Aftakeling van een Rotterdams prestigeproject

Warmtebedrijf Het Rotterdamse Warmtebedrijf zou een energie- en milieuprobleem voorbeeldig oplossen. Politiek wensdenken en angst voor gezichtsverlies hebben lokale overheden sinds 2005 kapitalen gekost. En de rekening loopt op.

Afvalverbrander van AVR in de Rotterdamse haven. Door het AVR-besluit warmte te gaan leveren vanuit Rozenburg, moest het Warmtebedrijf voor 40 miljoen euro aan extra leidingen en installaties financieren.
Afvalverbrander van AVR in de Rotterdamse haven. Door het AVR-besluit warmte te gaan leveren vanuit Rozenburg, moest het Warmtebedrijf voor 40 miljoen euro aan extra leidingen en installaties financieren. Foto Stijn Rademaker/HH

Het kan bijna niet mis gaan. Die enorme hoeveelheden warmte die industrieën in de Rotterdamse haven in lucht en water lozen, waarom zou je die niet gebruiken voor stadswarmte? Het is een „fantastisch” idee om „thermische verontreiniging om te zetten in nuttige energie”, zegt gemeenteraadslid Ronald Sörensen van Leefbaar Rotterdam op 8 december 2005. Zijn partijgenoot en wethouder Wim van Sluis heeft net aangekondigd dat Rotterdam een eigen Warmtebedrijf gaat oprichten. Sörensen: „Wat mij betreft mag de raad hem uren toejuichen.”

Het „finest hour” van het college, vindt een VVD-raadslid. „Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar het is echt waar”, zegt een PvdA’er. Niet alleen betrokkenen vinden het een visionaire stap. Van Sluis krijgt een prijs en 20 miljoen euro subsidie van minister Laurens Jan Brinkhorst (D66) van Economische Zaken. En internationale aandacht, schrijft de gemeente trots aan de raad: „Rotterdam is recent door Bill Clinton uitgekozen om een voortrekkersrol te vervullen in de strijd tegen de klimaatverandering. Het Warmtebedrijf is het toonaangevende initiatief om deze doelstellingen te realiseren.”

Er is dan al jarenlang gewerkt aan een bedrijfsplan „in samenwerking” met alle bedrijven die onmisbaar zijn voor het succes van het Warmtebedrijf. Shell en afvalverwerker AVR zullen hun overtollige warmte leveren, Eneco en Nuon zullen die als stadsverwarming bij Rotterdamse huizen afleveren en energieproducent Uniper gaat helpen met de juiste verdeling over de stad. Uiteindelijk zullen zo 300.000 tot 500.000 huizen duurzaam worden verwarmd, is de gedachte. „Men zal schreeuwen om deze warmte”, voorspelt wethouder Van Sluis.

Het klinkt te mooi om waar te zijn, maar het is echt waar

PvdA’er Rotterdam

Het ging mis, goed mis. Shell haakte binnen een jaar af. Eneco concurreerde het Warmtebedrijf met een eigen pijpleiding van de Rotterdamse markt. Met AVR ontstonden slepende juridische procedures, en ook met Uniper kreeg het Warmtebedrijf ruzie. En Nuon? Dat heeft het Warmtebedrijf met contracten gevangen in een project om warmte naar Leiden te pompen. Een project dat was bedoeld als redding, maar nu de ondergang van het Warmtebedrijf dreigt te worden.

De stand van zaken, dertien jaar na oprichting: in plaats van de verwachte 27 miljoen euro is Rotterdam op zijn minst 200 miljoen kwijt aan het project, in de vorm van kapitaalinjecties en een borgstelling voor leningen die het Warmtebedrijf niet kan terugbetalen. Dat is nog zonder de naar schatting tientallen miljoenen die de komende jaren nodig zijn om het bedrijf overeind te houden. Intussen wordt maar 16 procent van het oorspronkelijk beoogde aantal huizen verwarmd met restwarmte uit de haven.

NRC reconstrueerde op basis van gesprekken met tientallen betrokkenen, openbare en vertrouwelijke documenten hoe het Warmtebedrijf sinds zijn oprichting in 2006 werd gedreven door politieke bemoeienis, wensdenken en opportunisme. De constante: crisis. En te weinig geld en vrijheid om de ambities te vervullen waarvoor het ‘gemeentebedrijf’ werd opgericht.

