Opinie

Welzijn van politici is politiek relevant

Woensdag beefde bondskanselier Angela Merkel als een blad in de wind; voor de derde keer in korte tijd. Dat is niet zonder politieke betekenis, schrijft , kijkend naar enkele andere staatslieden.
Illustratie Hajo

Het trillen van de Duitse bondskanselier Angela Merkel, woensdag tijdens de ontvangst van de Finse premier Antti Rinne voor de derde keer in een maand tijd, heeft tot bezorgdheid en schrik geleid. Speculatie over de oorzaak en de gevolgen voor haar ambtelijk functioneren zijn niet van de lucht. Ze variëren van een onschuldig tekort aan een glas water tot een beginnende ziekte van Parkinson, wat haar aangekondigde vertrek in 2021 al dan niet dichterbij zou brengen.

Speculeren over iemands gezondheid is niet kies en ik laat het hier ook bij, maar niet zonder te stellen dat het wel degelijk verantwoord is om de gezondheid van een belangrijk ambtsdrager in de gaten te houden. Je zou zelfs van een aparte tak binnen de leer der internationale betrekkingen kunnen spreken die zich met hun kwalen bezighoudt.

Ik doel niet op de speciale bepaling uit de Amerikaanse constitutie – amendement 25: een president kan ‘onbekwaam’ worden verklaard om het land te leiden. Stel je voor: een gek geworden president die met een druk op de knop een atoomraket kan lanceren.

Ik schreef eerder in Vrij Nederland: „vicepresident Mike Pence kan Donald Trump ‘disabled’ verklaard krijgen na een lange procedure. Als het aan voormalig defensieminister James Schlesinger had gelegen, hing deze procedure Richard Nixon in 1974 boven het hoofd”. Die blamage is Trump tot nog toe bespaard gebleven, en Nixon hield de eer aan zichzelf door na ‘Watergate’ af te treden. Op een bijeenkomt met journalisten van Associated Press had een schijnheilige Nixon naar aanleiding van hardnekkige belangstelling van de Amerikaanse belastingdienst voor zijn vroegere aangiften, nog beweerd dat burgers recht hebben „te weten of hun president een oplichter is”. Angst voor de belastingdienst lijkt me bij Merkel overigens allerminst aan de orde.

Ontlasting onderzoeken

Ik dacht wel even aan Sovjetleider Leonid Brezjnev, die in de jaren zeventig een bezoek aan het Elysée bracht. Brezjnev leed aan een mysterieuze ziekte – niet onbelangrijk voor het doen en laten van het Kremlin middenin de Koude Oorlog. De Franse geheime dienst heeft toen zelfs de ontlasting van de Sovjetleider discreet opgevangen in het hoteltoilet om iets wijzer te worden van de gesteldheid en toekomst van de politicus.

In 2008 schreef de voormalige Britse minister van Buitenlandse Zaken (en arts) David Owen het boek In Sicknes and Power – Illness in Heads of Government During the Last 100 Years. Owen was neuroloog en kende als politicus veel buitenlandse leiders. Hij had toegang tot biografen, lijfartsen, archivarissen, eigenlijk tot wie hij maar belde.

Het boek is een uitgebreide studie, haast een wetenschappelijk werk dat best op het nachtkastje van Mark Rutte en Stef Blok zou mogen liggen. Het gaat vaak in detail in op de vele what ifs die de wereldpolitiek door kleine, maar niet te onderschatten persoonlijke kwalen, bespaard zouden zijn gebleven.

Eerlijkheid loont

Een studie naar de vele kwalen die de Amerikaanse naoorlogse president Dwight Eisenhower onder de leden had, zet de toon. Eisenhower werd op den duur open over zijn ziektes en ontdekte dat de kiezers die eerlijkheid beloonden in plaats van afstraften. De moraal van Owens boek is het tegenovergestelde van het pleidooi voor prudentie: het beroep van politicus (laat staan politiek leider) is vaak te belangrijk om er terughoudend of oneerlijk over te zijn.

Voor ingrijpende what ifs schrikt Owen niet terug. Als president Woodrow Wilson geen beroerte had gekregen, had hij een Amerikaans lidmaatschap van de Volkenbond door zijn volksvertegenwoordiging gesleept, was Ethiopië in 1935 niet zomaar door Italië ingelijfd en had Hitler in 1938 in het Tsjechische Sudetenland geen walkover gehad.

Zou de Britse premier Anthony Eden (1955-1957) geen last hebben gehad van bijwerkingen van galblaasmedicijnen, dan had hij zich niet verkeken op de ernst van de Suezcrisis, die het einde van het British Empire betekende. Althans, volgens Owen.

En, verzin ik er elf jaar na zijn boek bij, was er in het Verenigd Koninkrijk nu niet een belachelijk politiek cohort opgestaan dat denkt het verlies van het Britse Rijk met de Brexit weer ongedaan te maken.

Als de sjah van Perzië eerder voor behandeling aan leukemie en non-Hodgkin naar Zwitserland was gegaan, zou het in Iran bij de machtsovergang naar de ajatollahs in 1979 allemaal heel anders zijn gelopen. Dan hadden de Amerikanen wellicht geen troepen in Saoedi-Arabië gelegerd en had Al-Qaeda niet de wind in de zeilen gekregen. En dan was ‘9/11’ nooit gebeurd.

Andere factoren dan gezondheid

En, dit verzin ik er elf jaar later ook bij, had ambassadeur Pete Hoekstra nooit aan Nederland gevraagd om grondtroepen in Noord-Syrië te installeren om bij te dragen aan het uitschakelen van de erfgenamen van Al-Qaeda (IS).

Het boek van Owen – uit 2008, laat ik dat nog benadrukken – leent zich gemakkelijk voor de kritiek dat er behalve ziektes meer factoren zijn die de loop der geschiedenis bepalen. De belangrijkste valkuil (lees: kwaal) die politiek leiders bedreigt, is een oude bekende: hoogmoed.

In het ergste geval lijdt een politiek leider aan de overtuiging dat hij of zij boven de wet staat, overal mee wegkomt en zelfs het recht heeft om te liegen. Dat lijkt me op Merkel allerminst van toepassing, mijn gedachten gaan in dit geval dan ook naar anderen uit.

Intussen moet Merkel wel even naar de dokter, lijkt me.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.