Opinie

Ontloop het nemen van verantwoordelijkheid niet

Geschiedenis Slavernij heeft gevolgen voor het heden, en daar zijn excuses voor nodig, schrijft Sander Philipse.

„Een reden om wél excuses aan te bieden is dat slavernij ook gevolgen heeft voor het heden.”
„Een reden om wél excuses aan te bieden is dat slavernij ook gevolgen heeft voor het heden.” Bert Verhoeff

Amsterdam maakt eindelijk aanstalten om excuses te maken voor haar slavernijverleden. Geen gekke gedachte: de stad was onder meer aandeelhouder van de Sociëteit van Suriname en heeft op verschillende manieren geprofiteerd van de trans-Atlantische slavernij.

Toch blijken veel Nederlanders het moeilijk te vinden dat de stad verantwoordelijkheid neemt voor haar daden. Zo vindt Eerste Kamerlid Paul Cliteur excuses ongepast, want Nederland is uiteindelijk gestopt met slavernij. Daar zouden we Nederland juist voor moeten prijzen, stelt hij in een opiniestuk op The Post Online. Als we die redenering doortrekken is dat goed nieuws voor Willem Holleeder: hij heeft al een aantal jaar niemand vermoord, dus dan kunnen we zijn hoofdstuk ook wel afsluiten en hem belonen voor het feit dat hij de tijd van moorden achter zich heeft gelaten.

Anderen beroepen zich op medemenselijkheid. In zijn artikel Er staat geen rekening open met het verleden in NRC (4/7) beweerde Eric C. Hendriks dat blijven hangen in „historische slachtoffercomplexen” de nabestaanden van slavernij alleen maar zou belemmeren. De nabestaanden zelf hebben daar blijkbaar niets over te zeggen.

Een reden om wél excuses aan te bieden is dat slavernij ook gevolgen heeft voor het heden, al vindt Hendriks dat die gevolgen „noch aangetoond, noch weerlegd” zijn. De oorzaak van de huidige raciale ongelijkheid is inderdaad ingewikkelder dan alleen slavernij, maar iedere vorm van causaliteit ontkennen is moeilijk. Alleen al de aanwezigheid van Afro-Surinaamse en Afro-Caribische Nederlanders is een gevolg van slavernij. Voor wie van tastbare feiten of van stenen houdt, is er de Gids Slavernijverleden Nederland, met een waslijst aan materiële sporen uit achttien verschillende steden en regio’s.

Zichtbare sporen zijn niet hetzelfde als een bewijs voor een oorzaak van ongelijkheid, natuurlijk. In de Verenigde Staten werd dat argument door essayist Ta-Nehisi Coates opengebroken door te wijzen op de continuïteit van slavernij naar segregatie naar hypotheekdiscriminatie, en het effect daarvan op het vermogen van zwarte Amerikanen.

In Nederland laat The Black Archives zien dat Surinaamse immigranten in de jaren zeventig de toegang tot bepaalde wijken werd ontzegd – wijken die nu tot de populairste van Amsterdam behoren.

Tot in de jaren negentig beperkten verschillende gemeenten en woningbouwverenigingen het aantal niet-witte Nederlanders in een portiek, gebouw, of buurt. Onderzoek na onderzoek toont aan dat discriminatie (in het onderwijs, op de arbeidsmarkt, door de politie) springlevend is, en het zwarte Nederlanders moeilijker heeft gemaakt om vermogen op te bouwen. Die discriminatie vindt voor een deel zijn oorsprong in onze ideeën over zwart en wit, die zelf weer voortkomen uit de rassentheorieën van de trans-Atlantische slavernij en kolonialisme.

Lees ook: Suriname worstelt nog altijd met het slavernijverleden. „De slavernij is afgeschaft, de erfenis en de pijn blijven.”

Decennia aan onderzoek naar die oorzaken zijn echter zelden genoeg voor de criticasters: er valt altijd meer bewijs te eisen. Vreemd genoeg passen ze die standaard niet op zichzelf toe. Zo vindt Hendriks dat persoonlijke ervaringen van ex-lerares Mary Hudson „haarfijn” laten zien dat witte Amerikaanse docenten zwarte leerlingen niet durven straffen. Ze zouden zich schuldig voelen over discriminatie en slavernij, schrijft zij in Public Education’s Dirty Secret. Als hij zich aan zijn eigen bewijs-eisen zou houden en verder had gekeken, had hij ontdekt dat dat schuldgevoel een nogal apart effect heeft. Namelijk dat je als zwart meisje zes keer vaker gestraft wordt, als zwarte jongen drie keer vaker, en dat zwarte leerlingen harder gestraft worden dan witte leerlingen, voor dezelfde vergrijpen.

Dit gebrek aan feitelijkheid is typerend voor de huidige stand van het debat: ongeïnformeerde, uitgekauwde meningen krijgen veel ruimte, terwijl diegenen die zich baseren op gedegen onderzoek moeite hebben om gehoord te worden. Activisten en wetenschappers zijn dan ook al veel verder. In het debat gaat het vooral over de vorm: moet er betaald worden, of zijn juist bewustwording, onderwijs en verwerking belangrijk?

Desondanks vrees ik dat Hendriks’ zorgen dat de excuses voor het slavernijverleden van Nederland er zomaar komen nergens voor nodig zijn. De weduwen van Rawagede, slachtoffers van Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië, moesten jarenlang procederen voor erkenning nadat in 1947 bijna de hele mannelijke bevolking van het Indonesische dorpje werd vermoord. In een andere zaak over martelingen in Nederlands-Indië ging de staat onlangs in hoger beroep tegen het inmiddels overleden slachtoffer. Blijkbaar nemen we pas verantwoordelijkheid voor onze misdaden als we echt geen andere keus meer hebben.

Correctie (12 juli 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat het slachtoffer tegen wie de staat in hoger beroep is gegaan hoogbejaard is, dat klopt niet, het slachtoffer is inmiddels overleden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.