1 Valse start

Overal waar het Warmtebedrijf komt, ontstaan discussies over geld en gemaakte afspraken. Discussies die het Warmtebedrijf verliest.

Dat begint direct na oprichting. De raffinaderij van Shell is aangewezen om warmte te leveren. Alleen: de installatie die nodig is om die warmte af te tappen, blijkt veel duurder dan verwacht. Shell wil daar volgens betrokkenen niet voor opdraaien. Als het Warmtebedrijf de warmte zo graag wil hebben, moet het ook de risico’s dragen. De pas opgerichte onderneming kan Shell niet dwingen en ziet de kosten zo snel oplopen dat ze halverwege alle werkzaamheden stillegt.

De valse start kost het Warmtebedrijf meer dan 20 miljoen euro aan afschrijvingen op gloednieuwe installaties, blijkt uit jaarverslagen. Daar komt nog meer dan 1,1 miljoen euro bovenop voor de inhuur van consultants die de noodstop in goede banen moeten leiden.

Wat is een warmtebedrijf zonder warmte? Een politiek echec dreigt. Carl Berg, topambtenaar van de gemeente Rotterdam, is de man die een uitweg moet verzinnen. Berg – gesoigneerd, charmant – heeft de reputatie van een macher die als geen ander politiek gevoelige projecten kan en wil managen. Dominant, zonder veel geduld voor kritiek of tegenspraak.

„Carl Berg bepaalde alles”, is de ervaring van mensen die van dichtbij met het Warmtebedrijf te maken hebben. De ambtenaar is bijna elke week bij het bedrijf in de Triathlonstraat te vinden. Berg zit er zo dicht op dat hij wordt gewaarschuwd voor bestuurlijke aansprakelijkheid, vertellen betrokkenen. Hoewel het formeel een zelfstandige onderneming is, gebeurt bij het Warmtebedrijf niets zonder toestemming van ‘het stadhuis’. Het is een politiek project, dat niet mag mislukken.

De oplossing die Berg bedenkt is ingenieus. Angelsaksische investeerders CVC en KKR hebben in 2006 voor 1,4 miljard euro afvalverwerker AVR gekocht van de gemeente. Zij hebben daarbij bepaalde „vrijwaringen” bedongen. Met die clausules in de hand dreigt AVR nu met een miljoenenclaim vanwege de vernietiging van een milieuvergunning.

Rotterdam kan de buitenlandse investeerders afkopen met een verbeterd contract voor de verwerking van Rotterdams afval én de levering van stoom aan het Warmtebedrijf, redeneert Berg. Zo lost hij twee problemen tegelijk op. AVR laat zijn claim vallen en het Warmtebedrijf heeft weer een warmteleverancier.

Het duurt jaren voor de deal rond is. Er wordt gerekend, onderhandeld, weer gerekend en nog eens gerekend. Dure consultants leveren second opinions, scenariostudies en risico-analyses. Aan het eind van de rit laat een tevreden college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad weten dat „de levering van restwarmte kostentechnisch zeer gunstig is, wat zich vertaalt in een rendabele businesscase”. Het is dan 18 juni 2009.

Kapitale beginnersfouten

In werkelijkheid betaalt het Warmtebedrijf een hoge prijs om de gemeente Rotterdam te behoeden voor gezichtsverlies en een riskant gevecht met CVC en KKR. Het AVR-contract is voor het Warmtebedrijf zo ongunstig dat het een rendabele toekomst vrijwel onmogelijk maakt.

Simpel gezegd is het Warmtebedrijf tot 30 september 2044 contractueel verplicht grote hoeveelheden warmte te kopen, of het daar klanten voor heeft of niet. En dat tegen een veel te hoge prijs. Mensen die later de details van het contract leren kennen, spreken van „kapitale beginnersfouten”. Maar het zal niet de laatste keer zijn dat het Warmtebedrijf lijdend voorwerp van bestuurlijke koehandel blijkt.

