Petanque en pastis gaan bij de ‘Mondial’ hand in hand

Reportage | Petanque Het grootste petanquetoernooi ter wereld vindt elk jaar plaats in Marseille, met ruim 4.500 teams van elk drie man. Het „volkse” en het „toegankelijke” zijn de charme van de sport.

Voor het officieuze WK pétanque in Marseille kon iedereen zich aanmelden: zondagssporter of groot kampioen.
Voor het officieuze WK pétanque in Marseille kon iedereen zich aanmelden: zondagssporter of groot kampioen. Foto Théo Giacometti

Met een doffe klap is het gedaan. Ingetogen applaus, een paar krachttermen en bonkige mannen die elkaar knuffelen en zoenen.

De laatste bal van tireur (schutter) Nicolas Roure zeilde in een strakke curve door de lucht en kaatste bij landing de bal die het dichtst bij het doelballetje lag hard weg. Zijn eigen bal nam de plek in. „Een loepzuivere carreau”, murmelt een oudere instant-commentator aan de rand van de hekken rond het veldje in het Parc Borély vol ontzag. De kampioenen van vorig jaar zijn verslagen. Op dinsdagochtend om 11 uur verliest de gevreesde ‘triplet’ Jean-Michel Puccinelli, Antoine ‘Vigo’ Dubois (zelf vijfvoudig winnaar) en Joseph ‘Tyson’ Molinas met 13-9 de 1/32 finale van de Mondial La Marseillaise à Pétanque.

Het is het grootste en in sommige opzichten belangrijkste toernooi van een sport die voor Fransen in het zuiden van existentieel belang is, maar die grote delen van de rest van de wereld maar matig kan boeien. ‘Jeu de boules’ zeggen Nederlanders vaak generiek over wat voor velen in het beste geval een campinghobby is. Maar petanque is slechts een van meerdere regionale Franse balspelen. En voor Fransen, met 300.000 geregistreerde clubleden en, volgens petanque-bond FPJPP, 11 miljoen vrijetijdsspelers, een uiterst serieuze zaak. Petanque had bij de Zomerspelen van Parijs in 2024 zelfs een olympische discipline moeten worden. Maar dat liep ondanks een uitgebreide campagne net mis - breakdance en skateboard haalden het wel.

Foto Théo Giacometti
Foto Théo Giacometti
De gevreesde ‘triplet’ Jean-Michel Puccinelli, Antoine ‘Vigo’ Dubois (zelf vijfvoudig winnaar) en Joseph ‘Tyson’ Molinas.
Foto Théo Giacometti

Wolk van zoet anijs

Het evenement is zondag op vele honderden locaties overal in Marseille begonnen. Ruim 4.500 teams van elk drie man hadden zich ingeschreven. Na vele voorronden komen de twee beste donderdag uit in een finale die live op televisie is. Het is een „heel aangename kijksport”, verklaart vicevoorzitter Francis Garrigue van de FPJPP in zijn loketje bij de ingang van het toernooi de populariteit. „De regels zijn goed te begrijpen, het duurt ongeveer een uurtje en het ontspant.” Iedere avond is er wel een Franse zender die een toernooi uitzendt waarbij (vooral) mannen in (vaak) snelle gladde pakjes in een arena ballen kaatsen of rollen. Veel van de spelers, vooral hier in Marseille, hebben een fysiek die gelijkenis vertoont met die van darters.

En er zijn wel meer clichés die blijken te kloppen. Al tijdens de wedstrijden in de ochtend vloeit de pastis rijkelijk. Naarmate de dag vordert, spreekt uiteindelijk bijna iedereen in een wolk van zoet anijs. Paul Ricard, producent van het drankje, was in 1962 samen met de linkse krant La Marseillaise initiatiefnemer van het toernooi. De sport is nog altijd onlosmakelijk met de sponsor verbonden. Spelers lijken zich in te houden, maar in de organisatietent slaan officials, scheidsrechters en zelfs de gemeentelijke parkpolitie tijdens lunchtijd het ene na het andere plastic glaasje met het gele goedje achterover. Verliezers in eerdere rondes kregen als troostprijs van de organisatie heupflesjes Ricard mee naar huis. „Maar dat is vooral iets van Marseille, bij wedstrijden in het noorden drinken we iets anders”, zegt scheidsdrechter Christian Scotto d’Abusco.

Het „volkse” en het „toegankelijke” zijn de charme van de sport, zegt Pierre Guille, toernooibaas en commercieel directeur bij La Marseillaise, tijdens de lunch. Het is een van de weinige sporten waarbij haast permanent gesproken wordt: spelers praten met elkaar en met het publiek. „Dat creëert banden. Het gaat om het sportieve element en om de gezelligheid.” Wat voor hem dus weer niet betekent dat het geen echte sport is. „Tegen iedereen die twijfelt zeg ik: speel eens een partijtje met een kampioen en je merkt meteen dat het een sport is. Voor petanque heb je precies dezelfde kwaliteiten nodig als voor golf: concentratie en behendigheid. Maar niemand vraagt zich af of golf wel een sport is.”

Foto Théo Giacometti

Wereldwijd in ontwikkeling

Dat beaamt bondsbestuurder Garrigue. „Het gaat om beheersing van spierkracht, om goed kijken en veel trainen. Je moet bovendien goed tegen de enorme hitte kunnen.” De spelers staan ook hier in Marseille de hele dag in de brandende zon. Velen hebben verweerde hoofden. Echte profs zijn er niet, vertelt hij, maar „enkele tientallen” Franse boullistes kunnen, mede dankzij een topsportregeling van de overheid, sinds 2005 van hun sport en hun commerciële bijverdiensten leven. Meest succesvol daarin is de grote 25-jarige ster Dylan Rocher, die wegens andere verplichtingen dit jaar ontbreekt in Marseille ondanks vier eerdere titels. Garrigue hoopt dat petanque op de Spelen nog wel een van de demonstratiesporten kan worden. „Het is niet meer louter een Franse sport. Landen als Thailand zitten ons op de hielen”, zegt hij. Een team uit Madagaskar werd in 2016 zelfs wereldkampioen.

Teams uit 22 verschillende landen, waaronder Canada, Nieuw-Zeeland en ook Nederland, zijn op de Mondial vertegenwoordigd. „De sport is in 1907 in Frankrijk begonnen maar wereldwijd in ontwikkeling”, meent Guille. Anders dan bij andere officiële petanque-wedstrijden kon iedereen zich voor zijn toernooi aanmelden. „Zondagsspelers staan tegenover de grote kampioenen. Ik zal als amateurtennisser nooit tegenover Nadal of Federer staan. Hier kan iets vergelijkbaars wel.”

Maar dat was vooral de eerste dagen. Inmiddels is het kaf van het koren gescheiden. Het verlies van Puccinelli, Dubois en Molinas, spelend in sponsorshirtjes van het grote Franse ballenmerk Obut tegenover tegenstanders in strandoutfit, blijft niettemin een grote verrassing.

Als de wedstrijd van dinsdagochtend voorbij is, stormen de uit grote reizigersfamilies afkomstige Dubois en Molinas („Petanque zit in ons zigeunersbloed”) geïrriteerd weg. Omringd door een groepje fans spelen ze in het zand een paar verloren punten over. Veelvuldig wordt beschuldigend gewezen naar Puccinelli, die verderop in enkele summiere zinnen de Franse tv te woord staat. „We hebben gewoon slecht gespeeld”, analyseert de met veel goud behangen 41-jarige speler. „We proberen altijd te winnen en ik doe alles voor mijn sport. Maar uiteindelijk is het toch een spelletje.”