James Brandon Lewis

Foto Diane Allford

James Brandon Lewis: ‘Je moet het publiek je ziel laten zien’

North Sea Jazz James Brandon Lewis heeft op het podium ongekende krachten. Hij mengt zijn muziek steeds vaker met poëzie.

Tenorsaxofonist James Brandon Lewis had een wat sneu, vroeg tijdstip gekregen afgelopen november op het Super Sonic-festival in Amsterdam. Daardoor kwamen er maar weinig mensen luisteren. Wat zonde was, want het werd zo’n zeldzaam krachtige show, dat je erbij had willen zijn. De energiestoten die Lewis met zijn trio produceerde langs jazz, hiphop en gospel leken aangejaagd door dynamiet. De saxofonist gunde zichzelf geen rust, leek elektrisch geladen. Het was eenzelfde overrompelend vuur als waarmee hij in 2016 op North Sea Jazz overtuigde.

Die haast bezeten drive heeft een motief, vertelt James Brandon Lewis, aan de koffie in een galerie annex koffiehuis in de wijk Williamsburg in Brooklyn. Hij woont een paar metrohaltes verderop. „Toen ik in 2016 op North Sea Jazz speelde, was ik net door mijn grote platenlabel gedumpt. Ik vertelde mijn muzikanten dat we met onze ruggen tegen de muur stonden, maar dat we North Sea Jazz met een mokerslag moesten aanpakken. Dat lukte.”

James Brandon Lewis (36) is van een buitencategorie. Hij lééft jazz, en investeert alles wat hij op tour verdient direct weer in zijn muziek. Zijn noten hebben urgentie, alsof ze de laatste zijn die hij zal spelen. Eén gedachte suist als mantra door zijn hoofd: „Dit is het, maak het verschil.” Daarom probeert hij al vroeg in een bepaalde staat van bewustzijn te komen. „Vanaf het moment dat ik wakker word visualiseer ik hoe ik wil dat alles wordt, wat ik wil zeggen, hoe ik alles inzet.” Na een show is hij kapot. Leeggespeeld. „Ik zou dan het liefst alleen zijn.”

Die extreme inzet eist zo zijn tol, erkent hij. Hij is dol op zijn familie, vooral op zijn neefjes en nichtjes, maar mist veel van ze door zijn reizen, zijn eindeloze research en talrijke repetities. En ook al heeft James Brandon Lewis een partner, muziek slurpt alles op.

In de kerk van zijn vader in Buffalo, New York, leerde James Brandon Lewis de finesses van de betere gospelmuziek. Op zijn negende begon hij op klarinet, op zijn twaalfde werd dat saxofoon. Wetenschapper wilde hij worden. Basketballer misschien. „Ik was een wat quirky jongen die uren las op zijn kamer, quotes verzamelde en poëzie las, maar bewust ook ‘normale’ dingen deed, zoals basketballen, om maar niet op te vallen.”

Muziekhelden had hij niet specifiek. „Door de jazzgroten, zoals Charlie Parker en John Coltrane, voelde ik me vooral geïntimideerd. Ik dacht na over hoeveel werk het zou zijn om op dat niveau te komen. En hoe ver weg dat leek, op dat moment. Later leerde ik dat wat hen groot maakt hun communicatie is. Dat is hun kunst. Hoe diep ben je bereid je ziel in te gaan om een idee over te brengen aan het publiek.”

In 2010 debuteerde hij als bandleider met Moments. Daarna volgden twee albums voor Okeh Records. Afgelopen jaar initieerde hij het jazzpoetry-album The Amiri Baraka sessions en verscheen Radiant Imprints – waarin hij een duo vormt met drummer Chad Taylor. Dit jaar maakte hij met zijn kwintet The UnRuly Manifesto, een sterk tegendraads muzikaal statement waarin Lewis veel van zichzelf legt en zijn voorliefde laat zien voor het surrealisme en voor Ornette Coleman, de architect van de avant-garde-jazz.

Het in volle vrijheid buiten de werkelijkheid denken is wat Lewis zoekt bij zijn voorbeelden. Een conferentie over surrealisme was de trigger; hij verdiepte zich in het werk van de Franse surrealist André Breton en van zijn favoriete jazzdichter Bob Kaufman. De jazz heeft nauwe banden met het surrealisme, leerde Lewis. „Het is interessant als mensen besluiten een verklaring op te stellen over wie ze zijn. Ze trekken lijnen in het zand.”

Zijn eigen manifest noemt Lewis een „levenservaring”. „Mijn muziek en de poëzie die ik al zeven jaar schrijf zijn elkaar nu aan het kruisen. Een artiest wordt gevormd door het leven. Het hoort erbij dat je op een organische manier je kunst laat beïnvloeden door je leven, zonder druk. Het is gewoon een staat van zijn. Dus elke dag ben ik vooral aan het bestaan.”