De inkt van het warmtecontract tussen AVR en Warmtebedrijf is nog niet droog, of er is weer een tegenvaller. De afvalwerker besluit een Rotterdamse afvalverbrandingscentrale te sluiten. Nu moet het Warmtebedrijf zijn warmte halen bij een AVR-locatie in Rozenburg, dieper in de haven en dus verder weg van de stad. Dat kost 40 miljoen aan extra installaties en leidingen.

Hoewel AVR het probleem creëert, zal het Warmtebedrijf de 40 miljoen extra financieren. Die kosten krijgt het vergoed in gratis warmte en kortingen, is de afspraak. Maar ook over de uitleg van die afspraak ontstaat conflict. Uiteindelijk krijgt het Warmtebedrijf niet de compensatie die het nodig heeft.

Voor alle andere partijen is inmiddels duidelijk: het Warmtebedrijf is makkelijk te bespelen. Het staat met zijn rug tegen de muur, maar mag van de gemeente niet falen. En die bepaalt. Directeur van het Warmtebedrijf Co Hamers, een introverte techneut, wordt in de warmtewereld gezien als baas zonder mandaat. Hij voert uit wat Berg bedenkt. Er bestaat ook medelijden met zijn rol. Hamers wordt met onmogelijke opdrachten het veld ingestuurd, en komt met lege handen terug.

Ook de raad van commissarissen laat zich door de gemeente sturen. Onmacht en frustratie klinken door in de jaarverslagen. Het is Rotterdam dat „de regie voert”, schrijven de commissarissen. Bij discussies met andere marktpartijen is het Warmtebedrijf „lijdend voorwerp”, „geen onderhandelingspartner” of „een politiek gestuurd bedrijf”. Aftreden doen de commissarissen niet.

2 Een nieuw begin

Op 18 november 2010 is het tijd voor een feestje. De voorbereidingen voor de pijpleiding van 26 kilometer vanaf Rozenburg langs de zuidoever van de Maas gaan binnenkort van start. Alle belangrijke partners zijn er: AVR, de warmteleverancier. Eneco en Nuon, de afnemers. Eindelijk kan het Warmtebedrijf gaan doen waarvoor het is opgericht: restwarmte uit de haven naar Rotterdam brengen. En, niet onbelangrijk: winst maken en schulden afbetalen.

Er is catering, een promotiefilmpje en een maquette van de warmteleiding. Kosten bij elkaar: 15.258 euro.

Ook Uniper is van de partij. Carl Berg heeft het energiebedrijf overtuigd zich voor 25.000 euro in te kopen in het Warmtebedrijf. Voor Uniper is het een onlogische stap. Het bedrijf is met zijn gascentrale al een belangrijke producent en leverancier van stadswarmte in Rotterdam. Het Warmtebedrijf is een directe concurrent. Maar Uniper wil de relaties met Rotterdam goed houden en stapt toch in.

Voor ambtenaar Berg is het een onverdeeld succes: hij haalt met Uniper een aandeelhouder binnen die verstand heeft van de warmtemarkt én die een deel van de kosten kan dragen. Althans, dat denkt Berg.

Eneco is de eerste van de ‘partners’ op het feestje van het Warmtebedrijf die de onderneming dwarszit. Door het slechte contract met AVR koopt het Warmtebedrijf veel meer warmte in dan het kwijt kan. De oplossing: meer warmte verkopen. De enige plek waar dat op grote schaal kan, is in Rotterdam Noord, en daar mag alleen Eneco warmte aan woningen leveren.

Eind 2011 onderhandelt het Warmtebedrijf met Eneco over de aanleg van een tweede warmtepijp, die AVR-warmte naar de noordoever van de maas transporteert. Het leidt tot niets, naar verluidt omdat Eneco vindt dat het Warmtebedrijf de financiële risico’s moet dragen. Niet getreurd: het afketsen van de deal heeft „geen negatieve consequenties” voor het Warmtebedrijf, schrijft het Rotterdamse college pas anderhalf jaar later aan de gemeenteraad.

