Reportage

Politiegeweld maakt martelaren van gele hesjes

politiegeweld Vijf ‘gele hesjes’ zonder hand, 24 mensen zonder (bruikbaar) oog. Moet de Franse politie echt zó hard optreden?

Jérôme Rodrigues, een van de leiders van de gele hesjes, werd in januari getroffen door een rubber kogel.
Jérôme Rodrigues, een van de leiders van de gele hesjes, werd in januari getroffen door een rubber kogel. Foto Christophe Archambault

Om het slot van de voordeur te kunnen openen, heeft Gwendal Leroy (27) een trucje. „Ik zet twee vingers aan het eind van de sleutel en daarmee tast ik af waar het sleutelgat zit.” Hij steekt, in het parkje waar hij sinds een paar maanden zijn dagen slijt, zijn hand vooruit, naar een denkbeeldige deur. „Hop hop, gaat best makkelijk”, zegt hij. Makkelijker, althans, dan de eerste keer toen hij met één oog het slot zocht. „Ik zat er drie centimeter naast.”

Hij is ‘geel hesje’ van het eerste uur – stond op de rotonde in het Bretonse Quimperlé, demonstreerde in Parijs toen daar in december de vlam in de pan ging. Maar op 19 januari in Rennes ging het mis. Net voordat hij wilde vertrekken, werd hij in de chaos van het wekelijkse treffen tussen ordepolitie en demonstranten aan zijn hoofd geraakt door wat volgens artsen een rubber kogel geweest moet zijn. Hij lag op de grond. „Ik vroeg aan omstanders of er iets met mijn oog was. Maar iedereen zei: maak je geen zorgen.” In het ziekenhuis werd hij meteen geopereerd. Zijn linkeroog was niet meer te redden. Hij draagt nu een leren ooglapje.

Ik kijk nog steeds niet in de spiegel

Sébastien Messina, verhuizer/geel hesje

Leroy is niet de enige die gehavend uit de strijd is gekomen. Een half jaar sociale onrust heeft tot een in vredestijd onvoorstelbaar groot aantal gewonden en voor het leven gehandicapte slachtoffers geleid. Volgens een nooit tegengesproken inventarisatie van de activistische onderzoeksjournalist David Dufresne raakten vanaf november 315 mensen gewond aan hun hoofd. 24 mensen verloren een oog of kunnen hun oog nooit meer gebruiken. Vijf mensen hebben nog maar één hand.

De intensiteit van de demonstraties van gele hesjes neemt sinds enkele maanden af – afgelopen zaterdag kwamen nog slechts een paar honderd mensen naar Parijs en ook op de provinciale rotondes is het rustig. Maar de discussie over de Franse methode van ordehandhaving gaat door. Dat is mede te danken aan de slachtoffers zelf. Met comités van „gemutileerden”, zoals ze zich noemen, houden ze de druk op de ketel. Voor een laatste protest voor de vakanties hebben ze eind juni op een stomend hete zaterdag nog een solidariteitsmars in het noorden van Parijs belegd. „On est là”, klonk het daar uit vele kelen: we zijn er nog.

Vooraf, in een cafeetje waar de organisatie bijeen was, stonden de gewonden in het middelpunt van alle aandacht. Ze zijn de martelaren van een half jaar strijd. Iedereen wil met ze op de foto. Vooral met de 40-jarige Jérôme Rodrigues, die op 26 januari op Bastille een oog verloor. Met zijn woeste baard, hoedje en nu dus ook een ooglapje is hij een icoon geworden. Aan lantarenpalen hangen gele stickers met een afbeelding van zijn karakteristieke hoofd.

Handwapen waarmee de oproerpolitie rubber kogels afschiet. Foto Benoit Tessier/Reuters

Gevaarlijke wapens

Op de spandoeken ging het over het „politiegeweld”. Dat is een term die de politie en politiebonden verwerpen. Het zijn de demonstranten die agenten uitdagen, zeggen zij, en dan moeten zij ingrijpen. Het gebeurt niet andersom.

Maar de wapens waarmee agenten dat doen, zijn volgens critici wat al te heftig. De hoofd- en oogverwondingen zijn vrijwel allemaal het gevolg van een handwapen van het type ‘LBD40’, die rubberen projectielen met een doorsnede van 4 centimeter afschiet. De afgerukte handen komen meestal door zogeheten ordehandhavingsgranaten van het type GLI-F4 (10 gram traangas met 25 gram TNT-springstof).

Het Europees Parlement sprak in februari in een motie van „disproportioneel” optreden. Een VN-mensenrechtencommissie adviseerde de Franse regering de ordehandhavingsmethoden te herzien. En de Franse ombudsman heeft ervoor gepleit om het LBD-handwapen niet meer te gebruiken. Tevergeefs.

Het aantal rubber kogels is in 2018 met 200 procent toegenomen, erkende de politie-inspectiedienst IGPN: er werden er meer dan 19.000 afgevuurd, vooral tijdens demonstraties van gele hesjes. Gebruik van de granaten nam met bijna 300 procent toe. De IGPN heeft ruim tweehonderd interne onderzoeken ingesteld naar mogelijk onjuist wapengebruik: uit video’s van gele hesjes blijkt dat agenten tegen de regels in niet op benen, maar op hoofden mikten.

„In een democratie zou je zeggen dat de politie je beschermt”, zegt Sébastien Messina (27), die tot afgelopen jaar als verhuizer werkte. „Vroeger zou ik bij een snelheidscontrole een middelvinger opsteken. Maar nu ben ik echt bang voor de politie.”

Op 12 januari kreeg hij in Parijs een rubber kogel vol in het gezicht, met een ernstige kaakfractuur tot gevolg. Zijn hoofd is, zeker in vergelijking, met de gruwelbeelden die hij op zijn mobiel laat zien, inmiddels aardig hersteld. „Maar ik kijk nog steeds niet in de spiegel”, zegt hij. Dat geldt ook voor de 42-jarige landwerker Jean-Marc ‘Jim’ Michaud, die op 8 december in Bordeaux een oog verloor en inmiddels zijn eerste prothese draagt. „Ik herken mezelf niet meer”, zegt hij. „Ik ben dit niet.”

Traangasgranaten worden afgeschoten op gele hesjes. Foto Pascal Guyot

In een hoorzitting in het parlement heeft minister van Binnenlandse Zaken Christophe Castaner aangekondigd de politieprotocollen te herzien. Journalist Dufresne heeft daar weinig fiducie in. „Anders dan in veel andere landen is de ordehandhaving in Frankrijk sinds Napoleon politiek. De oproerpolitie ontvangt haar bevelen rechtstreeks van de prefect, de vertegenwoordiger van de staat. Elders hebben lokale autoriteiten of de politieleiding zelf ook nog wat te zeggen.” Zonder schroom spreekt hij van „repressie”. Dufresne: „Het probleem met politiegeweld is: als je eenmaal begonnen bent, dan kun je niet meer terug.”

Volgens Gwendal Leroy is dat de reden dat de gele hesjes niet veel mensen meer op de been krijgen. „De repressie heeft gefunctioneerd.” Zelf wil hij weer aan het werk. Afstand nemen, zegt hij. Deze maand, een half jaar nadat de kogel hem trof in Rennes, mag hij een nieuw rijbewijs aanvragen. Dan kan hij weer solliciteren. „Maar waarom zou een bedrijf iemand aannemen die maar één oog heeft?”, vraagt hij zich af. „Als drie mensen solliciteren en twee zijn helemaal heel en de derde niet, dan zou ik het wel weten.”