Recensie

Recensie Beeldende kunst

Rimpelloze portretkunst van Helena Rubinstein

Expositie Cosmetica-ondernemer Helena Rubinstein (1872-1965) was behalve de rijkste vrouw van haar tijd een gepassioneerd liefhebber van schoonheid en kunst. Een expo in Parijs toont haar levensloop aan de hand van foto’s, filmfragmenten en kunstwerken.

Links: Helena Rubinstein met objecten uit haar collectie tribale kunst. Rechts: Portret van Rubinstein door Candido Portinari (1939).
Links: Helena Rubinstein met objecten uit haar collectie tribale kunst. Rechts: Portret van Rubinstein door Candido Portinari (1939). Foto Archief Helena Rubinstein - L’Oréal (links); Musée d’art de Tel-Aviv
    • Georgette Koning

Ze sliep in een doorzichtig perspexbed, kocht schilderijen alsof het croissants waren, droeg flamboyante couture van Chanel en Schiaparelli en troostte zich met juwelen wanneer haar eerste echtgenoot haar bedroog - en dat deed hij vaak.

Cosmeticaondernemer Helena Rubinstein (1872-1965) hield bovenal van schoonheid en kunst. Er hingen zeven Renoirs in één kamer in haar triplex op Park Avenue, ze bezat de grootste etnografische collectie ter wereld en liet zich portretteren door o.a. Andy Warhol, Pablo Picasso, Salvador Dalí, Raoul Duffy, Pierre Bonnard en Dora Maar.

De expositie ‘Helena Rubinstein. Het avontuur van de schoonheid’ toont de levensloop van de Poolse aan de hand van veel fotografie, filmfragmenten en kunst. De minstens veertig schetsen die Picasso van Rubinstein maakte, hangen helaas niet in het Musée Art et d’Histoire du Judaïsme in Parijs. Goedmaker is een schilderachtig geweven wandkleed van Picasso uit 1934 dat bij haar aan de muur hing.

Wandtapijt ‘Confidences’ van Pablo Picasso (1934). Privé-collectie, voorheen collectie Helena Rubinstein.

Helena Rubinstein (geboren Chaja Rubinstein) groeide op in de Joodse wijk van Krakau. In 1902 vertrok ze naar familie in Australië, waar ze gezichtscrèmes ging verkopen. Die crèmes bleken de sleutel tot haar roem en fortuin. Helena Rubinstein was de eerste die besefte dat door het aanbieden van aparte crèmes voor dag, nacht en tegen rimpels, klanten drie keer zoveel potjes zouden aanschaffen.

Dat ze in 1905 haar eerste schoonheidssalon in Melbourne opende, was een vrij gedurfde beslissing: tot begin jaren twintig was cosmetica iets voor actrices en prostituees. Maar volgens Rubinstein was schoonheid alles behalve lichtzinnig, ze beschouwde het als een nieuwe macht, een middel waardoor vrouwen hun onafhankelijkheid konden doen gelden.

Rubinstein opende wereldwijd schoonheidssalons waarvan de inrichting altijd essentieel was. Ze richtte de salons in met kunst van bijvoorbeeld Fernand Léger, Amedeo Modigliani, Giorgio de Chirico en werkte met interieurontwerpers als Jean-Michel Frank, een neef van Otto Frank. Het resultaat was, zoals te zien op vele foto’s in Parijs, een genot voor het oog. De foto’s fungeren als een tijdlijn van interieurvormgeving vanaf de jaren tien van de vorige eeuw: een art-decosalon ingericht rond 1912 door de vermaarde binnenhuisarchitect André Groult en in 1923 al een zakelijk design met strakke buizenstoelen.

Helena Rubinsteins salon in New York, 1937. Archief Helena Rubinstein - L'Oréal

Om reclame te maken voor haar salons en producten gebruikte Rubinstein haar door bekende schilders gemaakte portretten. Ze liet zich ook veelvuldig fotograferen met kunstenaars en de Parijse culturele elite. Wie de portretten telt van de struise Poolse – naast de al genoemde namen zijn er ook nog portretten door Kees van Dongen, Frida Kahlo, Marc Chagall, Maurice Utrillo – raakt al snel de tel kwijt.

Tussen enkele geëxposeerde beauty-innovaties (zoals de eerste waterproof mascara uit 1939) en de zoveelste promofoto van de koningin van de schoonheidsmiddelen, komt de realiteit hard binnen via twee ingelijste brieven uit 1930. ‘Destroy this letter’ staat in hanepoten geschreven op de brief die Rubinstein vanuit Amerika stuurde aan haar medewerker Miss Shapiro in Parijs. Rubinstein waarschuwt haar voor het groeiende antisemitisme, dat ze zelf ook in New York voelt, waar ze in 1939 naartoe vluchtte. Toen haar in 1941 als Joodse verboden werd in New York een ruimte te huren op Park Avenue, kocht ze het hele pand. Dat kon ze als rijkste vrouw ter wereld.

Helena Rubinstein in haar laboratorium in Saint-Cloud, jaren dertig. Archief Helena Rubinstein - L'Oreal

Volgens Michèle Fitoussi, de curator van de expositie en auteur van de biografie Helena Rubinstein, de vrouw die schoonheid bedacht (2010), was ze een onverbeterlijke leugenaar die jokte over haar leeftijd en over het gegeven dat ze medicijnen zou hebben gestudeerd. Amusant zijn de vele foto’s waarop Rubinstein gekleed gaat in een labarotoriumjas – ze prees zichzelf aan als schoonheidswetenschapper – te midden van bekerglazen, of roerend in tonnen vol crème.

Liegen over je leeftijd was volgens Rubinstein een trefzekere manier om jong te blijven, effectiever dan welke anti-rimpelcrème dan ook. Het resultaat in Parijs is een gefotoshopt leven met geretoucheerde portretten. Ook de kunstenaars gingen mee in Rubinsteins rimpelloze schoonheidsideaal. Surrealist Dalí schildert in 1943 een rotsformatie waarop het jeugdig strak getrokken hoofd van de dan 73-jarige Rubinstein rust.