Trump bindt in bij strijd om burgerschapsvraag volkstelling

De Amerikaanse president wilde bij de volkstelling van 2020 vragen naar burgerschap. De rechter verbood dit. Na enig verzet zegt Trump de informatie nu op een andere manier te zullen inwinnen.

Demonstratie bij het Supreme Court, waar rechters besluiten over het plan van Trump om burgerschapsstatus op te nemen in de volkstelling van 2020.
Demonstratie bij het Supreme Court, waar rechters besluiten over het plan van Trump om burgerschapsstatus op te nemen in de volkstelling van 2020. J. Scott Applewhite/AP Phot

De Amerikaanse president Donald Trump heeft donderdag onverwachts ingebonden bij een al maanden slepend conflict over de volkstelling die de Verenigde Staten in 2020 houden. Hij vaardigt geen presidentieel decreet uit om een vraag in de telling op te nemen over de burgerschapsstatus van de geënquêteerden.

In plaats daarvan wil Trump per decreet alle Amerikaanse departementen bevelen om aan het ministerie van Handel alle gegevens door te spelen die zij in hun bezit hebben over burgerschap, niet-burgers en de immigratiestatus van mensen in de VS. Dat heeft hij laten weten tijdens een toespraak in de rozentuin van het Witte Huis.

Lees ook: Hof tegen censusplan Trump

„We geven onze pogingen om de burgerschapsstatus van onze bevolking te weten te komen niet op”, zei Trump, ondanks dat tot enkele uren voor zijn aankondiging werd aangenomen dat hij de kwestie op de spits zou drijven door een executive order uit te vaardigen om een vraag bij de volkstelling af te dwingen. Vorige week zei hij dat „heel serieus” te overwegen.

De aankondiging vormt een terugtocht bij een felle strijd over pogingen om de burgerschapsstatus op te nemen in de volkstelling. Eind vorige maand bepaalde het Hooggerechtshof dat een vraag over burgerschap niet op het volkstellingsformulier hoort - een gevoelige nederlaag voor het Witte Huis.

Ongedocumenteerde immigranten

De vraag is omstreden, omdat ze er mogelijk toe zou leiden dat ongedocumenteerde immigranten de volkstellers ontlopen uit vrees zichzelf kwetsbaar te maken voor deportatie. Hierdoor zou een vertekend beeld kunnen ontstaan, alsof staten en kiesdistricten met grote migrantengemeenschappen minder inwoners tellen dan ze daadwerkelijk hebben. Als gevolg daarvan zouden ze minder federaal geld ontvangen én minder politiek gewicht toegekend krijgen bij verkiezingen.

De vraag had zo vooral conservatieve staten en Trumps eigen Republikeinse partij kunnen bevoordelen. Volgens critici probeerde Trump de volkstelling, die in de VS elke tien jaar wordt gehouden, „als een wapen te gebruiken”.

In rechtszaken stelde de regering de afgelopen maanden dat de burgerschapsvraag nodig was om de electorale rechten van minderheden beter te beschermen. Maar in navolging van meerdere lagere rechters ging het Hooggerechtshof niet in die redenering mee. Het oordeelde dat dit argument „bedacht leek” en eerder een „afleiding” was dan een „verklaring”.

Trump legde zich de afgelopen weken niet neer bij die uitspraak van de hoogste rechters. Donderdag probeerde hij een positieve draai te geven aan zijn besluit om dat alsnog te doen. „We beschikken over veel kennis bij veel van onze agentschappen”, verklaarde de president in gezelschap van minister van Justitie William Barr en minister van Handel Wilbur Ross, die verantwoordelijk is voor het Amerikaanse volkstellingsbureau.

Trump noemde onder meer databases van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid en de Social Security Administration als middelen die de regering volgens hem in staat stellen om de burgerschapstatus van 90 procent van de bevolking „of meer” te bepalen.

„We zullen geen middel onbeproefd laten.”

Opperrechter John Roberts, die in het sterk verdeelde Hooggerechtshof vaak de beslissende stem heeft, stemde in deze kwestie mee met het progressieve smaldeel. Conservatieve juristen opperden in de media dat een presidentieel decreet voldoende zou zijn om zijn verzet weg te nemen.

Had Trump zijn decreet doorgezet, dan waren tegenstanders opnieuw naar de rechter gestapt, waarna de kwestie uiteindelijk weer bij het Hof was beland. Of dat op tijd een nieuw oordeel had kunnen vellen, was onzeker. De eerste formulieren voor de telling worden al gedrukt, zonder de omstreden vraag.

Minister Barr van Justitie schilderde de koerswijziging van de regering-Trump af als een logistieke kwestie. „Uit praktisch oogpunt sloot de uitspraak van het Hooggerechtshof alle paden af om de vraag aan de volkstelling van 2020 toe te voegen”, stelde hij.