Opinie

    • Sjoerd de Jong

De dagelijkse podcast NRC Vandaag brengt nieuwe kansen én dilemma’s

De ombudsman

Hoe klinkt de krant? Als een pijprokende heer, als een non-binaire millennial, als een journalist die weet wat hij doet?

Sinds drie maanden experimenteert de redactie met een dagelijkse podcast, NRC Vandaag, naast de wekelijkse podcasts die al langer bestaan, Onbehaarde Apen (wetenschap) en Haagse Zaken (politiek). Deze week besloot de hoofdredactie met dat experiment door te gaan.

Met die podcast is weer een instrument toegevoegd aan het repertoire (krant, site, apps, nieuwsbrieven) waarmee NRC ook nieuwe lezers probeert te bereiken. Het idee is, kort maar krachtig: elke werkdag „het verhaal van de dag” in twintig minuten audio. Als model diende de succesvolle podcast The Daily van The New York Times.

De podcast wordt gemaakt door een vaste presentator, redacteur Thomas Rueb, en een zeskoppig team van freelance producers en editors. Bespreken, voorbereiden, opnemen en monteren gaat van de eerste vergadering om half tien ’s ochtends tot de deadline van 23.00 uur – bij tegenslagen kan het gebeuren dat tot in de vroege ochtenduren moet worden gemonteerd. De podcast gaat op werkdagen om 06.00 uur online.

Opmerkelijk: voor het bouwen van een kleine studio op de redactie vroeg en kreeg de uitgever van NRC Media 43.000 euro van Google, uit een potje voor media-initiatieven. Google sponsort zo tientallen media. Evengoed blijft dat opmerkelijk in een land waar media zulke sponsoring door de overheid vaak taboe vinden.

Gemiddeld haalt de podcast zo’n 15.000 luisteraars, en dat is heel goed. Ook relevant: podcasts trekken een jong publiek – een gewilde doelgroep – en mensen luisteren tijdens het hardlopen of koken, op de sportschool, in de auto . Kortom, aan NRC is nu nergens meer te ontkomen. Of dat ook tot meer abonnees leidt, moet natuurlijk nog blijken.

Werkt het inhoudelijk?

Oordeelt u vooral zelf, de afleveringen staan online. Ze moeten, zegt Rueb, „luisteraars door de ogen van de journalist laten meekijken, en doen begrijpen of voelen waarom iets belangrijk is”. De podcast moet geen radio-interview zijn, of een groepsgesprek, maar „een vertelling”.

Een geslaagd voorbeeld, vindt Rueb zelf, is de aflevering met correspondent Koert Lindijer, die vertelt over zijn huiveringwekkende ervaringen in Rwanda, tijdens de genocide van 1994. Een andere is die waarin justitieredacteur Marcel Haenen vertelt over zijn primeurs over de vertrouwenscrisis binnen het Openbaar Ministerie en de afwegingen rond het omgaan met tips en het publiceren van materiaal.

Dat is niet alleen leerzaam, het heeft een bijkomend voordeel: het geeft lezers, of luisteraars, inzicht in de afwegingen bij het maken van een krant. Dat is, ook met het huidige adagium digital first, nog steeds een ambachtelijk proces van wikken en wegen, twijfelen en knopen doorhakken, soms vallen en opstaan, kortom, mensenwerk. De vertellingen in de podcast zijn één manier om inzicht te geven in dat proces.

Zo komt wel meteen het dilemma van dit soort transparantie in zicht: hoeveel wil je laten zien van je interne afwegingen en de werkwijze van je journalisten? (Dat geldt trouwens ook voor deze rubriek, maar een ombudsman werkt onafhankelijk van de redactie, een podcast is er onderdeel van.) Wie beslist wat erin mag en wat niet? De concurrentie luistert mee. Rueb: „Wij willen alles kunnen vragen, maar we houden daar natuurlijk wel rekening mee, zeker bij grote en gevoelige onderzoeksprojecten.”

Aanverwant dilemma: de bescherming van bronnen en bronmateriaal. Voor een podcast is de verleiding groot om iets te laten horen, bijvoorbeeld uit interviews. In een podcast over een in ongenade gevallen lokale politicus, was een stukje te beluisteren van een heimelijke opname die een redacteur in handen had gekregen; in een andere het begin van een telefoongesprek.

Kan dat? Voor opnames geldt: uitzenden mag alleen met toestemming van betrokkene, of bij een evident journalistiek belang. Zo zette NRC twee jaar geleden een geluidsfragment uit een interview met de premier van Sint-Maarten online, omdat de politicus beweerde dat hij de uitspraken die de krant aan hem toeschreef niet had gedaan. Met de lokale politicus werd contact gezocht, zegt Rueb, maar die weigerde contact. Besloten werd daarna om niets méér uit de opname te laten horen dan al in de krant was gepubliceerd.

Toch blijft dit oppassen; de kans om jezelf terug te horen in een podcast kan een chilling effect hebben op gesprekspartners van journalisten. Bovendien, een geïnterviewde krijgt zijn tekst in Nederland vaak tevoren te lezen (té vaak), maar de montage van een podcast wordt niet vooraf voorgelegd.

Ander punt: wederhoor. Een podcast is geen verslaggeving, maar het blijft een journalistieke uiting – en moet dus aan regels voldoen. Een redacteur, zegt Rueb, wordt dan ook geacht het complete verhaal te vertellen, niet alleen zijn kant ervan.

Tot slot: spreektaal is informeler dan het geschreven woord. Mij viel op hoe makkelijk het woord „liegen” valt, al dan niet samen met „glashard” en „keihard”. Terecht of niet, ook dat lijkt me iets om op te letten.

Urgenter is vooralsnog het ‘verdienmodel’ en de kosten (alles is gratis te beluisteren, ook voor niet-abonnees). Daar zal nog wel stevig over worden gesproken. Maar dat de podcast inhoudelijk een aanwinst is, staat wel vast. Niet omdat deze NRC-stemmen u vertellen wat u moet vinden – dat doen ze niet – maar omdat ze interessant en aanstekelijk over hun werk praten.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.