Brieven

Brieven

Eigenlijk hádden wij een mooie organisatie voor energie: de plaatselijke en regionale energiebedrijven (Waterschappen kunnen model zijn voor nieuwe ‘windschappen’, 9/7). Onder invloed van het marktdenken hebben we die van de hand gedaan. Maar juist met de toename van de plaatselijke elektriciteitsopwekking – denk vooral ook aan de particuliere zonnepanelen – zou een regionaal energieschap een mooie oplossing zijn voor de ontwikkeling van het plaatselijke energienet. De verdeling en opslag tijdelijke overproductie van elektriciteit (denk aan de mogelijkheden van autoaccu’s) , de ontwikkeling van een smartgrid, en opwekking van windenergie lijken mij inderdaad mooie taken voor een energieschap. Maar ook de mogelijkheden van de windmolen als monumentaal landmark kunnen beter worden benut. In de veenkoloniën en in Flevoland bederven ze het zicht. Maar we hebben een 450 km lange kust. Stel je het beeld voor van 1.000 windmolens van 200 m hoog die onze kust markeren en tegelijk de duinwal versterken én tegen de 10 mld kWh produceren. Wie zou niet ontroerd raken als je de kust nadert en van veraf die onafzienbare rij molens waarneemt: dáár begint de zee! Of aan het strand liggend de ogen van zee afwendend achter zich die molenrij ziet, indrukwekkender dan Kinderdijk. En dat je weet: achter die rij, daar woon ik veilig. Het zou een vermelding op de werelderfgoedlijst waard zijn.