Opinie

Waarom ik op mijn hoede ben voor dat nieuwe cultuurprogramma van de VPRO

Het opheffen van VPRO Boeken door de Hilversumse apparatsjiks past in een bredere ontwikkeling.

Michel Krielaars

In het wielspoor van Nescio, wiens verzameld proza onlangs in een nieuwe prachteditie verscheen, reed ik door de Ronde Hoep-polder. Te midden van de felgroene weiden, even voorbij Nes aan de Amstel, brulde een tegemoetkomende fietser ineens mijn naam. Ik hield stil en wachtte gespannen op wat komen zou. Toen herkende ik onder de helm en achter de zonnebril mijn vriend A., met wie ik lang geleden bij de publieke omroep werkte. „Je had in je column behoorlijke kritiek op het opheffen van VPRO Boeken”, zei hij, opgewekt als altijd. Ik beaamde het en herhaalde mijn ergernis. „Maar dat nieuwe cultuurprogramma wordt heel mooi”, voegde A. me nu toe.

Aan zijn bemoedigende woorden moest ik denken toen ik deze week op Twitter de vacatures voor de redactie van dat nieuwe, nog naamloze, cultuurprogramma voorbij zag komen. In de functieomschrijving viel me met name deze zin op: ‘We gaan nadrukkelijk op zoek naar de relatie tussen cultuuruitingen en actuele ontwikkelingen in de samenleving, in binnen- en buitenland’. Meteen moest ik aan het diversiteitsdebat denken, aan #MeToo, aan het slavernijverleden, aan de rechtse mannetjesputter Jordan Peterson. Oh nee, dacht ik. Het zal toch niet dat…

U begrijpt dat ik alleen al daarom op mijn hoede ben voor dat nieuwe cultuurprogramma. Zeker als het om schrijvers gaat wier boeken er niet in passen. Zo actueel zijn veel goede romans tenslotte niet. Ook maak ik me zorgen over het lot van de minder welbespraakte en onaantrekkelijk ogende auteurs. Zullen zij door de voorselectie komen?

Het opheffen van VPRO Boeken door de Hilversumse apparatsjiks past volgens de vele reacties die ik op mijn column van vorige week kreeg (van lezers, kijkers, boekhandelaren, uitgevers, geleerden en schrijvers) in een bredere ontwikkeling waarin, zoals een van hen schreef, ‘hele domeinen uit de Nederlands(talig)e cultuur worden opgeofferd onder het mom van bezuinigen, moderniseren, vermarkten, et cetera’. Ik ben het daar helemaal mee eens. Want als het om ‘middeleeuwse informatiedragers’ als boeken gaat, valt er op televisie nu eenmaal weinig te moderniseren. Meer dan een goede interviewer en een schrijver heb je tenslotte niet nodig. Hoe goed is het format van Hier is… Adriaan van Dis nog altijd niet, zelfs als het in DWDD wordt ingekapseld? En denk eens aan Das Literarische Quartett, waarin de bejaarde literaire showmaster Marcel Reich-Ranicki op de Duitse televisie samen met drie andere vooraanstaande critici van 1988 tot en met 2001 eens in de twee maanden op vrijdagavond soms anderhalf miljoen kijkers aan de kijkbuis wist te kluisteren, om zo’n uitzending steevast te eindigen met een citaat van Bertolt Brecht: ‘Und so sehen wir betroffen / Den Vorhang zu und alle Fragen offen’.

En dan waren er nog de speciale uitzendingen ter gelegenheid van de 50ste sterfdag van Thomas Mann of de 150ste sterfdag van Heinrich Heine. Kom daar maar eens om als het Vondel, W.F. Hermans, Hella S. Haasse, Vasalis of Nescio betreft.

Das Literarische Quartett is in 2015, twee jaar na de dood van Reich-Ranicki, hervat, nu onder leiding van Volker Weidemann. Tot op de dag van vandaag is het een succes. Ook de NPO zou veel lezers een plezier doen met zo’n serieus programma ‘oude stijl’. Er zijn genoeg bekwame critici die in het panel kunnen zitten. Lezers zijn nu eenmaal niet achterlijk.