Foto Merlin Daleman

Hoe de schurken van het kapitalisme de samenleving ontzielen

Eigenbelang De rauwe randen van het kapitalisme – fraude, ongebreidelde hebzucht – horen bij het systeem. Maar zijn die zichtbare boosdoeners ook de echte schuldigen, of is het probleem dieper geworteld?

De geschiedenis van het kapitalisme is doorspekt van leugens, fraude, bedrog en diefstal. Logisch ook, want waar vraag en aanbod bij elkaar komen in een vrije markteconomie, ontstaat altijd de mogelijkheid een partij te benadelen. Deze wijsheid over het kapitalisme is zo oud als het systeem zelf.

De essentie van het kapitalisme is namelijk gebouwd op het nastreven van eigenbelang, schreef de vader van de moderne economie, Adam Smith, al in de achttiende eeuw. De legitimering daarvan hangt, eveneens volgens Smith, af van de mate waarin dat nastreven bijdraagt aan de gehele maatschappij, aan het bredere belang van anderen. En juist dat laatste lijkt steeds verder uit beeld verdwenen. De lijn tussen geclausuleerd nastreven van eigenbelang enerzijds en egoïsme, hebzucht en fraude anderzijds is een heel dunne. De vraag is dan wie die grens overschrijden, wie de schurken van het kapitalisme zijn.

In zijn in 2014 verschenen boek Forging Capitalism: Rogues, Swindlers, Frauds and the Rise of Modern Capitalism (Kapitalisme Smeden: schurken, oplichters, fraudeurs en de opkomst van het moderne kapitalisme), neemt de Amerikaanse auteur Ian Klaus de lezer mee op een fascinerende reis langs een aantal schurken van het kapitalisme. Van de vroeg-19de-eeuwse zeeheld Thomas Cochrane, die zijn beleggingsverliezen kon afwentelen doordat een vertrouweling een vals gerucht verspreidde over de dood van Napoleon, tot Walter Watts, beschermheer van een beroemd Londens theater, die een luxe leventje leidde dankzij fraude bij zijn werkgever, een verzekeraar.

De lijst van Klaus laat zich makkelijk aanvullen met recentere schurken: Jordan ‘Wolf of Wall Street’ Belfort (waardeloze aandelen verkopen), Nick Leeson (door zijn fraude ging de Britse bank Barings ten onder), Bernie Madoff (oplichter met beleggingen), Dick Fuld (laatste baas van failliete zakenbank Lehman Brothers), Jérôme Kerviel (miljardenfraude bij Franse bank Société Générale), René van den Berg (Hilversumse tennismecenas die klassieke ponzifraude pleegde). En ga zo maar door.

Creatieve destructie

Schurken horen bij het kapitalisme. Sterker, ze leveren er een wezenlijke bijdrage aan, aldus Klaus. Zijn redenering komt erop neer dat het kapitalisme met elke schurkenstreek weer wat geleerd heeft. Iedere nieuwe oplichter, iedere volgende crisis leidt tot extra spelregels, bedoeld om het geschonden vertrouwen in het systeem te herstellen. Zo is het moderne kapitalisme in de loop der eeuwen gesmeed op basis van gaten die de schurken erin ontdekt óf geschoten hebben. It’s the evolution, stupid. Of, zoals de Oostenrijkse econoom Joseph Schumpeter het verwoordde: creatieve destructie.

Dat mag zo zijn, de praktijk leert – ook al eeuwen – dat er de facto geen sluitende spelregels te bedenken zijn om nieuwe schurkenstreken te voorkomen. De kosten van die streken komen veelal voor rekening van de maatschappij.

In zijn schokkende boek Moneyland schetst journalist Oliver Bullough hoe de rijken der aarde er alles aan doen om hun vermogen af te schermen van de autoriteiten. Zij worden daarbij geholpen door bankiers, advocaten, financieel adviseurs en corrupte regeringen van landen die het niet zo nauw nemen met de internationale wetten en verdragen. Het gevolg: geld flitst over de wereld zonder rekening te hoeven houden met grenzen. Het achterhalen van dat geld wordt wél belemmerd door grenzen.