Van de weg gedrukt

Onzin, weet iedereen die met het Warmtebedrijf te maken heeft. Eneco besluit namelijk zelf de pijp langs de noordoever te bouwen – en duwt daarmee in één klap het Warmtebedrijf van het grootste deel van de Rotterdamse warmtemarkt. Bij het Warmtebedrijf zijn ze razend – op Eneco, maar ook op Carl Berg. Rotterdam heeft bijna een derde van de aandelen van Eneco. Waarom grijpt het stadhuis niet in? „Eneco wist dat we kwetsbaar waren en heeft ons volkomen van de weg gedrukt”, zegt een nauw betrokkene.

Rotterdam heeft het bestaansrecht van het Warmtebedrijf altijd uitgelegd met de stelling dat marktpartijen niet zelf de risico’s van een ‘warmte-infrastructuur’ zouden willen dragen. En nu wil juist het Warmtebedrijf die financiële risico’s niet nemen, en een marktpartij wél. Toch blijkt stoppen geen optie: hoe slechter het gaat, hoe meer de betrokken ambtenaren en politici zich ingraven. Niemand wil het politieke en financiële verlies nemen.

In 2015 gaat het Warmtebedrijf eindelijk warmte leveren. Maar door het slechte AVR-contract, de concurrerende pijpleiding van Eneco en de hoge schulden maakt het Warmtebedrijf in zijn eerste operationele jaar bijna 14 miljoen euro verlies. Op een omzet van nog geen 10 miljoen. Het is de zoveelste keer dat de werkelijkheid de sussende beloften van het college onderuithaalt. Het betekent ook dat het zo niet verder kan.

Niet iedereen verliest. Directeur Co Hamers verdient 180.000 euro per jaar, een derde van de medewerkers rijdt rond in zulke dure lease-auto’s dat het bezoekers opvalt. Maar vooral voor de accountants, juristen en andere consultants van onder meer Stibbe, Pels Rijcken, Nauta Dutilh, Ecorys, Loyens en Loeff, BarentsKrans, Rabo corporate finance, Boer & Croon, KPMG en Deloitte zijn het gouden jaren. Het Warmtebedrijf geeft volgens jaarverslagen tot en met 2017 6,5 miljoen uit aan hun adviezen. Welke advieskosten de gemeente maakt, is onbekend.

Zeker is wel dat consultants nauw betrokken zijn bij het plan dat ambtenaar Berg en de inmiddels aangetreden wethouder Adriaan Visser (D66) uitdenken om het Warmtebedrijf voor de derde keer te redden. Visser werkte als ambtenaar jarenlang samen met Berg. Daarvoor was hij zélf consultant en adviseerde over grote projecten als de aanleg van de Betuwelijn en de verzelfstandiging van het Havenbedrijf. Net als Berg geldt Visser als charmant en dominant, met grote ambities en de bereidheid risico’s te nemen.

Visser en Berg geloven er nog in. Daarbij: na al die jaren van extra geldinjecties en gebroken beloften zou stoppen tot te groot gezichtsverlies leiden.

Uniper trekt een andere conclusie en wil zo snel mogelijk van zijn aandelen af. Het energiebedrijf voelt zich door de stad misbruikt om de slechte plannen van de gemeente te financieren en weigert mee te betalen aan de verliezen. Bovendien: Uniper is bang voor het reddingsplan van Berg en Visser. Zo bang dat het bedrijf bereid is Rotterdam 6 miljoen euro over te maken om van zijn aandelen af te komen – 240 keer het bedrag dat Uniper zes jaar eerder voor de stukken heeft betaald.

3 De vlucht vooruit

Zes mannen in pak kijken lachend in de camera, de handen gestapeld boven een rode knop. Links Carl Berg, de Zuid-Hollandse gedeputeerde Han Weber (D66) en een D66-wethouder uit Leiden. Aan de andere kant de managers: van bierbrouwer Heineken, van energiebedrijf Nuon en Hamers van het Warmtebedrijf.

Ze vieren de aanstaande bouw van een 43 kilometer lange pijpleiding die vanaf 2020 restwarmte uit de Rotterdamse haven helemaal naar Leiden zal brengen. Geschatte investering: zo’n 140 miljoen euro. „Een uniek project”, jubelt een promotiefilmpje van de provincie. „Zuid-Holland als duurzaam voorbeeld van wereldklasse.”

