Opinie

Centrale bank moet opnieuw leren omgaan met politieke druk

Lagarde

Commentaar

Onze collega die geen aanwijzingen wilde opvolgen. Zo noemde de Turkse president Erdogan woensdag de topman van de Turkse centrale bank, Murat Cetinkaya. Die werd afgelopen weekeinde ontslagen, en vervangen door Murat Uysal. De vrees is dat de nieuwe man meer de wens van Erdogan zal volgen: lagere rentes, graag.

In landen met een langere liberale traditie en een steviger rechtstaat is de positie van centrale bankiers sterker verankerd. In de Verenigde Staten benoemt de regering de centrale bankier, maar die is daarna vier jaar lang vrijwel onaantastbaar. Het weerhoudt president Trump er niet van de door hemzelf benoemde Jerome Powell bij voortduring te kritiseren en te intimideren. De rente in de VS moet lager, vindt ook hij.

Het resultaat is dat aan elk besluit van de Amerikaanse Federal Reserve nu een luchtje zit. Als Powell de rente niet verlaagt, dan is hij misschien te recht in de leer om maar niet de indruk te geven te zwichten voor Trump. Verlaagt hij de rente wel, heeft de druk vanuit het Witte Huis dan niet toch een rol gespeeld?

In de eurozone is de positie van centrale banken in steen gehouwen. De zittingsduur voor vaste bestuurders bij de Europese Centrale Bank is acht jaar en de voorwaarden voor ontslag zijn strikt.

De voordracht van de Franse directeur van het Internationaal Monetair Fonds Christine Lagarde als nieuwe president van de Europese Centrale Bank lijkt politieker dan ooit. Bewezen ervaring en een academische achtergrond in het veld ontbreken bij haar. Dat geldt eveneens voor Powell, net als Lagarde een jurist. Lagardes lange statuur als IMF-directeur maakt veel, zo niet alles, goed.

Centrale banken hebben hun ijzeren reputatie te danken aan de beteugeling van de inflatie sinds het begin van de jaren tachtig. Hoewel daar ook andere factoren meespeelden, zoals de prijsdrukkende effecten van nieuwe technologie en globalisering, mag de getemde inflatie zeker ook aan hen worden toegeschreven.

Bij de bestrijding van de gevolgen van de financiële crisis van 2008 is de rol van centrale banken echter fors uitgebreid. Crisismaatregelen hebben het bezit van staatsleningen enorm vergroot. De Europese Centrale Bank kocht in de afgelopen jaren ruim 2.000 miljard euro aan staatsleningen op van de aan de euro deelnemende landen. De Amerikaanse centrale bank kocht, proportioneel, een vergelijkbaar bedrag, alsook de Bank of England. Het bezit van de Japanse centrale bank is inmiddels kolossaal.

Hoe nodig dit beleid kennelijk ook mocht zijn, het heeft de maatschappelijke voetafdruk van centrale banken vergroot, en de politieke impact van hun besluiten ook. Als de centrale bank de belangrijkste crediteur wordt van zijn eigen overheid, dan heeft dat potentiële politieke gevolgen. Het nauwe mandaat van het handhaven van prijsstabiliteit is ver opgerekt.

Betekent dit dat centrale bankiers hun onafhankelijkheid deels moeten opgeven? Politici hebben zichzelf niet voor niets aan de mast gebonden, door het monetaire beleid aan deze onafhankelijke derden over te laten. Maar centrale bankiers moeten wel, nog meer dan voorheen, ontvankelijk zijn voor sig nalen uit politiek en samenleving. In dat opzicht is de diplomatiek doorgewinterde Lagarde een logische keuze. Maar, om voormalig ECB-president Wim Duisenberg te parafraseren: centrale bankiers moeten horen. Of ze ook luisteren is dan verder hun zaak.