Arbeid is eindeloos, ook al lijkt dat nu soms niet zo

De toekomst van arbeid Gaan we straks korter werken of juist langer? Produceren we nog goederen of alleen diensten? Nemen machines het van ons over, of kunstmatige intelligentie? Eén ding is zeker: werk verandert voortdurend.

Illustratie Pepijn Barnard

Schmidt, zo werd hij genoemd. Deze arbeider bij het Amerikaanse Bethlehem Steel kreeg per dag 1,15 dollar uitbetaald voor het laden van 12 ton gietijzer op een wagen. Wilde Schmidt niet liever 1,85 dollar verdienen, een loonsverhoging van ruim 60 procent? Daar had hij wel oren naar. De voorwaarde was dat hij dan wel precies zou doen wat die mijnheer daar, met pen en opschrijfboek, hem opdroeg. Laad ijzer op de truck, Schmidt. Op deze manier. Loop nu terug. Nogmaals. Nu even een minuut uitrusten. Weer aan de slag. Aan het eind van de werkdag bleek Schmidt 47 ton te hebben geladen, viermaal zijn oorspronkelijke prestatie, tegen een loonsverhoging van 60 procent. Schmidt blij, Bethlehem Steel blij. Al is nooit bijgehouden hoe lang de nieuwbakken modelarbeider dit heeft volgehouden.

Of dit door Frederick Taylor vertelde verhaal uit de jaren negentig van de negentiende eeuw tot in de details klopt? De naam Schmidt is verzonnen, in werkelijkheid heette hij Henry Noll. Hoe dan ook, de gevolgen van Taylors bevindingen en aanbevelingen, vastgelegd in het ‘wetenschappelijke management’ van bedrijven, zijn tot vandaag tastbaar.

Taylors verdeling van arbeid in nauwgezet gevolgde kleine afzonderlijke herhalingen verscheen overal. Bij de automobielfabriek van Henry Ford bouwden arbeiders oorspronkelijk met een team een complete auto in twaalf uur. Na de introductie van opgedeelde arbeid in wat ‘lopendebandwerk’ zou gaan heten, was dat anderhalf uur. Bekend is de scène uit Modern Times van Charlie Chaplin, waar hij als lopendebandwerker een eetmachine krijgt aangemeten, waardoor hij ook tijdens de lunch kan blijven doorwerken.

Modelarbeider

Aleksej Stachanov was zijn naam. Deze mijnwerker speelde het in 1935 klaar om eigenhandig 102 ton kolen te delven met zijn drilboor, in nog geen zes uur. Stachanov werd de modelarbeider van de Sovjet-Unie, het icoon van de communistische werker die het vooral moest hebben van inzet en motivatie. De Stachanov-arbeider werd een begrip, al bleek later dat propaganda een belangrijke rol speelde bij zijn prestaties, waar hij meer dan een beetje bij werd geholpen.

Werk is in de eenentwintigste eeuw sterk veranderd, vooral in het Westen. Maar in elke werknemer zit nog steeds een beetje Schmidt en een beetje Stachanov. Arbeiders, om maar een ouderwets woord te gebruiken, worden vaak nog steeds gemicromanaged – ook al denken zij zelf vaak van niet. De maaltijdbezorger op de fiets wordt door zijn app van hot naar her gestuurd. De Uber-taxichauffeur is, op de achtergrond, een product van toegepaste logica en statistiek. Schoonmaakwerk wordt gemeten en getimed tot exact duidelijk is in hoe veel tijd bepaalde handelingen kunnen worden verricht. Van kantoren tot hotelkamers.

Influencer, dataminer, beroepsgamer: die beroepen hadden een kwart eeuw terug nog tot glazige blikken geleid

Thuiszorg, idem. Webwinkelmagazijnen: hetzelfde verhaal. Met name aan wat de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’ heet, is Frederick Taylor met zijn notitieblok nog overal. Tegelijk voelt het voor veel mensen goed om hard bezig te zijn: het geeft voldoening en een positief zelfbeeld. Ook als daar geen extra vergoeding tegenover staat. De waardering van collega’s is óók een beloning – hoe naïef dat soms ook is.

In de tayloriaanse toestanden aan de onderkant van de markt komen twee grote invloeden samen: polarisatie en de diensteneconomie. Mechanisering, automatisering, robotisering: het proces dat eind achttiende eeuw in de Britse industriesteden begon, is nooit opgehouden. De verwachting is dat uiteindelijk grofweg twee soorten arbeid overblijven: hoogwaardig werk aan de top en laagwaardig werk op de bodem, dat in beide gevallen lastig door machines, robots of kunstmatige intelligentie kan worden verricht.

Illustratie Pepijn Barnard

Kunstsector

Tegelijk worden diensten bijna wetmatig dominant. In 1966 publiceerde de Amerikaanse econoom William Baumol een studie naar de kunstsector: Performing arts, the economic dilemma: a study of problems common to theater, opera, music, and dance. De productie van goederen kan voortdurend efficiënter worden gemaakt. Maar bij veel diensten kan dat niet. Baumol gebruikte het voorbeeld van een strijkkwartet dat Beethoven speelt. Met minder mensen dan vier lukt dat niet, en sneller kan ook niet.

