Opinie

Hoogconjunctuur

Hugo Camps

Het is hoogconjunctuur in de wielersport. Grote schandalen blijven uit, er wordt in een waanzinnig tempo gekoerst. De oudjes ontroeren door hun strijdlust, de jonkies verrassen door hun vroegrijpe zelfvertrouwen. Ook opmonterend: het wielrennen is uit het systeem van verdachtmakingen getreden. Het epos wordt even niet doorkruist door dopingverhalen. Al moeten we hier met twee woorden blijven spreken.

Le Grand Départ werd bijgewoond door een miljoen wielergekken. Onder hen duizenden Nederlanders in oranje outfit. Bermtoeristen voorzien van bier en worst, conform de ambiance van veldrijden. Cyclocrosshelden zijn nu bepalend voor het koersverloop, maar even goed voor de samenstelling van het legioen toeschouwers. En dat bij afwezigheid van supervedette Tom Dumoulin. De liefde voor de koers is persoonsgebonden. Steven Kruijswijk en Wout van Aert van Jumbo-Visma maken evenveel emoties los. Maar er is meer. Een koersbroek met bretels, witte sokjes en een zonnebril volstaan om de zingzang van spaken op te roepen. De fiets is voor duizenden recreanten opgewaardeerd tot gouden koets. Het sobere vehikel van weleer heeft een wereld van nieuwe mechaniekjes geopend. De romantiek van het stalen ros is terug, het fietsschuurtje is de intiemste plek van de woonruimte. Er wordt gebiecht, gelachen en gehuild. Het is de slaapkamer van de absolute wielerfan. De klassieke bedstee wordt uitheems.

De renners zorgen voor het nodige spektakel. De geletruidragers Julian Alaphilippe en Giulio Ciccone zijn springveren die op iedere kwade vlieg reageren. Stilaan doet Jumbo-Visma terugdenken aan Team Raleigh van Peter Post. Een granieten blok dat niet uiteen te ranselen was. Met klimmers en sprinters en tempobeulen. De gele mannen van Jumbo overtroeven hun rijkere lotgenoten van Bahrein, Trek en FDJ. Sunweb komt voorlopig niet in de buurt van hun panache.

De snelheid waarmee de ritten worden afgehaspeld is van de gekke. Het lijkt wel een koers voor brommertjes. Het heeft natuurlijk te maken met technologische snufjes, maar belangrijker is de conditie van de renners. Hoogtestages, betere trainingsmethoden, diëten en voedingssupplementen hebben de lijven gepantserd voor labeur. Sommigen zullen daar ook doping bij denken, in microdosissen, maar dat is kwaadsprekerij. Laat de controles spreken die niet zonder hardvochtigheid zijn. Er wordt door de dopingautoriteit soms hoffelijker omgesprongen met beestenspul dan met renners. Het is een vermomd kolonelsregime. Nachtelijke invallen geen bezwaar. De renners zijn het gewend en klagen niet, maar in termen van humanisme ontaarden dopingcontroles geregeld in vernedering. Het is een wonder dat Sagan, Van Aert en Thomas blijven lachen.

De Tour van Jumbo-Visma kan niet meer stuk. Ook al werd Kruijswijk op La Planche des Belles Filles op kleine achterstand gereden. Het collectief blijft imponeren en daartussen zitten nachtegalen die hun eigen lied zingen. Absolute revelatie is Wout van Aert. De veldrijder, ex-witte trui in de Tour, is in no time uitgegroeid tot crooner binnen de ploeg. Bovendien heeft hij de flair van charme en communicatie. Van Aert beluisteren na de wedstrijd is als een opera. Alleen maar zuivere klanken, alleen muzikaliteit. Swingende ziel op en naast de fiets.

Deze Tour is besproeid door de plezierige furie van jongeren: Alaphilippe, Van Aert, Bernal, Ciccone… Jammer maar helaas: de eindzege zal voor seigneur Geraint Thomas zijn. Elegante sluipmoordenaar van alle chrono’s.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.