De persconferenties waar traditioneel niks te halen valt

Nieuwspoort Als pers en premier elkaar ontmoeten, zou dat tot spannende momenten moeten leiden. Maar de wekelijkse persconferentie met de minister-president levert maar zelden nieuws op.

Illustratie Roland Blokhuizen
Illustratie Roland Blokhuizen

In alle terugkerende Haagse rituelen tussen pers en politiek is er een wekelijks moment waar heel Nederland via een liveverbinding mee kan kijken: de persconferentie met de minister-president in Nieuwspoort. Aan de ene kant: een premier die zich verschuilt achter honderd redenen waarom hij niet méér kan vertellen dan het journaille wil. Aan de andere kant: de parlementaire pers die daar maar zelden doorheen weet te breken. De spanning: meestal ver te zoeken.

Deze vrijdag neemt Rutte voor de tweeënzestigste keer in de huidige kabinetsperiode plaats achter het spreekgestoelte, de laatste voor het zomerreces. Dat de persconferentie in Nieuwspoort plaatsvindt was een van de eerste beslissingen die Mark Rutte maakte toen hij premier werd. Zijn voorganger, Jan Peter Balkenende, besloot in zijn termijn dat hij niet meer te gast wilde zijn bij de pers, het journaille moest zich maar melden bij hem op het ministerie van Algemene Zaken.

Maar Rutte wilde de traditie van oud-premier Piet de Jong in ere houden. Die begon in 1970. De Jong wilde niet meer het hele weekend na de ministerraad door afzonderlijke journalisten gebeld worden en besloot ze daarom in één keer te woord te staan.

Feitelijk is de minister-president te gast bij de Parlementaire Pers Vereniging. En zoals dat gaat met regelmatig terugkerende gasten, is ook hier een vanzelfsprekendheid der dingen ontstaan. De pers krijgt vooraf een sms van de Rijksvoorlichtingsdienst over het tijdstip, afhankelijk van hoelang de ministerraad duurt. Rutte begint met een ‘inleidend statement’ van drie tot vier minuten. Daarin praat hij over wat in de ministerraad besproken is of blikt hij terug op een gebeurtenis of debat eerder die week. Niemand lijkt dan écht te luisteren, de meeste journalisten scrollen door Twitter of zijn aan het appen. Als er nieuws in de ministerraad zat, dan is dat vooraf al gelekt of gedeeld door het verantwoordelijke ministerie.

Ongeschreven regels

Daarna komt de vragenronde, geleid door de directeur-generaal of de directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst. Spannend wordt het zelden. De volgorde van de vragen verloopt vaak volgens een ongeschreven hiërarchie. De eerste rij – Telegraaf, NOS, RTL – als eerste, daarna de rest. De stropdas van Rutte is altijd donkerblauw, behalve als er op dezelfde dag een herdenking plaatsvindt, dan is de kleur soms zwart. Na afloop draait Rutte het bovenste blaadje van zijn mapje met de tekst naar binnen, zodat eventuele fotografen zijn aantekeningen niet vast kunnen leggen. Om de papieren op onderwerp te sorteren, gebruikt Rutte bladwijzers. Wie inzoomt, ziet geen gele plaknotes, Rutte scheurt stukjes papier af en plakt die aan de zijkant van het stapeltje A4-tjes.

De documenten in dat mapje worden voorbereid door de Rijksvoorlichtingsdienst en de ministeries. Dat zijn soms spreeklijnen, soms is het in vraag-antwoordvorm, als het onderwerpen zijn waar veel vragen over worden verwacht. Navraag bij de RVD leert dat de voorbereide onderwerpen „redelijk dekkend zijn” met de verwachte vragen van de aanwezige pers. Die is dus voorspelbaar. De manier waarop vragen gesteld worden, gebeurt in een terugkerend patroon: de journalist noemt een actuele gebeurtenis en vervolgt met: hoe kijkt u daarnaar? Of: ziet u dat ook zo? In de antwoorden van Rutte zit óók een patroon: er is altijd een reden waarom hij geen antwoord wil/kan/mag/zal geven. Bij specialistische onderwerpen leest Rutte soms delen van het antwoord voor, meestal praat hij uit zijn hoofd. De Engelse taal, oudere televisieprogramma’s en tot op heden onbekende Nederlandse uitdrukkingen komen regelmatig voorbij: „Als een Zoef de Haas weer weg zijn.” (Zoef is een personage uit de Fabeltjeskrant) Of: „In uw vraag liggen dertig aannames besloten die ik dan allemaal moet ontgiften.” Ook gehoord: „Ik verdedig dit 100 procent en vierkant.” „Het is niet zo dat het kabinet de hele dag aan het nadenken is over what-ifs.” In de categorie oude televisie: „Laten we even à la Derrick op zoek gaan naar een motief.” (Derrick is een Duitse Krimiserie uit de vorige eeuw.)

Begin 2014 krijgt hij een vraag over „wat eventuele politieke onrust voor het uitvoeringsjaar zou betekenen”. Rutte: „ja, dit is een beetje Yes Minister hè [Een Britse, satirische televisieserie, red.]: „I foresee all kinds of unforeseen circumstances.” De zaal blijft stil, Rutte gaat door. „En dan was de vraag van de minister: such as? En toen zei de topambtenaar: nou ze zijn nog niet te voorzien en daarom weten we nog niet welke het zijn.”

Strakkere scheiding gekamd

Door de jaren heen verandert er af en toe iets. De pakken van Rutte die op maat zijn. De scheiding in zijn haren die strakker wordt gekamd. En de achterwand waar de Nederlandse driekleur op prijkt sinds het aantreden van het kabinet-Rutte III.

Wat niet verandert zijn de verhoudingen. Na afloop van de persconferentie – waarin dus bijgepraat wordt met journalisten, is er de nazit waarin bijgepraat wordt met journalisten zónder camera, in het café van Nieuwspoort. De toon in beide bijeenkomsten verschilt. Zo kan het verkeren dat een journalist die door blijft vragen over een onderwerp na afloop, op de gang, lachend een klap op zijn schouder krijgt van Rutte om daarna samen koffie te drinken.