Brieven

Brieven

De psychologie „moet zich wapenen tegen neuro-onzin”, oreert kersvers hoogleraar psychologie Stefan van der Stigchel (Er is hoop voor de overmoedig geworden psychologie, 9/7). Daar heeft hij gelijk in. Maar wat dan? Meer experimenteel onderzoek naar menselijk gedrag: waarneming, geheugen, aandacht, taalverwerking. Dat kost geld, want er is geavanceerde apparatuur nodig „voor onze oogbewegingsmetingen, onze multisensorische opstellingen en eeg-metingen”. Denk maar niet dat psychologen „alleen een stoel nodig hebben om in te zitten om de theorieën te bedenken”. Van der Stigchel gaat echter zelf in zo’n stoel zitten als hij uitlegt hoe de psychologie antwoorden kan helpen geven op „de grote maatschappelijke vraagstukken” (integratie, klimaat, nepnieuws). Daarvoor moet je weten „hoe het wereldbeeld van de ander in elkaar zit”. Dat zou kunnen, maar de experimentele psychologie die hij voorstaat gaat die kennis niet leveren. Daarvoor moet je de wereld buiten het laboratorium onderzoeken. Van der Stigchel valt door de mand als hij schrijft: „De studie naar menselijk gedrag is technisch, ook al vindt deze vaak plaats binnen de sociale wetenschappen.” Het extra geld waar hij voor pleit moet kennelijk in de eerste plaats naar de ‘peperdure’ bètakant van de sociale wetenschappen, die „vaak zo veelbelovend is dat interessante resultaten te snel met grote woorden naar buiten gebracht worden”. Bescheidenheid zou ook hem sieren.


Wetenschapshistoricus en auteur