De foto dateert van 5 april 2016. Vier maanden eerder is het Klimaatakkoord van Parijs gepresenteerd en is besloten dat de gaswinning in Groningen vanwege de aardbevingen fors omlaag moet. Nederland is op zoek naar enorme hoeveelheden duurzame energie – Zuid-Holland voorop, met zijn zware industrie en energie-intensieve glastuinbouw. Met deze ‘Leiding over Oost’, te bouwen door het Warmtebedrijf, tonen provincie, gemeenten en bedrijven dat zij bereid zijn eensgezind aan oplossingen te werken.

Maar de foto verhult veel. Reputaties en opportunisme zijn minstens zo belangrijk als vergroeningsambities. Het ‘unieke project’ is de vlucht vooruit die Carl Berg heeft bedacht om het Warmtebedrijf te redden. Een pijpleiding naar Leiden betekent nieuwe afnemers, daar snakt het bedrijf naar.

Bij de deal tussen Nuon en Rotterdam raakt ook de provincie Zuid-Holland betrokken. De leiding naar Leiden past bij de ambities van gedeputeerde Han Weber (D66), die droomt van een Zuid-Hollandse warmterotonde waarmee warmteoverschotten via een buizensysteem door de provincie worden gepompt om huizen en bedrijven te verwarmen.

Nuon kent de kwetsbaarheid van het Warmtebedrijf. Met een schuld van 100 miljoen en veertien medewerkers in dienst is het Rotterdamse bedrijfje nogal klein voor zo’n groot project. Medewerkers van het Warmtebedrijf betwijfelen zelf ook of ze dit wel aankunnen, vertellen betrokkenen.

Nuon eist daarom garanties, en krijgt die ook. In een geheim document van oktober 2017 beloven provincie en gemeente het Warmtebedrijf financieel weer op weg te helpen én stellen ze zich volledig aansprakelijk voor vertraging. Rotterdam en Zuid-Holland maken elk 100 miljoen euro vrij. Weer wordt gezichtsverlies voorkomen door extra risico’s te nemen. Een weg terug is er niet meer.

Zoals NRC eerder schreef, is het een garantstelling met grote gevolgen. Ellende en gesteggel beginnen vrijwel direct nadat het contract onherroepelijk wordt – opnieuw. Zo komt de provincie haar financieringsbelofte niet na vanwege gedoe over het potje waar het geld uit moet komen. Resultaat: ruzie tussen Zuid-Holland en Rotterdam, en een Warmtebedrijf dat niets kan beginnen.

Stilstand

Het project ligt nu al meer dan anderhalf jaar nagenoeg stil. De deadline van 1 januari 2020 voor warmtelevering aan Leiden gaat het Warmtebedrijf bij lange na niet halen. Het Rotterdamse college en Gedeputeerde Staten weten dat al zeker sinds de zomer van 2018. Pas in april van dit jaar gaven ze de vertraging toe aan de gemeenteraad en de Provinciale Staten.

Provincie en gemeente houden het bedrijf met periodieke geldinjecties op de been. Adviseurs en juristen analyseren wat de contractbreuk met Nuon gaat kosten. Het niet op tijd vertrouwelijk delen van een van deze adviezen met Statenleden leidde mei dit jaar volgens bronnen tot het aftreden van gedeputeerde Weber. Ook Visser vertrok, vanwege het laten lekken van een stuk over een ander vastgelopen vastgoedproject. Carl Berg is inmiddels financieel directeur van Feyenoord City.

De jarenlange deconfiture van het Warmtebedrijf is voor de buitenwereld nauwelijks te volgen. Rotterdam en Zuid-Holland hebben de afgelopen jaren veel informatie geheim verklaard. Het maakt goede politieke controle onmogelijk en is een effectieve manier gebleken om de pijnlijke onderdelen van dit dossier buiten het zicht te houden.

Bij mensen die weten wat er de afgelopen jaren is gebeurd, is de angst groot om te vertellen wat ze weten. Zeker nu deze week het gerucht ging dat na een eerdere publicatie van NRC een door de provincie ingehuurde advocaat zoekt naar mogelijke lekken. Een gerucht dat de provincie niet bevestigt, maar ook niet ontkent.