Kan dat nog, lekker boemelend op treinreis door Europa?

Reizen Gereserveerde plaatsen, de conducteur van de tgv deelt oortjes uit voor de film. Wat is er nog over van het ouderwetse reizen per spoor?

N.J van de Vecht (Spoorwegmuseum Utrecht)

Als telg uit een spoorfamilie ging ik als kind al met de trein op vakantie. Als student bleef ik dat doen. Hoe vaak ben ik niet in slaap gewiegd door het vredige kedeng? Soms in een couchette, soms op een matje in de gang en één keer zelfs in een bagagerek.

De geuren en geluiden van internationale stations, met koffers of rugzakken zeulende reizigers en fluitende conducteurs zijn vertrouwde kost. Geuren! De knoflookworsten die in Servië uit de tassen kwamen dampten door de coupé. Onderweg naar Griekenland of Turkije was er in Servië altijd van alles aan de hand. Barse conducteurs met rode sterren op enorme petten. Een echtpaar dat een eindeloze rij tassen door ons raam naar binnen schoof en de verkeerde trein bleek te hebben. De douanier die onder mijn slaapbank een vracht gesmokkelde koffie aantrof. De bloemrijke velden met paard-en-wagens die ik uit het raam zag.

Wanneer de trein een stad binnen boemelde, kon je door het open raam hangen, al werd dat afgeraden: „E pericoloso sporgersi”. De zwartgeblakerde huizen van Keulen of Sheffield, de was op de binnenplaatsjes. Het is al even geleden, maar ik verheug me erop. Of zou er niets meer over zijn van de treincharme van weleer?

Op het nippertje, dat kan niet meer

In Amsterdam nemen zoon en ik de Thalys naar Parijs. We gaan naar Madrid, waar dochter een half jaar studeert. De trein is schoner en duurder dan het vliegtuig, maar vooral leuker. Het duurt nauwelijks langer, je kunt in één dag naar Madrid treinen.

Op het Gare de Lyon wordt pas een half uur voor vertrek verklapt van welk spoor de tgv vertrekt. De passagiers verdringen zich voor de controle, die lijkt op de controle op een luchthaven. Op het nippertje een trein halen zit er niet meer in, laat staan zo maar een trein nemen. Alle tijden, treinen en zitplaatsen moeten geboekt zijn. Er sissen geen deuren, er knarsen geen wielen, de ramen kunnen niet open, de trein glijdt bijna ongemerkt weg. Hij houdt het midden tussen de ouderwetse rapide en een vliegtuig. De airco zoemt, een beeldscherm laat zien hoever we zijn en hoe snel we gaan (296 km/uur). De conducteur deelt zelfs oortjes uit voor de film.

Willy van de Poll (Spoorwegmuseum Utrecht)
Frans Mettes (coll. Arjan den Boer)

In twee uur raast de tgv naar Valence, 100 kilometer onder Lyon. Onderweg zien we graanvelden rond bejaarde boerderijen en veel bos, met hier en daar een ree aan de bosrand. In dorpen rijdt de trein langs geluidswallen en in de heuvels door tunnels; snelheid vereist een recht, plat baanvak. Dat is een voordeel van de trein: je maag wordt niet voortdurend gehusseld zoals in een bus, en er is geen turbulentie. De wifi weigert dienst. Boeken bieden afleiding en we hebben een lunch ingepakt. Het gevoel van ouderwetse reis-romantiek maakt zich van mij meester.

Na het nieuwe tgv-station van Valence stopt de trein vaak, wat de vaart eruit haalt en als vanouds het besef geeft dat we verder van huis raken. Nîmes, Montpellier, Narbonne… Hier krijgen we het typische treinuitzicht op de achterkant van de samenleving; niet de façades waar je met de auto langsrijdt, maar de plaatsjes, tuinen en balkons, het vuilnis, en een gehoofddoekte mevrouw die uit het raam buigend de was ophangt. Het huis-tuin-en-keukenleven. Muren met graffiti en afgedankte treinstellen. Ik maak foto’s van voorbijflitsende, bruggen, een kasteel, olijfboomgaarden. De struikgewassen van de maquis, de rode spoorbloemen langs het spoor, niet genoemd naar hun groeiplaats maar naar hun lange kelken. Ik dommel in. Als ik wakker word, schuiven rechts de besneeuwde Pyreneeën en links de Middellandse Zee voorbij. We kruisen zoutmeren waar zilverreigers en flamingo’s waden. Zwarte wouwen in de lucht, een ooievaar op een schoorsteen.

Als we de trein naar Madrid missen, kunnen we niet zomaar de volgende nemen, dat vereist ingewikkelde bureaucratische handelingen

Ik zou een indrukwekkende soortenlijst kunnen noteren van vogels die ik vanuit de trein heb gezien. Ooit zag ik in Frankrijk hoppen en bijeneters uit de trein. Nu zie ik die niet meer; op het intensief bewerkte platteland is weinig ruimte meer voor hen. Wel zie ik een dwergarend, maar dan zijn we Barcelona al voorbij. Na Perpignan, waar zwaarbewapende soldaten op het perron in de gaten houden wie er in- en uitstappen, passeren we de grens.

We dreigen onze aansluiting te missen

We hebben een kwartier vertraging, bij alle stations staan we langer dan gepland, wat volgens de omroeper nodig is „pour votre sécurité”; om argwaan van te krijgen. We hebben 25 minuten overstaptijd in Barcelona, en als we de stad door een lange tunnel stapvoets binnenrijden, zijn daar nog tien van over.

Lees ook: Vliegen of niet? Hoe je een reisruzie aanpakt

Als we de trein naar Madrid missen, kunnen we niet zomaar de volgende nemen, dat vereist ingewikkelde bureaucratische handelingen. Er wordt niets omgeroepen; we weten niet van welk spoor de aansluiting naar Madrid vertrekt. We reppen ons de trein uit en zien tot onze geruststelling dat de volgende klaarstaat op hetzelfde perron. Ook Spanje heeft een hogesnelheidsnet aangelegd en in minder dan drie uur doorkruisen we het halve land via Zaragoza. We arriveren midden in de stad. Dochter weet een leuk terrasje.

Voor de terugreis hebben we reserveringen tot Brussel; daarna zou de Thalys vol zitten. Maar er blijkt plaats zat te zijn, en we vragen de conducteur of we tot Rotterdam mogen blijven zitten, of staan. Hij grijnst. „Jawel, voor 142 euro.” Dat is evenveel als al onze tgv-reserveringen samen. We wachten op de gewone trein. Over de 47 kilometer van Brussel naar Antwerpen doet die intercity ruim een uur – dat is nog eens nostalgisch geboemel! Met drie uur vertraging komen we thuis.