De Wet van Baumol die hij hier uit afleidde, stelt dat veel diensten structureel duurder zullen worden dan producten. Zorg en onderwijs slokken een steeds groter deel op van het nationale budget. Een toegangskaartje voor een cultureel evenement is steeds duurder geworden – of er moet steeds meer subsidie op. In de jaren zestig kon je voor de kosten van een nieuwe kleurentelevisie honderdmaal naar de kapper. Nu kost een nieuwe flatscreen nog maar een knipbeurt of tien.

Bij hoogwaardige diensten kun je weinig anders dan de hoge kosten op te hoesten. Maar bij laagwaardige diensten is ruimte gevonden bij de ene variabele die nog te beïnvloeden is: de prijs van de arbeid zelf. Het is geen toeval dat losse contracten, flexwerk en onderbetaling hier juist zijn opgerukt. Zie bijvoorbeeld postbezorgers, glazenwassers of ordehandhavers.

Lees ook: Victoriaanse tijden op de arbeidsmarkt

Dark factory

Waar leiden al deze trends uiteindelijk naartoe? Henry Ford en Frederick Taylor zouden vrijwel vergeefs hebben gezocht naar werknemers in een moderne autofabriek. Sciencefiction is al bijna werkelijkheid in de dark factory, een hal waar over niet al te lange tijd robots, in het donker en in de kou, onafgebroken hun taak verrichten. Taylor probeerde van de mens een robot te maken. Wij maken, bij de gedachte aan al die verweesde machines in het kille duister, van de robot weer een mens.

De volgende verandering is zich, voorzichtig, al aan het voltrekken. De toepassing van kunstmatige intelligentie neemt de werker taken uit handen waarvan hij of zij nog niet zo lang geleden dacht dat die voor altijd aan de mens voorbehouden zouden zijn.

Zal menselijke arbeid ooit verdwijnen? Er is een utopische toekomst denkbaar waarin de mens, voorzien van een ruim basisinkomen, zijn arcadische dagen doorbrengt met zang, dans en literatuur. Of een dystopische, waarin enkel nog plaats is voor een rijke elite en een berooide en werkloze onderklasse die moeizaam een inkomen bijeen scharrelt.

Zal er altijd weer nieuw werk ontstaan? Als de geschiedenis een leidraad is, dan is het antwoord: ja.

Maar de toekomst, ook die van werk, laat zich niet eenvoudig voorspellen. In 1930 voorzag de econoom John Maynard Keynes de 15-urige werkweek. Nog begin jaren negentig waren de meeste economen er, na twee decennia van economische tegenvallers, van overtuigd dat de werkloosheid zich na elke economische tegenvaller zou stabiliseren op een steeds hoger niveau. De pensioengerechtigde leeftijd werd in de praktijk sterk verlaagd, soms tot 57 jaar, om genoeg werk over te houden voor jongeren.

Nu, een kwart eeuw later, staat de werkloosheid dicht bij een laagterecord. Niet alleen in Nederland, maar in een groot deel van de westerse wereld. In de Verenigde Staten is de werkloosheid de laagste in vijftig jaar, al is de arbeidsparticipatie wel iets lager dan destijds. Bovendien is de huidige trend om lánger te gaan werken: de pensioenleeftijd gaat in veel westerse landen juist omhoog.

Tegelijk stelt de antropoloog David Graeber dat zo’n groot deel van de westerse werknemers de eigen arbeid zo weinig zinvol vindt dat in de praktijk de 15-urige (zinvolle) werkweek er allang is.

Op de aantallen van deze bullshit jobs is wel het nodige aan te merken, zo stelde de Rotterdamse econoom Robert Dur. Hij kwam op een kwart van de werknemers dat niet het gevoel heeft nuttig werk te doen. Maar ook dat is een flink aantal.

Altijd nieuw werk

Zal er altijd weer nieuw werk ontstaan? Als de geschiedenis een leidraad is, dan is het antwoord: ja. De aard van die nieuwe arbeid, van die toekomstige banen, is onbekend. Influencer, python-programmeur, dataminer, beroepsgamer: ze hadden een kwart eeuw geleden nog geleid tot glazige blikken. De opkomst van internet heeft gezorgd voor een totaal nieuwe economische sector, inclusief werkgelegenheid.

Bij Booking.com in Amsterdam, dat onder meer hotelreserveringen verzorgt, werken 5.500 mensen. Best veel voor een dienst die twintig jaar geleden nog nauwelijks bestond. Geavanceerde gezondheidszorg blijft een groeimarkt. In games gaat al 120 miljard euro per jaar om. Bij de ontwikkeling van de nieuwe spelhit Red Dead Redemption 2 waren ruim 3.000 mensen betrokken. De energietransitie levert werk op, net als het voorkomen en bestrijden van de gevolgen van klimaatverandering. Data is de grondstof van de eenentwintigste eeuw. Er valt altijd te ondernemen door bedrijven waar Schmidt en Stachanov mogen letten op de balans tussen werk en leven. De hoeveelheid toekomstige arbeid is eindeloos, ook al lijkt dat nu soms niet zo. Net als vijftig, honderd en honderdvijftig jaar geleden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.