De crux: de relatie tussen eigenaar en eigendom wordt op grote schaal versluierd via een web van bedrijfjes, identiteiten en schijnconstructies. Dictators en hun entourage doen het, wapenhandelaren, witwassers, drugsbazen. Maar ook: ‘gewone’ rijke mensen, die bijvoorbeeld willen voorkomen dat hun ex er met de helft van het kapitaal vandoor gaat, of die ervoor passen een goed deel van hun vermogen aan de fiscus af te dragen.

Maar zijn deze zichtbare schurken van het kapitalisme ook aanstichters, of maken ze alleen gebruik van de geboden gelegenheid? Ligt het echte probleem niet dieper? Wat als de effecten van het kapitalisme de fundamenten van de samenleving aantasten? Als platte hebzucht het wint van het bredere belang voor de samenleving?

Ontzieling

Waar kapitaal letterlijk de plek van mensen verdringt, ontstaat ontzieling. Dat is de werkelijke misdaad van het doorgeschoten kapitalisme. Daarvan zijn inmiddels vele voorbeelden te vinden. Het is zichtbaar in de binnensteden van Venetië en Florence, waar bijna geen Italiaan meer woont en alles ver-Airbnb’d wordt, met desastreuze gevolgen voor de leefbaarheid van die steden. Het centrum van Amsterdam lijdt aan eenzelfde ontzieling.

Er is meer. Neem Italië. Midden in de Chianti-streek, tussen Florence en Siena in, ligt Panzano. Het is zo’n typisch Toscaans dorpje, onderdeel van de grotere gemeente Greve in Chianti, met een kerk, een koffiebar, wat lokale ondernemers, een supermarktje, enkele restaurants en enoteca’s (wijnwinkels). De glooiende heuvels rondom de dorpskern staan vol olijfbomen en wijnranken. De wereldberoemde Chianti Classico is overal.

De laatste jaren is er veel veranderd in Panzano. Wie zich verdiept in de eigenaren van domeinen met namen als Monte Bernardi, Il Molino di Grace of Vecchie Terre de Montefili, stuit steeds vaker op on-Italiaanse namen: Michael Schmeltzer, Frank Grace, Tom Peck Junior, Frank Bynum. Ongetwijfeld heren met een hart voor Italiaanse wijn, maar ook: rijke Amerikanen, die hun geld veelal verdienden in de financiële sector.

Schurken dragen wezenlijk bij aan het kapitalisme. Het systeem leert van iedere crisis, iedere nieuwe oplichter

Zij walsten de gemeenschap binnen, met inspirerende verhalen over terugkeer naar de oorsprong en oog voor kwaliteit, en nu vormen lokale boeren een minderheid in het reguliere coöperatieoverleg. In het beraad van de twintig wijndomeinen van Panzano die samen wijn produceren en bottelen, zitten nog maar twee boeren uit het dorp zelf, de rest komt van buiten. Ook ontnemen de nieuwkomers lokale boeren de mogelijkheid hun wijndomeinen uit te breiden. Want welke Italiaanse wijnboer kan opbieden tegen de miljoenen die investeerders neertellen voor een paar hectare aan (soms vervallen) wijn- of olijfboomgaard?

Gevolg: in- en uitvliegende eigenaren van wijndomeinen, die geen onderdeel vormen van de dorpsgemeenschap. En langzaam verdwijnt de ziel uit die gemeenschap.

Of neem de Champions League, de duurste voetbalcompetitie ter wereld. Daar deed het grote geld al jaren geleden zijn intrede, toen miljardair Roman Abramovitsj in 2003 voetbalclub Chelsea kocht. Naar eigen zeggen voor de lol. Hij werd gevolgd door een parade aan miljardairs, onder wie oliesjeik Mansour bin Zayed Al Nahyan (Manchester City) en de Qatarees Nasser al-Khelaifi (Paris Saint-Germain), die het Europese voetbal als hun speeltje gingen zien.

