Europese Commissie: Nederland gaf Nike onterecht belastingvoordelen

Sportkleding Nike kon een groot deel van de in Nederland gemaakte winst onbelast doorsluizen. Volgens de Europese Commissie miskende de fiscus dat het bedrijf in Nederland meer deed dan alleen distributie.

Een Nike-filiaal in Utrecht
Een Nike-filiaal in Utrecht Foto Remko de Waal/ANP

Nederland heeft verboden staatssteun geboden aan sportkleding- en schoenenfabrikant Nike. Dat concludeert Europees Commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager. In een onlangs gepubliceerd onderzoek stelt de Deense dat de Nederlandse fiscus het Amerikaanse bedrijf, in strijd met de Europese regels, bevoordeelde.

Eerder werd Nederland al op de vingers getikt wegens het verstrekken van omstreden belastingvoordelen aan Starbucks en Ikea.

Volgens Vestager ontplooit Nike veel meer activiteiten dan waarover de Nederlandse fiscus belasting heft. De gemaakte afspraken tussen de Belastingdienst en Nike (de zogeheten rulings) zijn niet volgens EU-regels. Juist door deze afspraken wist Nike de belastingen laag te houden, en daarmee heeft het concern belasting ontweken, aldus de Commissie.

Rulings zijn vertrouwelijke, op maat gemaakte, afspraken tussen de Belastingdienst en een multinational. Daarin spreken de partijen af over welk deel van de winst een concern belasting betaalt of welke prijzen een bedrijf mag rekenen als het zaken doet met een andere onderneming binnen dat concern. Nederland zet de rulings in om multinationals te lokken.

Kerstboom aan bv’s

De met Nike gemaakte afspraken – over de jaren 2006 tot 2015 – gelden voor activiteiten die het Amerikaanse bedrijf vanuit Nederland ontplooit. Nike heeft een eigen campus in Hilversum waarop het Europese hoofdkantoor is gevestigd. Op een adres op de campus zijn ook twee bv’s geregistreerd die een belangrijke rol spelen in de door de Commissie onderzochte constructie: Nike European Operations Netherlands (NEON) en Converse Netherlands (CN), bekend van de All Star-schoenen.

Deze bv’s beheren, volgens de afspraken die de fiscus met Nike maakte, onder meer de merkrechten voor de markten in Europa, Azië en het Midden-Oosten. Ook vormen ze een handels- en distributiecentrum voor Nike en Converse. De bedrijven (NEON en CN) kregen voor deze werkzaamheden een vast deel van de inkomsten die ze geneerden.

Vestager stelt echter dat ze veel meer doen dan dat. De manier waarop de EU-commissaris dat aantoont, zit wat ingewikkelde in elkaar. Het Amerikaanse moederbedrijf Nike Inc. verdeelt licenties voor het ontwikkelen van sportkleding en schoenen. Het geeft deze licenties in beheer aan verschillende tussengeschoven commanditaire vennootschappen. Deze cv’s, geven het merkrecht vervolgens weer door aan NEON en CV, die daarvoor een royaltyvergoeding betalen.

De manier waarop de hoogte van die vergoeding is gebaseerd, riep echter vragen op bij de Commissie. Van de winst die de bedrijven maken, houden ze namelijk de beloning voor hun distributie en beheerwerkzaamheden in. Al het overige gaat als royaltyvergoeding naar de cv’s.

Belastingontwijking

En daar zit de crux. Europese regels schrijven voor dat wanneer bedrijven binnen één concern zaken doen met elkaar, ze een marktconform tarief moeten betalen als ware het een transactie tussen twee individuele bedrijven.

Volgens Vestager was echter geen sprake van een marktconform tarief voor de verrichte diensten. Die behelsten namelijk veel meer dan alleen het distribueren van Nike-licenties en producten. De tweeduizend werknemers tellende Nike-ondernemingen in Nederland hielden zich volgens de Commissie tevens bezig met productontwerp en marketing en droegen daarbij zelf de risico’s voor hun taken. Heel anders dan de rulings doen vermoeden want daarin liggen de risico’s vooral bij de cv’s.

De Belastingdienst had „juist moeten concluderen dat deze ondernemingen unieke en waardevolle functies” uitoefenden in vergelijking met de cv’s waaraan ze het grootste deel van het geld afdroegen, stelt Vestager. Deze cv’s, die nauwelijks personeel hebben, zijn in de praktijk vrijwel lege hulzen.

Door met de constructie akkoord te gaan, kon Nike grote delen van de in Europa, Azië en het Midden-Oosten behaalde winsten via de in Nederland geregistreerde bedrijven doorsluizen naar de cv’s, die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting.

Bovendien, benadeelde de fiscus zo andere bedrijven die wel marktconforme tarieven betalen voor geleverde diensten en gaf het Nike een belastingvoordeel.

Gevolgen

Wat de gevolgen zijn voor Nike is nog niet bekend. De Commissie heeft Nederland een maand de tijd gegeven om te reageren op het besluit. Ook is nog om aanvullende informatie gevraagd.

De mededeling van de Commissie, een uitwerking van het in januari aangekondigde onderzoek, is een fikse tegenvaller voor het kabinet. Staatssecretaris Menno Snel (Financiën. D66) heeft juist het tegengaan van belastingontwijking en bestrijden van ondoorzichtige rulings tot speerpunt gemaakt. Hij komt rond Prinsjesdag met maatregelen om misbruik van Nederland als doorsluisland - via brievenbusfirma’s - aan te pakken.

Lees ook: Hoe Ikea al jarenlang belastingen ontwijkt

Toen de Commissie in 2015 concludeerde dat koffieketen Starbucks jarenlang een onterecht belastingvoordeel in Nederland had genoten, volgde een naheffing van 25,7 miljoen euro. Daarnaast loopt een onderzoek naar de belastingafspraken die meubelgigant Ikea heeft vanwege de fiscale vestiging in Nederland. In eerdere berichten werd gesteld dat de naheffing zou kunnen oplopen tot 1 miljard euro.