesteeg is begin vorige eeuw afgebroken. De plaquette hebben ze maar op de nieuwbouw aangebracht.

Tot voor kort had de stad niet eens een schilderij van Rembrandt in haar bezit. Inmiddels hebben ze twee onbeduidende vroege stukken. Maar ‘Rembrandt is een A-merk’, zeggen citymarketeers en wethouders in koor. „Maar als de stad bezoekers wil trekken met Rembrandt”, zegt de man van Leiden Marketing, „moet er natuurlijk wel een product zijn”.

Als ik geen Genuees was, zou ik mijzelf Leidenaar noemen. Ik heb een groot en belangrijk deel van mijn leven in Leiden gewoond, ik ben er schrijver geworden en nog steeds is mijn noordelijke hoofdkwartier gevestigd in dat trotse Lugdunum Batavorum, broedplaats van kennis en arrogantie, die zich terecht met de bijnaam Bataafs Athene mag tooien. Omdat ik aldaar af en toe op zaterdag een rondje over de markt loop, matig ik mij aan te weten wat er speelt onder mijn Hollandse stadsgenoten.

Nou, dat zal ik u zeggen. Het Rembrandtjaar is nog maar halverwege, maar ze kunnen die kop van Rembrandt niet meer luchten of zien. Het is goed dat hij voordat hij echt leerde schilderen naar Amsterdam is opgehoepeld en ze mogen hem daar houden ook. Dat vinden ze ervan.

Dus voor de Leidenaars hoeft dat A-merk niet per se uitgemolken te worden. De vraag dringt zich op voor wie dan wel. Voor de toeristen natuurlijk. „Toerisme is vooralsnog een kans”, zegt de man van Leiden Marketing. „Mensen moeten weten: Amsterdam is de place to be, maar je moet zeker ook even naar Leiden”, zegt de wethouder.

Zelfs in mijn noordelijke residentie is het niet doorgedrongen dat toerisme een bron van overlast is en geen verdienmodel. Het feit dat Leiden zich tot de dag van vandaag verstopt heeft weten te houden voor de touringcars en gemutste horden, is misschien wel de grootste rijkdom van de stad. En ondanks dat lijkt het zelfs nu wel elke zaterdag braderie en vult de stad zich met dagjesmensen uit de onderbedeelde ommelanden die mijn terrassen en restaurants bezetten. Als ik weer eens in Leiden ben, is er gegarandeerd een evenement dat de waardigheid van de stad degradeert tot een slenter- en snackzone voor de armen van geest die zich geen raad weten met hun overvloed aan vrije tijd. Willen we dat dan nog erger maken?

Leiden heeft geen toeristen nodig. Het is een burcht van wetenschap waar geleerden in stille straten gedachten koesteren in het Latijn. We hebben boeken over Rembrandt in de universiteitsbibliotheek, waar uitsluitend op fluistertoon wordt gesproken. Laat het toevallige feit dat hij in Leiden is geboren een goed bewaard geheim blijven van een handjevol bebrilde specialisten.

Ilja Leonard Pfeijffer vervangt Frits Abrahams tijdens de vakantie