De komst van de miljarden in het voetbal verstoorde tot dan toe evenwichtiger verhoudingen. Rijke clubs kochten voor tientallen tot honderden miljoenen spelers weg bij minder rijke clubs. De rijke clubs domineren sindsdien, op een sportieve toevalstreffer na, de achtste, kwart-, halve en hele finales. Dat levert zo veel extra geld op aan merchandise, televisierechten en prijzenpot, dat de rijken almaar rijker worden en de armen daar hooguit nog incidenteel van profiteren.

De Vlaamse econoom Geert Noels neemt in zijn recente boek Gigantisme de Champions League als metafoor voor het uit de hand lopende kapitalisme. Hij trekt een rechte lijn van het grootkapitaal in de voetballerij naar het gedrag van quasi-monopolisten als Google, Facebook en Amazon. Koop de concurrentie uit de markt, ten gunste van jezelf. De ontzielde overblijfselen van je prooi (kleine voetbalclubs, lokale ondernemers) zijn het probleem van iemand anders.

Foto Merlin Daleman
Foto Merlin Daleman

‘Grootste huisbaas ter wereld’

Of neem, ten slotte en wat dichter bij huis, de Van Walbeeckstraat in Amsterdam-West. De grote Amerikaanse investeerder Blackstone kocht er dit jaar negen panden (36 appartementen) voor 12,5 miljoen euro. De investering maakt deel uit van een pakket van 200 miljoen dat de Amerikanen in met name Amsterdams vastgoed willen steken. Het motto van Blackstone (472 miljard dollar beheerd vermogen): ‘buy it, fix it, sell it’, ofwel: koop het, knap het op en verkoop het. Verhuren kan natuurlijk ook. Maar dan wel tegen hoge ‘marktconforme prijzen’, vaak alleen op te brengen door expats of welgestelden.

In maart oordeelden de Verenigde Naties hard over de praktijken van Blackstone, „de grootste huisbaas ter wereld”. Volgens de VN schendt Blackstone de mensenrechten door betaalbare huizen op te kopen en ze voor veel hogere prijzen weer aan te bieden. Blackstone verjaagt mensen zo uit hun huizen, aldus de VN.

Vanwege de hoge huren (1.500 euro per maand voor 60 vierkante meter is geen uitzondering), blijven mensen liever niet al te lang in de appartementen. Gevolg: de doorstroming schiet omhoog, de samenhang in de buurt verdwijnt. De ontzieling is ook hier een feit.

De neiging tot ontzieling zit ingebakken in het systeem waarbij de winnaars altijd winnen

De rauwe randen van het kapitalisme hebben soms verwoestende effecten op de maatschappij. En het zijn niet eens de gekende schurken die dat veroorzaken. De neiging tot ontzieling zit ingebakken in het systeem waarbij de winnaars altijd winnen. Daar hoef je zelfs geen wet voor te overtreden. Kapitalisme zonder menselijke maat is een veelkoppig en lastig te beteugelen monster, hoe wanhopig het systeem het vertrouwen keer op keer probeert te herstellen met nieuwe regels en wetten.

De hamvraag is natuurlijk: levert het kapitalisme grotere schurken op dan andere (economische) systemen? Het antwoord daarop kan kort zijn: nee. Een kapitalistisch systeem, mits ingebed in een goed functionerende democratie en een liberale rechtsstaat, moet uiteindelijk in staat zijn de schurken erin te pakken en het onrecht te herstellen. Het is in elk geval beter dan oligarchieën en dictaturen, waar het recht van de sterkste (lees: rijkste) per definitie boven dat van de samenleving als geheel gaat.

Dat is in elk geval de theorie. Per saldo is het kapitalistisch systeem geen statisch gegeven, maar een resultaat van evolutie, met trial and error. Bij die error horen de schurken, zoals Klaus al beargumenteerde. Dat de samenleving voor die evolutie een soms zeer hoge prijs betaalt, blijft frustrerend. Zeker voor de slachtoffers van de kapitalistische schurken, oplichters, fraudeurs, rovers. En van de ontzielers.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.