Burgemeester voor de Partij der Radikalen

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden.

Jacques Tonnaer (1932-2019) hield niet van de vriendjespolitiek in de Limburgse KVP.

Eind 1967, Tonnaer hoort dat hij burgemeester van Schinveld is geworden.
Eind 1967, Tonnaer hoort dat hij burgemeester van Schinveld is geworden.

Limburg was tot in de jaren zestig nog net geen eenpartijstaat. In veel plaatsen kreeg de Katholieke Volkspartij (KVP) driekwart van de stemmen of meer. In het Zuid-Limburgse dorp Schinveld haalde de partij bij de Provinciale Statenverkiezingen van 1966 ruim 78 procent. Vier jaar later was het anders. Toen gaf 70 procent van de kiezers in Schinveld plots de voorkeur aan de Politieke Partij Radikalen (PPR), een afsplitsing van de KVP.

De electorale sensatie trok landelijke aandacht. Schinveld had massaal op één kandidaat gestemd, Jacques Tonnaer, sinds eind 1967 ook hun burgemeester. Er werd gesproken over het Tonnaer-effect. Erik Jurgens, destijds partijgenoot van Tonnaer: „Hij werd de eerste gekozen burgemeester van Nederland genoemd.”

Tonnaer had het katholieke establishment in Limburg al eerder geschokt. In 1968 stapte hij met vier andere Statenleden over naar de nieuwe PPR. Tonnaers vrouw Elly: „Jacques was sinds de Nacht van Schmelzer in 1966 ontevreden over de conservatieve partijkoers en hield ook niet van de vriendjespolitiek in het Limburgse deel van de partij.”

Het was een grote stap, want Tonnaer gold binnen de KVP als een belofte. Als beginnend onderwijzer stortte de zoon van een gemeenteontvanger in Hoensbroek zich op de politiek. Hij ontmoette er Elly. „Hij was voorzitter van de KVP-jongeren in de regio Heerlen, ik de secretaris. In het begin zag ik niet veel in hem. Later won hij me met zijn welbespraaktheid. Jacques bleek een kei van een kerel: aimabel, tactvol, diplomatiek en volstrekt onkreukbaar.”

Tonnaer schopte het tot landelijk voorzitter van de KVP-jongeren, werd als twintiger raadslid en wethouder in Hoensbroek, en – als jongste van Nederland – Statenlid. Voor de PPR was hij landelijk partijvoorzitter en Eerste Kamerlid. „Hij zat tegelijk met mijn vader in de senaat”, zegt Bas de Gaay Fortman, destijds Tweede Kamerlid voor de PPR. De oude De Gaay Fortman, lid van de gereformeerde ARP, werd minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Den Uyl, en benoemde Tonnaer in 1975 tot burgemeester van Sittard. „Vader had hem heel hoog zitten”, zegt Bas de Gaay Fortman. De KVP vond de benoeming „een slag onder de gordel” (er stonden enkel KVP’ers op de voordracht) en „machtsvertoon van de linkse partijen” dat verdere samenwerking bemoeilijkte.

Koningin Beatrix en haar gezelschap wandelen door de Brandstraat in Sittard op Koninginnedag. Rechts burgemeester J. Tornaer van Sittard. Foto Frans van der Linde / Nationaal Archief

Tonnaer overwon in Sittard de aanvankelijke weerstand. Anders dan het oostelijk deel van de mijnstreek wist Sittard zich redelijk te herstellen van de klap van de mijnsluitingen, mede dankzij de nabijheid van DSM en Nedcar. Het vooruitgangsgeloof bleef intact.

De PPR-burgemeester werkte in Sittard met overwegend rechtse colleges. Toch wist Tonnaer geregeld zijn zin door te drijven. „Als Jacques ergens achter stond, bleef hij net zolang praten tot je het met hem eens was, ook in overleggen met zijn wethouders”, vertelt Berry van Rijswijk, destijds actief in de PPR en later fractievoorzitter van GroenLinks in de Sittardse raad.

Een deel van de ambtenaren beschouwde de begrotingsvoorbereidingen als een marteling, omdat de burgemeester met de stofkam door de financiën ging: met overheidsgeld moest je omgaan alsof het je eigen beurs was. Om die reden was Tonnaer ook slechts met de grootste moeite te overtuigen van de noodzaak tot nieuwe vloerbedekking en een verfbeurt voor zijn versleten burgemeesterskamer.

Zijn werkethos en schoolmeesterige detailzucht maakten dat hij ook thuis nog tot in de nacht paperassen zat door te nemen. Van Rijswijk: „Als ’s avonds om kwart voor twaalf de telefoon ging, wist je dat het Jacques was.” Tonnaers dochter Marjolein speelde met haar zus om haar altijd werkende vader heen. „Toen ik acht was, leerde hij mij een ‘stevige handtekening’ zetten. Dat was belangrijk, vond papa. Ik vroeg of ik hem nu kon helpen met tekenen, maar dat mocht niet.”

Haar vader kon ook verstrooid en onhandig zijn. „Ooit prees hij de oliebollen die mama had gebakken. Daar had hij het gips van haar boetseerclub overheen gegooid in de veronderstelling dat het poedersuiker was. Héérlijk waren ze. Hij lachte het weg met een grap: ‘Ik heb me vergipst.’ ”

Tonnaer was tot zijn pensioen in 1997 burgemeester in Sittard. Zolang hij kon bleef hij ook daarna besturen, vooral bij zaken die echt zijn hart hadden: de stichting Sittard-Rosa-Lima, die kleine ontwikkelingsprojecten in de Peruaanse hoofdstad Lima financierde, en zijn trots, de zorgboerderij Ophovenerhof. Tonnaers oudste dochter Carolien had het syndroom van Down. Ze woonde tot haar 28ste thuis.

In zijn laatste jaren werd de voormalige burgemeester geplaagd door een spierziekte die zijn lichaam langzaam sloopte. Dit jaar nog kwam daar het verlies van een broer, een zus en dochter Carolien bovenop. Op 14 juni overleed hij zelf in een zorghotel in Heerlen.